7.3Het oordeel van de rechtbank
Dagvaarding II - 09-238506-25
Immateriële schade
Deze vordering is naar het oordeel van de rechtbank toewijsbaar nu op grond van het
dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij
rechtstreeks immateriële schade heeft geleden waarvoor de verdachte verantwoordelijk is.
De verdachte heeft immers meegedaan met het geweld tegen [benadeelde 2] . De benadeelde partij heeft in de vordering toegelicht wat de gevolgen van dit incident voor hem zijn geweest, namelijk pijn, angst en letsel. De rechtbank vindt de hoogte van het gevorderde bedrag passend bij de veroorzaakte schade. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen tot een bedrag van € 500,-.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 10 februari
2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling verdachte
Nu de vordering geheel wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden
toegekend samen met de mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk
aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de
verdachte, voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 500,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 februari 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde 2] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Dagvaarding III - 09-090433-26
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Dagvaarding IV - 09-150653-25
Materiële schade
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, nu zijn boordcomputer/startknop is weggenomen door de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor deze mate van schade (een bedrag van € 90,-) voldoende is onderbouwd met de overgelegde bon. Of die bon betaald is, is niet relevant: het gaat om een schadebedrag dat gekoppeld wordt aan een – overduidelijk door de verdachte – weggenomen voorwerp, dat vervangen zal moeten worden. De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering geheel toewijzen tot een bedrag van € 90,-.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 15 februari 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling verdachte
Nu de vordering geheel wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden
toegekend samen met de mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk
aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de
verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 90,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 februari 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde 3] . Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Dagvaarding V - 09-231499-25
Materiële schade
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit. De schade is onder andere ontstaan, doordat de verdachten zonder helm rijden, vervolgens een stopteken van de politie negeren en door dan plotseling te remmen door de politieauto worden aangetikt en ten val komen. Als gevolg daarvan is de scooter beschadigd geraakt. De aangever heeft dit meteen gemeld bij de politie. De verdachten waren vanaf het moment van de diefstal verantwoordelijk voor de scooter en daarom is er sprake van een causaal verband tussen de strafbare gedraging van de verdachten en de ontstane schade. Voor de onderbouwing van de hoogte van de schade heeft de benadeelde partij een offerte overgelegd. Ook hier geldt dat niet relevant is of de benadeelde partij deze kosten heeft betaald, het gaat om een onderbouwde schatting van de door de verdachte veroorzaakte schade. De rechtbank gaat er verder aan voorbij dat de gegevens van de benadeelde partij met de hand en mogelijk zelfs door de benadeelde partij zelf zijn opgeschreven. De offerte is van een bedrijf en door de benadeelde partij overgelegd en dat is genoeg.
De rechtbank is het echter met de raadsman eens dat niet nader is gespecificeerd waarom bepaalde schadeposten zijn opgevoerd, terwijl uit het dossier niet meer kan worden afgeleid dan dat er – in zijn algemeenheid – schade is veroorzaakt. Omdat er volgens de rechtbank wel sprake is van een causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en deze schade, zal de rechtbank naar billijkheid en gebruik makend van haar schattingsbevoegdheid, de schade bepalen op een bedrag van € 750,- en voor het overige de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 750,-.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 23 juli 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Proceskostenveroordeling verdachte
Nu de vordering geheel wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Hoofdelijkheid
Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden
toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk
aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de
verdachte, voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 750,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 juli 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde 4] .
Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.
Dagvaarding VII - 09-232753-25
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de verdachte van het primaire feit, de diefstal, zal worden vrijgesproken. Een verband tussen de schade van de benadeelde partij en de door de verdachte gepleegde opzetheling kan niet worden vastgesteld, zodat de verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de geleden schade. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.