Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
3.Het geschil
- i) de vader te veroordelen tot afgifte van [minderjarige] aan de moeder, op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag dat de vader hieraan niet voldoet;
- ii) de vader te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling, op straffe van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag of dagdeel dat de vader de zorgregeling niet nakomt;
- iii) doorverwijzing van partijen naar [instantie 2] te [plaats 2], althans een hulpverlenende instantie die de rechtbank juist acht, voor deelname aan ouderschapsbemiddeling en voor aanmelding hiervan bij de [gemeente], waarbij [instantie 2] te [plaats 2] of een zodanige hulpverlenende instantie, rapporteert over het verloop van het traject aan de rechtbank in de bodemprocedure;
4.De beoordeling van het geschil
ordemaatregelbij de vader mag blijven. De reconventionele vordering van de vader om het hoofdverblijf van [minderjarige] (voorlopig) bij hem te bepalen zal dan ook worden afgewezen. De vraag of wijziging van hoofdverblijfplaats in het belang van [minderjarige] is dient zorgvuldig in de bodemprocedure te worden beoordeeld; daarvoor leent een kort geding zich niet. Het gaat nu slechts om een voorlopige beslissing en die laat onverlet dat een beslissing in de bodemprocedure anders kan uitpakken.
5.De beslissing
voorlopigbij de vader zal verblijven, totdat partijen in onderling overleg (al dan niet via hulpverlening) anders overeenkomen of totdat een (bodem)rechter anders heeft beslist;