ECLI:NL:RBDHA:2026:14092

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/703745 / KG ZA 26-420
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming vervangend voor vakantie met minderjarige van moeder

De vrouw en de man hebben een affectieve relatie gehad en zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2010. De vrouw verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met het kind van 2 mei tot en met 8 mei 2026 van een plaats in het ene land naar een plaats in een ander land.

De man is opgeroepen voor de zitting maar is niet verschenen, waarna verstek tegen hem is verleend. De vrouw heeft geen tegenbewijs of verweer ontvangen. De voorzieningenrechter acht het in het belang van het kind om de vakantie met de moeder toe te staan.

De rechtbank verleent daarom de door de vrouw gevraagde vervangende toestemming, die de toestemming van de man vervangt, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt de vakantie van moeder en kind juridisch mogelijk gemaakt zonder toestemming van de vader.

Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder om met het minderjarige kind op vakantie te gaan in de gevraagde periode.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/703745 / KG ZA 26-420
Vonnis in kort geding van 28 april 2026(bij vervroeging)
in de zaak van
[de vrouw]te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. T. Ertekin te Den Haag,
tegen:
[de man]zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de vrouw’ en ‘de man’.

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- het bericht van 24 april 2026, met bijlage, van de vrouw;
- de op 24 april 2026 gehouden mondelinge behandeling.
1.2
De man is behoorlijk opgeroepen tegen die zitting, maar hij is daar niet verschenen. Tegen de man is verstek verleend.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan:
2.1
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
2.2
Zij zijn de ouders van de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats].
2.3
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.

3.Het geschil

3.1
De vrouw vordert om haar bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, toestemming te verlenen, welke toestemming die van de man vervangt, om met [minderjarige] van 2 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 van [plaats 1] ([land 1]) naar [plaats 2] ([land 2]) te reizen.

4.De beoordeling

4.1.
De vrouw wil graag met [minderjarige] naar [plaats 2] op vakantie gaan. De man heeft geen verweer gevoerd en de rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] om met de vrouw op vakantie te kunnen gaan. De voorzieningenrechter zal dan ook de door de vrouw verzochte vervangende toestemming voor een vakantie met [minderjarige] naar [plaats 2] in de periode van 2 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 verlenen.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
verleent verstek tegen de man;
5.2.
verleent de vrouw toestemming, die de toestemming van de man vervangt, om met de [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats], in de periode van 2 mei 2026 tot en met 8 mei 2026 van [plaats 1] ([land 1]) naar [plaats 2] ([land 2]) te reizen;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Hees en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.
AJAO