De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 mei 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiseres op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres, met de Moldavische nationaliteit, heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank heeft het beroep op 19 mei 2026 behandeld, waarbij eiseres is verschenen met haar gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of het opleggen en voortduren van de maatregel onrechtmatig was, maar zag hiervoor geen aanleiding.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.