ECLI:NL:RBDHA:2026:14163
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Portugal
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Portugal volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld in een andere procedure (zaaknummer NL26.18601), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Het verzoek werd als kennelijk ongegrond beoordeeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 28 mei 2026 door voorzieningenrechter S.S. van der Velde en griffier A.S. Hamans. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.