ECLI:NL:RBDHA:2026:14179

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
NL25.12243
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij beroep op verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende duurzame relatie

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER op grond van een gestelde duurzame relatie met een Unieburger. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar van verzoeker kennelijk ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL25.12240), achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.

Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.J. Govaers en griffier J. de Winter, en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12243

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[persoon] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.W. van de Wege),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER kennelijk ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Daarnaast heeft hij de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak
zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.12240, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 28 mei 2026 door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.