Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvragen voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor hotelovernachtingen in de periode februari tot en met september 2025. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden had deze aanvragen afgewezen en was bij bezwaar bij die beslissing gebleven.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake is van onverwijlde spoed, zoals vereist voor het treffen van een voorlopige voorziening. Omdat het een financieel geschil betreft, is dat niet snel het geval. Verzoekster stelde dat haar aanhoudende dakloosheid en de financiële gevolgen daarvan spoedeisend zijn, en dat het een zeer uitzonderlijk geval betreft.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster alle hotelovernachtingen in de betreffende periode reeds had betaald, waardoor geen spoedeisend belang bestaat voor de gevraagde voorziening. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat verzoekster geen gebruik kan maken van de gemeentelijke opvangvoorzieningen. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 30 maart 2026 en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze uitspraak.