Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER op grond van een gestelde duurzame relatie met een Litouwse Unieburger. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende bewijs leverde dat zij gedurende ten minste zes maanden feitelijk samenwoonden of een duurzame relatie onderhielden.
Eiser voerde aan dat de minister een onderzoeksplicht had en dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond werd verklaard zonder hoorzitting. De rechtbank oordeelde dat hoewel de minister een onderzoeksplicht heeft, het aan eiser is om de relatie aannemelijk te maken met ondersteunend bewijs. De ingediende stukken, waaronder foto’s, WhatsApp-berichten en verklaringen van derden, waren onvoldoende om een duurzame relatie aan te tonen.
De rechtbank stelde vast dat de minister terecht van horen kon afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De verklaringen van buren en familie waren niet objectief en onvoldoende verifieerbaar. De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER wegens onvoldoende bewijs van een duurzame relatie is ongegrond verklaard.