Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14084

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/690569 / FA RK 25-6401
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen

De moeder heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om het gezamenlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders zijn sinds 2024 gescheiden en oefenen gezamenlijk gezag uit. De kinderen verblijven bij de moeder. De vader heeft geen contact meer met de kinderen en ook de communicatie tussen de ouders ontbreekt al langere tijd.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de omstandigheden sinds het ontstaan van het gezamenlijk gezag zijn gewijzigd, waardoor het verzoek ontvankelijk is. De kinderen hebben aangegeven hun vader al drie jaar niet meer te hebben gezien. De vader vervult feitelijk geen gezagsfunctie meer. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat de moeder zelfstandig gezagsbeslissingen kan nemen.

Op grond van artikel 1:253n BW en de toepasselijke bepalingen uit artikel 1:251a BW is het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en kent haar het eenhoofdig gezag over de minderjarige kinderen toe.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6401
Zaaknummer: C/09/690569
Datum beschikking: 28 april 2026

Gezag

Beschikking op het op 21 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.K. Gopal in Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. el Hadje in Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de moeder;
  • de referteverklaring van de vader, ingekomen op 20 april 2026.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun mening gegeven over het verzoek in een gesprek met de kinderrechter.
Gelet op de referteverklaring van de vader heeft de geplande mondelinge behandeling op
21 april 2026 geen doorgang gevonden.

Feiten

  • De moeder en de vader zijn gehuwd geweest tot [datum] 2024.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , [land] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 1] , [land] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen verblijven bij de moeder.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 12 december 2024 is toestemming aan de moeder verleend – welke toestemming die van de vader vervangt – voor de aanvraag van een reisdocument voor de kinderen.
  • Volgens de Basisregistratie Personen heeft de moeder in ieder geval de Marokkaanse nationaliteit en hebben de vader en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen, zodat de moeder met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt belast, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader heeft één dag voor de geplande mondelinge behandeling een referteverklaring overgelegd.

Beoordeling

Gezag
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar het recht van Nederland te beslissen op het verzoek tot eenhoofdig gezag.
Juridisch kader
Volgens artikel 1:253n lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag dat van rechtswege is ontstaan beëindigen, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van lid 2 van dit artikel zijn de gronden van artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan daarom worden beëindigd, als: (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Ontvankelijkheid
De rechtbank is gebleken dat na het ontstaan van het gezamenlijk gezag de omstandigheden zijn gewijzigd, omdat er al langere tijd geen communicatie meer is tussen de ouders en tussen de vader en de kinderen. De rechtbank zal daarom de moeder ontvangen in haar verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal de moeder belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende redenen. Gebleken is dat de vader in ieder geval sinds de echtscheiding uit het leven van de kinderen is. Er is geen contact tussen de vader en de kinderen en ook niet tussen de ouders. De kinderen hebben aangegeven dat zij de vader inmiddels drie jaar niet meer hebben gezien. De vader geeft feitelijk geen invulling aan het gezag. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen, gelet op het gebrek aan contact met en betrokkenheid van de vader, dat de moeder in het vervolg zelfstandig gezagsbeslissingen over hen kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen.
Proceskosten
Aangezien het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan [de moeder] , geboren op
[geboortedatum 3] 1974 in [geboorteplaats 2] , [land] , het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats 1] , [land] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 1] , [land] ,
en verklaart deze gezagsvoorziening uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 28 april 2026.