Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 18 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de man]
[de vrouw]
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken;
- de brief van 12 september 2025 van de man;
- de brief van 9 oktober 2025 van de man;
- het bericht met bijlage van 16 december 2025 van de man;
- het aanvullend verzoekschrift van 17 maart 2026 van de man;
- het aanvullende verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de vrouw.
- de man bijgestaan door zijn advocaat,
- de vrouw bijgestaan door haar advocaat,
- [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming,
- [naam 2] en [naam 3] namens de gecertificeerde instelling.
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2021 in [plaats 1] .
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] verblijft bij de ouders van de vrouw (opa en oma vz).
- Deze rechtbank heeft op 27 maart 2025 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat:
- de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats 2] , en beveelt mitsdien dat de vrouw die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] , aan de man zal worden toevertrouwd;
- de regie van de voorlopige zorgregeling tussen de vrouw en [minderjarige] bij Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland zal liggen.
- Bij beschikking van 18 augustus 2025 van de kinderrechter van deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 18 augustus 2026.
- Bij beschikking van 15 februari 2026 van de kinderrechter van deze rechtbank is de uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleegzorg verlengd tot 18 juni 2026. Het verzoek van de gecertificeerde instelling is voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen zitting voor 18 juni 2026.
Verzoek en verweer
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de man;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige] , in die zin dat de rechtbank in goede justitie een regeling zal bepalen;
- verbod aan de vrouw om zonder uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van de man foto’s en/of filmpjes van [minderjarige] op social media te plaatsen, te verspreiden of openbaar te maken voor een periode van 10 jaar, althans een door de rechtbank te bepalen periode, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 10.000,-;
- de vrouw te gelasten om binnen 7 dagen na betekening van de beschikking alle reeds geplaatste foto’s en/of filmpjes van [minderjarige] te verwijderen, op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 10.000,-;
- aan de man vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vrouw vervangt:
- om [minderjarige] in te schrijven bij een huisarts in [plaats 3];
- om [minderjarige] in te schrijven bij een tandarts in [plaats 3] voor reguliere controles;
- om [minderjarige] in te schrijven bij een consultatiebureau in [plaats 3];
- aan de man vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming van de vrouw vervangt, om in overleg met de pleegouders ziekenhuisbezoeken voor spoedeisende zorg of specialistische behandelingen door de pleegouders te laten begeleiden;
- naar de rechtbank begrijpt, toewijzing van het voortgezet gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats 2] tot zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform het voorstel van de man uit het aanvullend verzoekschrift onder randnummer 27 tot en met 38;
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw;
- vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van € 1.500,- netto per maand, met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, en te bepalen dat deze bijdrage jaarlijks zal worden geïndexeerd overeenkomstig artikel 1:402a BW;
- bepaling dat bij de verkoop van de echtelijke woning aan een derde, de overwaarde van de woning bij helfte dient te worden verdeeld;
Beoordeling
Beslissing
ten aanzien van de partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschaptot
1 oktober 2026 pro forma.