Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14207

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/701618 / KG ZA 26-289
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen Cooneen Protection tegen Politie inzake aanbesteding kogelwerende vesten

Cooneen Protection heeft de Politie en de Staat der Nederlanden gedagvaard wegens een geschil over de gunningsbeslissing van een Europese aanbesteding voor kogel- en steekwerende vesten met opschalingsmodule. Cooneen betoogde dat de beoordeling van haar inschrijving niet conform de aanbestedingsstukken had plaatsgevonden, met name over de maatvoering en de motivering van de scores op de gunningscriteria.

De rechtbank oordeelt dat de Politie als aanbestedende dienst bevoegd is en dat de Staat niet-ontvankelijk is in de vorderingen. De beoordeling van de gebruikerstest vond plaats aan de hand van de MENS-maattabellen en de door Cooneen verstrekte handleiding, conform de aanbestedingsstukken. Cooneen heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de beoordeling ondeugdelijk was.

Ook de motivering van de scores op de gunningscriteria K1 tot en met K4 is voldoende transparant en in lijn met de aanbestedingsstukken. De weigering van de Politie om een toelichting te geven op de score van Sioen op gunningscriterium K5 is gerechtvaardigd, omdat Cooneen reeds de maximale score op dat criterium behaalde en geen concrete aanwijzingen voor fouten zijn gegeven.

De vorderingen van Cooneen worden afgewezen, evenals de vorderingen van Sioen. Cooneen wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel gedaagden als Sioen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Cooneen af en verklaart haar niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de Staat.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/701618 / KG ZA 26-289
Vonnis in kort geding van 28 mei 2026
in de zaak van
COONEEN PROTECTION LTD., gevestigd in het Verenigd Koninkrijk (Noord-Ierland),
eiseres,
advocaat mr. E. Verweij te Amsterdam,
tegen:

1.POLITIE te Den Haag,

2.
DE STAAT DER NEDERLANDEN(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Korps Politiediensten Caribisch Nederland (KPCN), Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Nederlandse Arbeidsinspectie en Ministerie van Justitie en Veiligheid, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)).
gedaagden,
advocaten mr. I.J. van den Berge en mr. M.A. Visser, beiden te Zwolle,
waarin is tussengekomen:
SIOEN N.V.te Ardooie (België),
advocaat mr. J.H.J. Bax te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Cooneen’, ‘de Politie’, ‘de Staat’ en ‘Sioen’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaardingen van 20 maart 2026, met producties 1 tot en met 20;
- een aan de Staat betekend herstelexploot van 24 april 2026, waarin de woorden ‘rechtspersoon met wettelijke taak’, die in de oorspronkelijk aan de Staat betekende dagvaarding bij de vermelding van de Staat als gedaagde waren opgenomen, zijn weggelaten;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging van Sioen;
- de schriftelijke reactie van gedaagden, met producties A tot en met C;
- de door Cooneen overgelegde aanvullende producties 21 tot en met 23;
- de door gedaagden overgelegde aanvullende productie D.
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 7 mei 2026. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten van Cooneen en gedaagden het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen. Deze maken deel uit van het dossier.
1.3.
Tijdens de zitting is de datum voor het wijzen van vonnis bepaald op vandaag.
2. Het incident tot tussenkomst, althans voeging, en het debat over de door Cooneen overgelegde producties
2.1.
Sioen heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Cooneen en gedaagden, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van de Politie. Ter zitting hebben Cooneen en gedaagden verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Sioen is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Verder is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde in het algemeen.
2.2.
De advocaat van Sioen heeft er bij aanvang van de mondelinge behandeling op gewezen dat Cooneen niet al haar producties met Sioen heeft gedeeld. Uit een bericht van de advocaat van Cooneen, dat op 6 mei 2026 is geüpload in het digitale dossier, blijkt dat Cooneen de producties 9 tot en met 14, 22 en 23 niet aan Sioen beschikbaar heeft gesteld. De advocaat van Sioen heeft verzocht om op die stukken te mogen reageren, voor zover deze voor het debat nodig zijn. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cooneen stellingen naar voren gebracht, gebaseerd op met name haar producties 10 en 23. Nadat de voorzieningenrechter partijen had meegedeeld geen acht te kunnen slaan op die producties, tenzij deze alsnog zouden worden gedeeld met Sioen, heeft Cooneen zich bereid verklaard om de producties 10 en 23 aan Sioen te verstrekken. Dat heeft Cooneen vervolgens gedaan tijdens een schorsing van de mondelinge behandeling. Tijdens deze schorsing heeft Sioen deze producties bestudeerd en zij heeft daarop in haar tweede termijn gereageerd.

3.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
3.1.
Op 27 februari 2025 heeft de Politie op TenderNed een Europese openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de opdracht met de titel “Kogel- en steekwerend vest met Molle-draagsysteem (KSWV) & opschalingsmodule (OM)”, hierna ‘de opdracht’. Het KSWV, ook wel veiligheidsvest genoemd, is een essentieel onderdeel van het uniform en de verplichte uitrusting van bewapende politiemedewerkers en bestaat uit een hoes en beschermende soft ballistische inlagen. De OM is een platendrager met harde ballistische platen voor extra bescherming, die over het KSWV wordt gedragen. Het doel van de aanbestedingsprocedure is het sluiten van een raamovereenkomst met een looptijd van zes jaar, met de optie tot verlenging (drie keer drie jaren).
3.2.
De opdracht is nader omschreven in de Inschrijvingsleidraad van 13 februari 2025, hierna ‘de Inschrijvingsleidraad’, met bijlagen. Verder heeft de Politie in de Nota van Inlichtingen d.d. 13 juni 2024-13 juni 2025, hierna ‘de Nota van Inlichtingen’, vragen van potentiële inschrijvers beantwoord.
3.3.
In paragraaf 1.2 van de Inschrijvingsleidraad is vermeld dat het KSWV wordt geleverd met drie verschillende hoezen: een politieblauwe hoes met gele Huisstijlstrepen, een fluogele hoes met high-vis Huisstijlstrepen voor hoge zichtbaarheid in het verkeer en/of in het donker en een witte hoes voor onder de kleding voor verdekte activiteiten en werkzaamheden. Deze laatste hoes wordt na de gunning van de opdracht in samenspraak met de opdrachtnemer ontwikkeld.
3.4.
De opdracht wordt volgens paragraaf 2 van de Inschrijvingsleidraad gegund aan de inschrijver die de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, met hierin opgenomen de Gunningscriteria Prijs en Kwaliteit 1 tot en met 5. De kwalitatieve gunningscriteria zijn: K1 Draagcomfort, K2 Gebruiksgemak, K3 Uiterlijk, K4 Algehele beoordeling en K5 Slijtage-simulatietest. De beoordeling met betrekking tot gunningscriterium K5 wordt uitgevoerd door TNO.
3.5.
In paragraaf 2.2. van de Inschrijvingsleidraad is beschreven dat de beoordeling van de inschrijvingen voor wat betreft de gunningscriteria K1 tot en met K4 plaatsvindt door middel van een gebruikerstest. Voor die gebruikerstest moesten de inschrijvers bij hun inschrijving 30 samples van het veiligheidsvest en de platendragers in de standaard dames- en herenmaten indienen (overeenkomstig paragraaf 3.1 van de Inschrijvingsleidraad). Verder is in paragraaf 2.2 van de Inschrijvingsleidraad onder meer vermeld:
3.6.
In paragraaf 3.1 van de Inschrijvingsleidraad is met betrekking tot de samples voor de gebruikerstest een overzicht gegeven van de aantallen van iedere vestmaat die de inschrijver moest indienen, waarbij is vermeld
“Let op: de maten hebben betrekking op de MENSmaattabel in Bijlage 15”.
3.7.
In Bijlage 14 bij de Inschrijvingsleidraad (MENS-maattabellen) wordt het gebruik van de MENS-maattabellen voor het toekennen van de juiste maat vest voor de gebruikerstest nader toegelicht. Bij Bijlage 15 bij de Inschrijvingsleidraad (Tekeningen, Politiehuisstijl, logo’s en maatvoering), hierna Bijlage 15, zijn bijlagen verstrekt, waaronder bijlage 6 “Politie maattabellen KSWV”. In bijlage 6 bij Bijlage 15 zijn ten behoeve van het KSWV de MENS-maattabellen Politie normale maten, lange maten en korte maten (voor zowel mannen als vrouwen) en extra lange maten (voor mannen) opgenomen. In de tabellen zijn per confectiemaat en uitgesplitst in dames- en herenmaten afmetingen genoemd, bijvoorbeeld van de lichaamslengte, de taille-ruglengte, de bovenwijdte, de taillewijdte en de bandwijdte.
3.8.
In Bijlage 1B bij de Inschrijvingsleidraad zijn de Producteisen met betrekking tot de hoezen, platendrager en transporttassen vermeld. Voor zover voor deze procedure van belang is in de producteisen 10.7 en 10.8 opgenomen dat voor de maten van het KSWV de in Bijlage 15 bij de Inschrijvingsleidraad vermelde MENS-maattabellen moeten worden gevolgd.
3.9.
De politiemedewerkers die deelnamen aan de gebruikerstest moesten na de test de als bijlage 7 bij de Inschrijvingsleidraad verstrekte vragenlijst invullen, met per gunningscriterium een of meer vragen, waarbij per vraag een cijfer kon worden gegeven: 0 bij Onvoldoende, 1 bij Voldoende, 2 bij Goed en 3 bij Uitstekend.
3.10.
In de Nota van Inlichtingen is antwoord gegeven op een aantal vragen met betrekking tot de gebruikerstest. In 125 wordt onder meer gevraagd op basis van welke parameters wordt bepaald welke vestmaat elke agent voor de gebruikerstest krijgt. Als antwoord op die vraag is vermeld:
Verder heeft de Politie in het antwoord op vraag 144 duidelijk gemaakt dat niet de door de inschrijvers voorgestelde maattabellen zullen worden gebruikt om elke proefpersoon te voorzien van een passend vest, maar dat de Politie de eigen maattabel daarvoor zal hanteren.
In het antwoord op vraag 197 heeft de Politie toegelicht dat de beoordelaars draaginstructies van de Politie krijgen en geen instructieboekje en in het antwoord op vraag 211 heeft de Politie opgenomen:
Ten slotte heeft de Politie in het antwoord op vraag 231 meegedeeld dat de inschrijvers geen gelegenheid krijgen om een fysieke demonstratie of uitleg te geven, maar dat zij de mogelijkheid hebben om een instructiefilmpje te uploaden waarin het aantrekken/afstellen van het veiligheidsvest kan worden getoond.
3.11.
De Politie heeft een Excel-bestand aan de inschrijvers verstrekt met daarin onder meer de volgende gegevens met betrekking tot de deelnemers die voor de gebruikerstest zijn geselecteerd: het model vest (dames of heren), de bovenwijdte, de bandwijdte, de lichaamslengte, voor de dames de taillewijdte en de
“Te testen maat volgens maattabel normale maat”(de door de Politie geselecteerde maat op basis van de MENS-maattabel)
.De laatste kolom van de tabel is niet ingevuld en daar is ruimte gelaten voor het invullen van
“Maat van de Inschrijver”door de inschrijver. In een begeleidend bericht bij dit Excel-bestand heeft de Politie onder meer het volgende aan de inschrijvers meegedeeld:
Cooneen heeft het bedoelde Excel-bestand niet ingevuld retour gestuurd.
3.12.
Cooneen heeft tijdig een inschrijving voor de opdracht ingediend. Bij brief van 25 februari 2026 heeft de Politie aan Cooneen meegedeeld dat de inschrijving van Cooneen als tweede is geëindigd, dat de opdracht niet aan Cooneen zal worden gegund en dat de Politie voornemens is de opdracht te gunnen aan Sioen (hierna ‘de gunningsbeslissing’).
3.13.
In de gunningsbeslissing is de volgende tabel opgenomen met een overzicht van de scores van Cooneen en Sioen op de verschillende gunningscriteria:
Daarnaast is in Bijlage 1 bij de gunningsbeslissing (
“Motivering kwalitatieve Gunningscriteria”) een toelichting gegeven op de scores met betrekking tot de kwalitatieve gunningscriteria K1 tot en met K4. In die toelichting is beschreven dat de beoordelaars met betrekking tot het draagcomfort (K1) hebben opgemerkt dat het vest van Cooneen omhoog kruipt, dat de buikband aan de korte kant is en dat het vest als ‘te klein’ voelt, zodat de beoordelaars zich te veel onbeschermd voelden. Met betrekking tot het gebruiksgemak (K2) hebben de beoordelaars over het vest van Cooneen opgemerkt dat het Molle-draagsysteem veel te gemakkelijk door derden kan worden losgetrokken, dat het volledig los van het vest kan worden gehaald, waardoor het risico bestaat dat een gebruiker na het opschalen vergeet om het losse Molle-systeem terug op de opschalingsmodule te plaatsen, wat een veiligheidsrisico inhoudt, dat de zakken te klein zijn en dat het klittenband te snel loslaat. Uit de toelichting volgt daarnaast dat de beoordelaars met betrekking tot het uiterlijk van het vest van Cooneen (K3) hebben geoordeeld dat het vest er vrij klein uit ziet, dat het een beetje te goedkoop oogt, dat het te weinig daadkracht uitstraalt en dat het fluogele vest te veel zwarte vlakken heeft. In het kader van gunningscriterium K4 (Algemene beoordeling) is door de beoordelaars opgemerkt dat het vest van Cooneen te kort is, dat de zakken te klein zijn, dat de buikbanden te kort en te smal zijn en dat het Molle-draagsysteem (met klittenband) te gemakkelijk loslaat. Ten slotte zijn in de toelichting op de scores de relatieve voordelen van het vest van Sioen beschreven.
3.14.
Door middel van een bericht in Mercell van 6 maart 2026 heeft Cooneen aan de Politie om aanvullende informatie met betrekking tot de totstandkoming van de scores gevraagd. Daarbij heeft Cooneen kenbaar gemaakt te willen vernemen welk sample met welke maat door welke beoordelaar is gebruikt, hoe is beoordeeld of de aan de beoordelaars toegewezen maten van samples voldoende passen om een goede beoordeling te doen en of en hoeveel beoordelingen van beoordelaars buiten beschouwing zijn gelaten vanwege het onvoldoende passen van de maat. Verder heeft Cooneen verzocht om een overzicht van de individuele scores van de beoordelaars per kwaliteitscriterium en om een motivering van de score van Sioen met betrekking tot gunningscriterium K5( Slijtage-simulatietest).
3.15.
In reactie op het in 3.14. bedoelde bericht van Cooneen heeft de Politie op 10 maart 2026 (samengevat) aan Cooneen meegedeeld dat de beoordelaars de toegewezen maten van de samples van Cooneen daadwerkelijk hebben getest, dat slechts één beoordelaar in aanmerking kwam voor een andere maat, omdat hij in de periode tussen het aanmeten en de gebruikerstest dertig kilo was afgevallen, en dat zijn beoordeling daardoor niet is meegenomen in de totaalbeoordeling. Verder heeft de Politie toegelicht dat de toegewezen maten van de samples op de testdag door een kledingdeskundige aan de hand van de door Cooneen ingediende handleiding maatvoering en instructievideo zijn gecontroleerd en dat bij twijfel een beoordeling is gedaan door een tweede kledingdeskundige. Ten slotte heeft de Politie aan Cooneen laten weten dat niet alle individuele scores zullen worden verstrekt. Volgens de Politie gaat de informatieverplichting van de Politie niet zo ver dat Cooneen in staat moet worden gesteld om de beoordeling volledig over te kunnen doen. Daarbij heeft de Politie toegelicht dat Cooneen op K5 een veel hogere score heeft behaald dan Sioen, zodat er geen sprake is van een relatief voordeel van de winnaar en er daarom ook geen aanleiding bestaat om de motivering van de score van Sioen aan Cooneen te verstrekken.
3.16.
De advocaat van Cooneen heeft bij brief van 11 maart 2026 gereageerd op het bericht van de Politie van 10 maart 2026 en hij heeft daarbij aan de Politie gevraagd om te bevestigen dat de Politie de beoordeling van het toewijzen van maten in alle gevallen heeft verricht in overeenstemming met de documenten uit de inschrijving van Cooneen. Verder is in die brief gevraagd om de score met betrekking tot het uiterlijk van het fluogele vest te corrigeren, omdat het vest van Cooneen voldoet aan de gestelde eisen, en om een toelichting te geven op de score van Sioen op gunningscriterium K5.
3.17.
In een brief van 17 maart 2026 heeft de Politie voor zover hier van belang en samengevat aan de advocaat van Cooneen meegedeeld dat Cooneen geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om voorafgaand aan de gebruikerstest op basis van de door de Politie verstrekte lichaamsmaten van de beoordelaars de juiste maat van het KSWV aan de Politie door te geven en dat de toewijzing en controle van de maten geheel conform de aanbestedingsstukken heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot dit laatste aspect heeft de Politie gemotiveerd toegelicht dat de toewijzing van de maten is gebaseerd op de MENS-maattabellen en dat aan de hand van de handleiding over aanmeten en controleren van de juiste maat van de inschrijvers, in voorkomende gevallen ondersteund door instructievideos, is gecontroleerd of de toegewezen maat voldoende past. Verder heeft de Politie een toelichting gegeven op de score van Cooneen met betrekking tot gunningscriterium K3 en is opnieuw meegedeeld dat de Politie niet verplicht is om een motivering van de score van Sioen op gunningscriterium K5 aan Cooneen te verstrekken.

4.Het geschil

4.1.
Cooneen vordert – zakelijk weergegeven en na wijziging van de eis ter zitting –
primairgedaagden te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en een aangepaste voorlopige gunningsbeslissing te communiceren, waarin de aan Cooneen toegekende scores op de gunningscriteria K1 tot en met K4 zijn gecorrigeerd door de beoordeling van de in randnummer 2.21 van de pleitaantekeningen van Cooneen genoemde beoordelaars buiten beschouwing te laten, en om in die aangepaste voorlopige gunningsbeslissing een deugdelijke toelichting te geven op de met betrekking tot gunningscriterium K5 toegekende score. S
ubsidiairvordert Cooneen gedaagden te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, een herbeoordeling van de inschrijving van Cooneen, althans van alle ontvangen geldige inschrijvingen, uit te laten voeren op de gunningscriteria K1 tot en met K4 en vervolgens een aangepaste voorlopige gunningsbeslissing te communiceren, waarin tevens een deugdelijke toelichting wordt gegeven op de met betrekking tot gunningscriterium K5 toegekende score.
Meer subsidiairvordert Cooneen gedaagden te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en, als zij de opdracht nog willen gunnen, tot heraanbesteding over te gaan, althans een in goede justitie te bepalen maatregel te treffen, een en ander met veroordeling van gedaagde in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
Daartoe stelt Cooneen – kort samengevat – het volgende. De door Cooneen aangeleverde samples zijn niet op de in de aanbestedingsstukken vermelde wijze beoordeeld.
Verder heeft de beoordeling met betrekking tot de gunningscriteria K2, K3 en K4 niet op de juiste wijze en in overeenstemming met de aanbestedingsstukken plaatsgevonden en heeft de Politie deze gunningscriteria niet voldoende duidelijk en transparant in de aanbestedingsstukken bekend gemaakt. Ten slotte weigert de Politie ten onrechte om een toelichting te geven op de score die Sioen met betrekking tot gunningscriterium K5 heeft behaald. Gelet op al het voorgaande moet de Politie de gunningsbeslissing intrekken en de scores van Cooneen corrigeren, althans de inschrijving van Cooneen/alle inschrijvingen opnieuw beoordelen, althans de opdracht opnieuw aanbesteden.
4.3.
Gedaagden concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Cooneen in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Cooneen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het verweer van gedaagden zal hierna, voor zover nodig, worden besproken.
4.4.
Sioen concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Cooneen, althans tot afwijzing van de vorderingen van Cooneen. Ook het verweer van Sioen zal hierna, voor zover nodig, worden besproken. Verder vordert Sioen (1) Cooneen te gebieden om te gehengen en te gedogen dat de Politie een overeenkomst met Sioen sluit, althans de opdracht definitief aan Sioen gunt, een en ander voor zover de Politie nog een overeenkomst wenst te sluiten, en (2) de Politie te gebieden om de gunningsbeslissing in stand te laten en de opdracht definitief aan Sioen te gunnen, een en ander voor zover de Politie nog een overeenkomst wenst te sluiten, met veroordeling van Cooneen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen de wettelijke rente, en met compensatie van proceskosten in de relatie tussen Sioen en de Politie.
4.5.
Verkort weergegeven stelt Sioen daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en dat zij daarom belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van Cooneen, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.
4.6.
Voor zover nodig zullen de standpunten van Cooneen en de Politie met betrekking tot de vorderingen van Sioen hierna worden besproken.

5.De beoordeling van het geschil

Ontvankelijkheid
5.1.
De Staat heeft aangevoerd dat de Politie de aanbesteding heeft georganiseerd en dat de Staat geen deelnemer aan de aanbesteding is. Daarbij heeft de Staat er op gewezen dat hij de Politie een volmacht heeft gegeven om de aanbestedingsprocedure uit te voeren en de raamovereenkomst te sluiten en dat de Politie de opdrachtgever is met betrekking tot de onderhavige aanbesteding. De Staat heeft ter onderbouwing van zijn standpunt onder meer verwezen naar de aankondiging van de opdracht, waarin alleen de Politie is vermeld als “Koper”, en naar de alleen namens de Politie verstuurde voorlopige gunningsbeslissing. Cooneen heeft zich met betrekking tot dit verweer van de Staat gerefereerd aan het oordeel van de voorzieningenrechter.
5.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Staat voldoende onderbouwd dat niet hij de aanbestedende dienst is die bij toewijzing van de vorderingen van Cooneen gehouden is om de gunningsbeslissing in te trekken en tot herbeoordeling, dan wel heraanbesteding van de opdracht over te gaan, maar dat dat de Politie is. Dit betekent dat Cooneen niet-ontvankelijk is in haar vorderingen, voor zover die zijn gericht tegen de Staat.
5.3.
Hierna zal worden beoordeeld of er aanleiding bestaat om de Politie te verplichten om de gunningsbeslissing in te trekken, om de aan Cooneen toegekende score op de gunningscriteria K1 tot en met K4 te corrigeren, althans de inschrijving van Cooneen opnieuw te beoordelen, althans de opdracht opnieuw aan te besteden. Daartoe zullen de door Cooneen naar voren gebrachte bezwaren achtereenvolgens worden besproken.
De uitgevoerde gebruikerstest (K1 tot en met K4)
5.4.
Cooneen heeft gesteld dat de door haar aangeleverde samples niet op de in de aanbestedingsstukken vermelde wijze zijn beoordeeld, zodat die beoordeling ondeugdelijk is geweest. Daarbij heeft Cooneen betoogd dat de Politie heeft nagelaten om de door Cooneen verstrekte gedetailleerde informatie en instructies over de juiste toedeling van de maten van haar vesten bij de beoordeling van de samples te betrekken. Volgens Cooneen komt daar nog bij dat de Politie slechts in één geval een beoordeling buiten beschouwing heeft gelaten omdat het toegewezen vest onvoldoende paste, zodat onduidelijk is hoe de Politie in de overige gevallen heeft beoordeeld of het vest voldoende paste.
5.5.
Op grond van het bepaalde in paragraaf 2.2 van de Inschrijvingsleidraad moesten inschrijvers ten behoeve van de gebruikerstest samples van het KSWV indienen met maten overeenkomstig de in paragraaf 3.1 vermelde informatie, waarbij er uitdrukkelijk op is gewezen dat die maten betrekking hebben op de MENS-maattabellen van Bijlage 15 bij de Inschrijvingsleidraad. In die MENS-maattabellen heeft de Politie informatie gegeven over de afmetingen van de in te dienen samples. Ook in de Producteisen 10.7 en 10.8 in Bijlage IB bij de Inschrijvingsleidraad en in de antwoorden op de vragen 125, 144 en 211 in de Nota van Inlichtingen heeft de Politie tot uitdrukking gebracht dat de MENS-maattabellen bepalend zijn voor de toewijzing van de maten van het KSWV. In het antwoord op vraag 125 in de Nota van Inlichtingen heeft de Politie daarnaast uiteengezet dat na toewijzing van de maten aan de hand van de MENS-maattabellen op basis van de handleiding over aanmeten en controleren van de juiste maat van de inschrijver wordt gecontroleerd of de toegewezen maat voldoende past. Daaruit volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter op ondubbelzinnige wijze dat de toewijzing van de maten van het KSWV voor de gebruikerstest plaatsvond aan de hand van de MENS-maattabellen en dat vervolgens aan de hand van de door de inschrijver verstrekte handleiding werd gecontroleerd of de toegewezen maat ook passend was. Voor de situatie dat uit de controle bleek dat de toegewezen maat van het vest niet passend was, is in paragraaf 2.2 van de Inschrijvingsleidraad vermeld dat de beoordeling van de betreffende deelnemer aan de test dan niet mee zou tellen.
5.6.
Voorafgaand aan de gebruikerstest heeft de Politie de afmetingen van de deelnemers aan de gebruikerstest aan de inschrijvers bekend gemaakt (zie hiervoor in 3.11.) en de inschrijvers in de gelegenheid gesteld om desgewenst andere vestmaten door te geven voor specifieke beoordelaars. Vast staat dat Cooneen van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt.
5.7.
De Politie heeft genoegzaam toegelicht dat bij de gebruikerstest van de door Cooneen verstrekte samples op basis van de door Cooneen verstrekte handleiding met betrekking tot de maatvoering en instructievideo is geconcludeerd dat alle beoordelaars de juiste maat toegewezen hadden gekregen, op een beoordelaar na, die in de periode tussen de toewijzing van de maat en de gebruikerstest dertig kilo was afgevallen, waarna die beoordeling buiten beschouwing is gelaten.
5.8.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Politie voldoende onderbouwd dat de gebruikerstest met betrekking tot de door Cooneen aangeleverde samples heeft plaatsgevonden overeenkomstig de aanbestedingsstukken: de Politie heeft aan de hand van de MENS-maattabellen aan de deelnemers aan de gebruikerstest een maat van het KSWV toegewezen (overeenkomstig (de bijlagen bij) de Inschrijvingsleidraad en de Nota van Inlichtingen) en heeft vervolgens aan de hand van de door Cooneen verstrekte handleiding over aanmeten en controleren van de juiste maat (en instructievideo) gecontroleerd of die maat voldoende wassend pas (overeenkomstig onder meer paragraaf 2.2 van de Inschrijvingsleidraad en het antwoord op vraag 125 in de Nota van Inlichtingen). Hiertegenover heeft Cooneen niet aannemelijk gemaakt dat de Politie nog andere door Cooneen verstrekte informatie bij de gebruikerstest had moeten betrekken, dat haar samples anderszins ondeugdelijk en in strijd met de aanbestedingsstukken zijn beoordeeld of dat de Politie onduidelijkheid heeft laten bestaan met betrekking tot de wijze waarop de samples zijn beoordeeld. Daarmee heeft Cooneen niet aannemelijk gemaakt dat intrekking van de gunningsbeslissing gerechtvaardigd is.
De score van Cooneen op gunningscriterium K3
5.9.
Cooneen heeft gesteld dat de beoordeling met betrekking tot gunningscriterium K3 niet op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Volgens Cooneen is het oordeel van enkele beoordelaars dat het door Cooneen aangeleverde fluogele vest te veel zwarte vlakken bevat niet in overeenstemming met de aanbestedingsstukken. Daarbij heeft Cooneen uiteengezet dat de Politie nergens in de aanbestedingsstukken heeft beschreven dat het fluogele vest zo min mogelijk zwarte vlakken moest bevatten. Verder heeft Cooneen benadrukt dat haar fluogele vest voldoet aan de door de Politie voorgeschreven specificaties voor de onderdelen van het vest die fluogeel moesten zijn en voor de onderdelen van het vest die zwart mochten zijn.
5.10.
De Politie heeft aangevoerd dat gunningscriterium K3 uitsluitend betrekking heeft op het uiterlijk van het KSWV en dat de deelnemers aan de gebruikerstest niet hoefden te beoordelen of het vest voldeed aan de gestelde eisen. Daarbij heeft de Politie toegelicht dat een aantal deelnemers aan de gebruikerstest het fluogele vest van Cooneen als minder mooi heeft beoordeeld vanwege de zwarte vlakken op het vest. De Politie heeft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht op gewezen dat dit subjectieve oordeel met betrekking tot het uiterlijk van het vest onverlet laat dat het vest overigens voldoet aan de door de Politie gestelde minimumeisen. Verder heeft de Politie voldoende onderbouwd dat in de aanbestedingsstukken duidelijk is gemaakt dat het KSWV op het uiterlijk zou worden beoordeeld, dat Cooneen daarover geen vragen heeft gesteld en dat zij door haar inschrijving met de bekendgemaakte beoordelingssystematiek heeft ingestemd. Dat de deelnemers aan de gebruikerstest een oordeel hebben gegeven over het uiterlijk van het vest van Cooneen, inhoudende dat zij de zwarte vlakken minder mooi worden, is daarmee in lijn met de vooraf bekend gemaakte beoordelingssystematiek en niet onredelijk. Voor zover Cooneen zich heeft beroepen op de in Bijlage 15 bij de Inschrijvingsleidraad weergegeven afbeelding met specificaties van de fluogele hoes, volgens Cooneen inclusief de voorgeschreven zwarte vlakken, overweegt de voorzieningenrechter dat de Politie hiertegenover voldoende heeft onderbouwd dat de op die afbeelding zichtbare donkere kleur op het vest niet betekent dat het vest op die plek zwart moet zijn, maar dat die donkere kleur correspondeert met een legenda, waarmee de
“Ruimte voor Molle (bovenzijde) en Molle-draagsysteem (onderzijde)”wordt aangegeven.
5.11.
Tegen de achtergrond van het voorgaande heeft Cooneen niet aannemelijk gemaakt dat het uiterlijk van haar vest onjuist en in strijd met de aanbestedingsstukken is beoordeeld. Voor intrekking van de gunningsbeslissing op die grond bestaat dan ook geen aanleiding.
De score van Cooneen op gunningscriteria K2 en K4
5.12.
Ook de beoordeling met betrekking tot de gunningscriteria K2 en K4 heeft volgens Cooneen niet in overeenstemming met de aanbestedingsstukken plaatsgevonden. Cooneen heeft in dit verband gesteld dat de Politie niet duidelijk en op een transparante manier in de aanbestedingsstukken bekend heeft gemaakt dat het niet wenselijk is dat het Molle-draagsysteem volledig kan worden losgekoppeld van het vest. Het door Cooneen aangeboden Molle-draagsysteem voldoet aan de door de Politie gestelde eisen en specificaties en de in de gunningsbeslissing gegeven motivering ziet niet op de kwaliteit van het door Cooneen aangeboden vest, maar op de wijze waarop sommige gebruikers met het vest omgaan, aldus Cooneen.
5.13.
De Politie heeft er naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht op gewezen dat in Bijlage 7 bij de Inschrijvingsleidraad, met daarin de vragen die de deelnemers aan de gebruikerstest moesten beantwoorden, vragen zijn gesteld met betrekking tot het gebruik van de draagmiddelen aan het vest, de mate waarin de beoordelaar zich beschermd voelde door het betreffende vest en de wijze waarop het geheel van het vest en de OM werd beoordeeld. Daarbij heeft de Politie voldoende onderbouwd dat de deelnemers aan de gebruikerstest in het kader van die vragen in hun oordeel met betrekking tot het gebruik van het KSWV konden meewegen dat de draagmiddelen en het Molle-draagsysteem te gemakkelijk los kwamen en dat zij zich daardoor onvoldoende beschermd voelden. Hiertegenover heeft Cooneen niet concreet gemaakt dat de beoordeling van de gunningscriteria K2 en K4 in afwijking van de aanbestedingsstukken heeft plaatsgevonden. Voor zover Cooneen heeft betoogd dat de Politie heeft nagelaten om specifieke eisen te stellen aan de bevestiging van het Molle-draagsysteem aan het vest, overweegt de voorzieningenrechter dat de Politie in dit verband voldoende heeft toegelicht dat het niet de taak van de Politie is om uitdrukkelijk voor te schrijven hoe een inschrijver de maximale score op de gunningscriteria kan behalen, maar dat het de inschrijver is die inventief moet inschrijven en inzicht moet tonen in de aard van de opdracht en de strekking van de gunningscriteria.
5.14.
Het voorgaande betekent dat ook de beoordeling van de gunningscriteria K2 en K4 geen aanleiding geeft voor intrekking van de gunningsbeslissing.
De motivering met betrekking tot gunningscriterium K5
5.15.
Cooneen heeft ten slotte gesteld dat de Politie ten onrechte weigert om een toelichting te geven op de score die Sioen met betrekking tot gunningscriterium K5 heeft behaald. Volgens Cooneen heeft zij die toelichting nodig om de score van Sioen en daarmee de uitkomst van de aanbestedingsprocedure te kunnen verifiëren.
5.16.
Op grond van vaste jurisprudentie moet de motivering van de gunningsbeslissing alle relevante redenen voor die beslissing bevatten. Hieronder vallen in ieder geval de kenmerken en voordelen van de winnende inschrijver. De achtergrond van die verplichting is dat een afgewezen inschrijver in staat moet worden gesteld om na te gaan om welke redenen zij niet en de winnende inschrijver wel is uitgekozen. Die motivering is echter niet bedoeld om het voor de afgewezen inschrijver mogelijk te maken om te controleren of de beoordeling op de juiste wijze heeft plaatsgevonden, zoals Cooneen met haar vordering op dit punt beoogt. Vast staat dat de Politie in de gunningsbeslissing heeft meegedeeld dat Cooneen op gunningscriterium K5 de maximale score van 9 punten heeft behaald en Sioen een score van 2,81 punten. Verder staat vast dat de Politie met betrekking tot de gunningscriteria K1 tot en met K4, waarop Sioen hoger heeft gescoord dan Cooneen, in Bijlage 1 bij de gunningsbeslissing een toelichting heeft gegeven op de beoordeling van zowel het vest van Cooneen als dat van Sioen, waarbij de Politie de relatieve voordelen van het door Sioen aangeboden vest heeft beschreven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Cooneen daarmee in voldoende mate heeft kunnen nagaan waarom de gunningsbeslissing in het voordeel van Sioen is uitgevallen. Anders dan Cooneen heeft gesteld gaat de motiveringsplicht van de Politie niet zo ver dat ook een toelichting moet worden gegeven met betrekking tot de onderdelen waarop Sioen lager heeft gescoord dan Cooneen, zoals gunningscriterium K5, wanneer er zoals hier geen enkele concrete aanleiding bestaat om aan te kunnen nemen dat er bij die beoordeling een fout is gemaakt. Ook de daartoe strekkende vordering wordt daarom afgewezen.
Slotsom en proceskosten
5.17.
Het voorgaande betekent dat de vorderingen van Cooneen worden afgewezen.
5.18.
Nu de Politie voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan Sioen, brengt voormelde beslissing mee dat Sioen geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen. Sioen zal worden veroordeeld in de kosten van de Politie, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Politie als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet Cooneen in haar verhouding tot Sioen worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Sioen was immers te voorkomen dat de opdracht aan Cooneen zou worden gegund, welk doel is bereikt. Cooneen zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Sioen. Verder zal Cooneen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagden.
5.19.
De proceskosten van zowel gedaagden als Sioen worden begroot op:
- griffierecht
735,--
- salaris advocaat
1.177,--
- nakosten
€ 189,--
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,--
5.20.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter:
6.1.
verklaart Cooneen niet-ontvankelijk in haar vorderingen, voor zover deze zijn gericht tegen de Staat;
6.2.
wijst de tegen de Politie gerichte vorderingen af;
6.3.
veroordeelt Sioen voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen tegen de Politie in de kosten van de Politie, tot dusver begroot op nihil;
6.4.
veroordeelt Cooneen in de overige proceskosten van zowel gedaagden als Sioen, ten behoeve van zowel gedaagden als Sioen begroot op € 2.101,--, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Cooneen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Cooneen € 98,-- extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;
6.5.
veroordeelt Cooneen in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.6.
verklaart deze kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
mvt