ECLI:NL:RBDHA:2026:14281

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
30 mei 2026
Zaaknummer
C/09/697706 / FA RK 26-370
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377g BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige wijziging zorgregeling minderjarige wegens gezinsdynamiek vaderlijk huis

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van een tienjarige minderjarige om de zorgregeling te wijzigen. De minderjarige gaf aan minder vaak en minder lang bij zijn vader te willen zijn vanwege spanningen en ruzies tussen zijn vader en diens partner, wat hem hoofdpijn bezorgt en hem somber maakt.

De ouders oefenden gezamenlijk gezag uit en waren het niet eens over de wijziging; de moeder steunde de wens van de minderjarige, de vader wilde de regeling behouden. De kinderrechter sprak met de minderjarige en betrok een rapport van Veilig Thuis, dat bevestigde dat de situatie thuis bij de vader onrustig en emotioneel belastend is voor de minderjarige.

De rechtbank besloot de zorgregeling voorlopig te wijzigen zodat de minderjarige doordeweeks niet meer bij zijn vader verblijft, maar wel op zaterdagmiddag tot maandagochtend. Ook blijft de minderjarige op dinsdag na schooltijd bij zijn oma aan vaderszijde. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 1 augustus 2026 om de voortgang van de hulpverlening en de situatie te evalueren.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt voorlopig de zorgregeling zodat de minderjarige doordeweeks minder bij zijn vader verblijft vanwege spanningen in het gezin.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-370
Zaaknummer: C/09/697706
Datum beschikking: 29 april 2026

Informele rechtsingang

Beschikkingnaar aanleiding van de op 14 januari 2026 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:

[minderjarige 1] ,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden,
en

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft op 14 januari 2026 de brief ontvangen die [minderjarige 1] met hulp van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel heeft gestuurd.
Op 17 februari 2026 heeft [minderjarige 1] in een gesprek met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over deze brief.
Bij brief van 19 februari 2026 heeft de rechtbank de ouders ingelicht over het gesprek met [minderjarige 1] en hen uitgenodigd voor een zitting om hun mening over de wensen van [minderjarige 1] aan de rechtbank kenbaar te maken. Ook de Raad voor de Kinderbescherming is voor de zitting uitgenodigd.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het bericht van 27 maart 2026, met bijlagen, van de vader.
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2026. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat en de moeder bijgestaan door haar advocaat.

Feiten

- De vader en de moeder zijn geregistreerd partners geweest van [dag 1] 2015 tot [dag 2] 2021.
- Zij zijn de ouders van [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 2 april 2021 is – voor zover hier van belang – onder meer:
- het geregistreerd partnerschap van de ouders ontbonden;
- bepaald dat [minderjarige 1] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
- een voorlopige zorgregeling vastgesteld;
- bepaald dat de ouders worden doorverwezen naar ouderschapsbemiddeling.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 20 januari 2023 is conform de overeenstemming tussen de ouders bepaald dat de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal gelden:
- op maandag haalt de moeder [minderjarige 1] om 14.35 uur uit school;
- op dinsdag brengt de moeder [minderjarige 1] naar school en haalt de oma (vaderszijde) [minderjarige 1] uit school;
- [minderjarige 1] verblijft van dinsdag 17.00 uur tot donderdag naar school bij de vader;
- [minderjarige 1] verblijft van donderdag uit school tot zaterdag 17.00 uur bij de moeder;
- [minderjarige 1] verblijft van zaterdag 17.00 uur tot maandag naar school bij de vader.
- Bij beschikking van 27 november 2024 zijn de verzoeken van de moeder om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en de kinderalimentatie te wijzigen afgewezen.
- De moeder is ook moeder van [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2] .
- De vader is op 18 september 2024 getrouwd met [naam 1] ( [naam 1] ). Zij zijn de ouders van [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2023 te [geboorteplaats 2] . De kinderen van [naam 1] – [naam 2] en [naam 3] – zijn ook onderdeel van dat gezin.

Aanvraag informele rechtsingang

[minderjarige 1] heeft de kinderrechter gevraagd om de zorgregeling te wijzigen. Hij wil van maandag tot en met zaterdag bij zijn moeder zijn en van zondagochtend tot maandagochtend bij zijn vader.

Beoordeling

Vooraf
Op grond van de artikelen 1:253a en 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter naar aanleiding van een aanvraag van een minderjarige van twaalf jaar of ouder ambtshalve een beslissing nemen over de zorgregeling. Hetzelfde geldt als de minderjarige de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen.
[minderjarige 1] is tien jaar. De kinderrechter heeft met [minderjarige 1] gesproken en stelt dat hij, ook al is hij nog geen twaalf jaar, wel duidelijk en consequent aangeeft hoe het met hem gaat, wat hij graag wil en wat hij vindt dat goed voor hem is. Daarom zal de kinderrechter beoordelen of de zorgregeling moet worden aangepast.
Voorlopige wijziging zorgregeling
[minderjarige 1] heeft met hulp van de Kinder- & Jongerenrechtswinkel een brief geschreven aan de kinderrechter. De kinderrechter heeft met [minderjarige 1] gesproken over zijn brief. [minderjarige 1] heeft verteld dat hij liever minder vaak en minder lang naar zijn vader gaat. Hij heeft het fijn met zijn vader, maar hij vindt het niet leuk dat zijn vader en [naam 1] veel ruzie hebben. [minderjarige 1] vindt het ook niet leuk dat zijn vader en [naam 1] schreeuwen tegen hem, [naam 2] en [naam 3] , en dat [naam 1] daar lelijke woorden bij gebruikt. Soms doen [naam 2] en [naam 3] [minderjarige 1] pijn of voelt [minderjarige 1] zich door hen buitengesloten. Hierdoor voelt [minderjarige 1] zich bij vader thuis soms helemaal niet fijn en daar krijgt hij hoofdpijn van.
De kinderrechter heeft op de zitting met de ouders gesproken over de wens van [minderjarige 1] en de achtergrond daarvan. De ouders verschillen van mening of de zorgregeling moet worden gewijzigd of niet; de moeder staat achter de wens van [minderjarige 1] , maar de vader wil de zorgregeling houden zoals deze nu is. Beide ouders erkennen wel dat [minderjarige 1] de laatste tijd minder goed in zijn vel zit. De kinderrechter heeft hierbij de brief met bevindingen van Veilig Thuis van 25 februari 2026 besproken. Uit de informatie van Veilig Thuis blijkt ook dat het niet zo goed gaat met [minderjarige 1] ; hij is somberder, trekt zich meer terug en geeft aan dat zijn hoofd ‘vol’ zit. Veilig Thuis wijst er ook op dat hoog oplopende emoties voor een gevoelige jongen als [minderjarige 1] onveilig kunnen aanvoelen. [minderjarige 1] is positief over allebei zijn ouders, maar hij vindt het momenteel lastig bij vader en [naam 1] thuis. Veilig Thuis vermeldt daarover: ‘ [minderjarige 1] wijst u als vader nergens af. Integendeel: [minderjarige 1] spreekt juist heel positief over de band met zowel u, zijn halfbroertje [minderjarige 3] , als met zijn moeder. Hij geeft duidelijk aan dat hij van u houdt en dat hij u een fijne vader vindt. In zijn eigen woorden en passend bij zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau legt hij uit dat er op dit moment een andere reden is waarom hij liever bij zijn moeder is. Deze reden heeft niets te maken met minder liefde of waardering voor u als vader, maar wel met de drukte en uitdagingen in uw gezin waardoor hij spanningen ervaart en dat dit voor hem lastig is. Vanuit dat gevoel heeft hij de wens meer bij zijn moeder te willen zijn, niet vanuit afwijzing van u.’ Deze bevindingen van Veilig Thuis komen overeen met wat [minderjarige 1] met de kinderrechter heeft besproken. Dat [minderjarige 1] op dit moment liever meer bij zijn moeder is, heeft niet te maken met de band met zijn vader maar met de gezinsdynamiek bij de vader thuis. De stiefbroertjes [naam 2] en [naam 3] maken onderdeel uit van het gezin. Zij hebben extra zorgbehoeften. Door wat er bij de vader thuis speelt, ervaart [minderjarige 1] de situatie bij vader en [naam 1] als druk. Dat is voor hem lastig.
De ouders zijn het er beiden over eens dat verandering in de huidige situatie nodig is.
Veilig Thuis heeft daarom met de ouders afspraken gemaakt en heeft advies gegeven over de hulpverlening die ingeschakeld kan worden. De ouders hebben al contact opgenomen met het Wijkteam ( [wijk] ) voor een traject Solo parallel ouderschap en een traject voor [minderjarige 1] waarbij hij zijn gevoelens kan uiten en waar gewerkt wordt aan zijn zelfvertrouwen en weerbaarheid. Hiernaast zal er in het gezin van vader hulpverlening starten om vader en [naam 1] te ondersteunen bij de opvoeding van [naam 2] en [naam 3] .
De kinderrechter vindt het positief om te horen dat de ouders aan de slag gaan met de geadviseerde hulpverlening. Hopelijk gaat dat verandering brengen in de huidige situatie. De kinderrechter vindt het echter ook in het belang van [minderjarige 1] dat hij, in ieder geval tijdelijk, minder in de gezinsdynamiek bij vader thuis verblijft waar hij nu zoveel last van heeft. Het is op dit moment te onrustig voor [minderjarige 1] om ook doordeweeks bij de vader thuis te zijn. Wel vindt de kinderrechter het in het belang van [minderjarige 1] – voor zover dit nog wordt uitgevoerd – dat hij op dinsdag uit school tot 17.00 uur bij oma vaderszijde is. Tijdens de zitting is namelijk ter sprake gekomen dat oma een grote steun is voor [minderjarige 1] . De rechtbank neemt dit ook op in het dictum. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter voorlopig de zorgregeling wijzigen en bepalen dat [minderjarige 1] voorlopig iedere week van zaterdag 17.00 uur tot maandag naar school bij de vader is.
De kinderrechter vindt het belangrijk om over drie maanden te horen of de hulpverlening is opgestart, hoe de hulpverlening verloopt en hoe het dan gaat met [minderjarige 1] . De kinderrechter zal daarom de zaak drie maanden pro forma aanhouden. Op 1 augustus 2026 moeten de ouders via hun advocaten de kinderrechter informeren over de stand van zaken en de gewenste voortgang van deze procedure.
Brief voor [minderjarige 1]
Tot slot vindt de kinderrechter het belangrijk de ouders te laten weten dat aan [minderjarige 1] gelijktijdig met de beschikking een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd.
In die brief is het volgende opgenomen:
Beste [minderjarige 1] ,
Op 17 februari hebben wij elkaar gesproken. Je vertelde mij dat je liever wat minder vaak en wat minder lang naar je vader gaat. Je hebt het heel fijn met je vader en jullie doen leuke spelletjes, maar je vindt het niet leuk dat je vader en [naam 1] veel ruzie hebben. Je vindt het ook niet leuk dat je vader en [naam 1] schreeuwen tegen jou, [naam 2] en [naam 3] , en dat [naam 1] daar lelijke woorden bij gebruikt. Soms doen [naam 2] en [naam 3] jou pijn en als jij er dan iets van zegt, gaan ze huilen. Je vertelde dat je je bij je vader thuis soms helemaal niet fijn voelt en er hoofdpijn van krijgt.
Op 1 april heb ik jouw ouders gesproken. Zij zien allebei dat jij niet zo gelukkig bent en dat vinden zij heel erg. Zij hebben mij verteld dat er andere grote mensen gaan helpen om ervoor te zorgen dat jij weer blij wordt. Er gaat iemand met jou praten over hoe het met jou gaat. En er gaan ook mensen met jouw vader, met [naam 1] en met jouw moeder praten. En misschien ook wel met [naam 2] en [naam 3] , maar dat weet ik niet zeker. Het is de bedoeling dat het uiteindelijk allemaal wat rustiger wordt bij je vader thuis. Dat er niet meer zoveel ruzie is en dat er niet meer wordt geschreeuwd of lelijke woorden worden gezegd. Ik denk dat dat fijner is voor jou en dat je dan minder hoofdpijn zult hebben.
Het gaat wel even duren voordat alles wat beter gaat en jij je hopelijk weer fijn gaat voelen bij je vader thuis. Daar kun jij niks aan doen, soms hebben dingen wat tijd nodig. Ik vind het wel belangrijk dat er toch al snel iets voor jou gaat veranderen. Ik wil graag dat jij je gelukkig voelt en dat je het goed doet op school en fijn met vriendjes kunt spelen. En dat je minder last hebt van je volle hoofd.
Daarom heb ik besloten dat je doordeweeks niet meer naar je vader gaat. Je gaat nog wel op zaterdagmiddag en blijft dan tot maandagochtend. Als jij nu nog op dinsdag naar oma gaat, dan blijf je dat doen. Van oma ga je dan voortaan naar je moeder en daar blijf je dan weer tot zaterdagmiddag. Zo zie je je vader toch nog vaak en kunnen jullie op zondag leuke dingen doen.
Over een tijdje ga ik weer met jou en met jouw ouders praten. Dan gaan we kijken of al die andere grote mensen goed hebben geholpen en of het al wat beter met jou gaat. Dan kijk ik ook hoe het voor jou en je ouders is dat je wat minder vaak bij je vader bent, en of dat zo moet blijven of niet.
Ik hoop dat je hoofd zo wat rustiger wordt. Ik hoop ook dat je op zondag veel bordspelletjes met je vader kunt spelen, en dat je af en toe ook lekkere pizza met tomatensaus, ham en kaas met je vader kunt maken. En opeten! Over een tijdje spreek ik jou dan weer om te horen hoe het gaat. Daarvoor krijg je een uitnodiging van mij. Tot dan, [minderjarige 1] !
Hartelijke groetjes,
de kinderrechter

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 20 januari 2023 – :
*
bepaalt ambtshalve dat
voorlopigde volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal gelden:
  • op maandag haalt de moeder [minderjarige 1] om 14.35 uur uit school;
  • op dinsdag brengt de moeder [minderjarige 1] naar school en haalt de oma vaderszijde
[minderjarige 1] uit school;
  • [minderjarige 1] verblijft van dinsdag 17.00 uur tot zaterdag 17.00 uur bij de moeder;
  • [minderjarige 1] verblijft van zaterdag 17.00 uur tot maandag naar school bij de vader;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere verdere beslissing over de
zorgregelingwordt aangehouden tot
1 augustus 2026 pro forma;
bepaalt dat de vader en de moeder zich uiterlijk op de pro formadatum moeten uitlaten over de stand van zaken en de verdere voortgang van de procedure;
bepaalt dat de verdere behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een nader te bepalen wijze.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Verkerk als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 29 april 2026.