ECLI:NL:RBDHA:2026:14377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/09/686164 / FA RK 25-4095
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling zorgregeling en contactherstel kinderen na incident

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen na een opbouwperiode bij hem zouden verblijven. De bijzondere curator was benoemd om de belangen van de minderjarige kinderen te behartigen en bracht verslag uit over de situatie. Sinds een incident in juli 2022 is het contact tussen de vader en de kinderen grotendeels verbroken, waarbij de kinderen zich onveilig en boos voelen. De kinderen en de moeder staan niet open voor contactherstel of hulpverlening.

De vader erkent het loyaliteitsconflict waarin de kinderen verkeren en wil het contact herstellen, maar de moeder benadrukt dat rust en herstel nu voorop moeten staan en dat afdwingen van contact niet in het belang van de kinderen is. De rechtbank concludeert dat hoewel contact met beide ouders belangrijk is, het afdwingen van contact of hulpverlening op dit moment averechts zal werken en meer weerstand zal oproepen.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een raadsonderzoek en wijst de verzoeken van de vader af. De bijzondere curator wordt ontslagen en iedere partij draagt de eigen proceskosten. De beslissing is genomen met het oog op het belang en welzijn van de kinderen, waarbij het risico op verdere schade door gedwongen contact wordt vermeden.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling zorgregeling en contactherstel wordt afgewezen wegens gebrek aan draagvlak en het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4095
Zaaknummer: C/09/686164
Datum beschikking: 30 april 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 2 juni 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.W. Kuiper in Den Haag.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.A. Breetveld in Den Haag;
en

mr. J.E.C. Verhoeff in Den Haag,

in de hoedanigheid van bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

Procedure

Bij tussenbeschikking van 10 oktober 2025 van deze rechtbank is mevrouw mr. J.E.C. Verhoeff benoemd als bijzondere curator over de kinderen en is het verzoek van de vader aangehouden in afwachting van het verslag van de bijzondere curator.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het op 2 februari 2026 ingekomen verslag van de bijzondere curator;
  • het bericht van 3 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht van 11 februari 2026 van de vader.
Op 26 maart 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de advocaat van de moeder;
  • de bijzondere curator;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat de kinderen na een door
de rechtbank te bepalen opbouwperiode bij de vader zullen verblijven om de week één
week, alsmede de helft van alle vakantieperioden en alle feestdagen, een en ander met
uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.
Verzoek ten aanzien van [jongmeerderjarige]
Omdat [jongmeerderjarige] op [dag] 2025 meerderjarig is geworden, kan de rechtbank geen beslissingen meer over hem nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader ten aanzien van [jongmeerderjarige] afwijzen.
Verslag bijzondere curator [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
De bijzondere curator heeft [minderjarige 1], [minderjarige 2] en beide ouders eenmalig gesproken over het contact tussen de vader en de kinderen. Verdere gesprekken zijn niet van de grond gekomen, ondanks inspanningen van de bijzondere curator. Uit het rapport van de bijzondere curator en haar toelichting op zitting blijkt het volgende.
Sinds het incident op 21 juli 2022 is er geen contact tussen vader en [minderjarige 2] en [minderjarige 2] staat nu ook niet open voor contactherstel of een herstelgesprek. Met [minderjarige 1] had de vader nog af en toe contact, maar ook dit contact is verbroken in de afgelopen periode. [minderjarige 1] vindt het lastig dat hij de enige broer is die nog contact heeft met de vader. Volgens de bijzondere curator heeft het incident grote indruk heeft gemaakt op de kinderen. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben zich onveilig en bang gevoeld en de boosheid hierover voert de boventoon. De vader wil graag in gesprek over het voorval maar [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wijzen dat af. De bijzondere curator ziet aanwijzingen dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een loyaliteitsconflict verkeren. Hun loyaliteit ligt vooral bij de moeder. Het is lastig vast te stellen of hun weerstand tegen vader wordt beïnvloed door een loyaliteitsconflict.
De bijzondere curator acht de huidige situatie niet wenselijk omdat het belangrijk is voor kinderen om met beide ouders contact te hebben. Een gezamenlijk gesprek van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] (en [jongmeerderjarige]) met de vader of een gesprek met hulpverlening zou wellicht de boosheid bij de kinderen doen afnemen en daarmee een eerste stap naar contactherstel kunnen zijn. Voor een dergelijk gesprek en voor hulpverlening is medewerking van beide ouders en van de kinderen nodig. De moeder en de kinderen staan daar echter niet voor open.
Standpunt vader
De vader is het eens met de constatering dat de weerstand van de kinderen mede is ontstaan door het loyaliteitsconflict waar zij zich in bevinden. De vader stelt dat dit terug is te zien in de weigerachtige houding van moeder ten aanzien van een herstelgesprek over het incident in de auto. De vader acht de boosheid waar de kinderen al 3,5 jaar mee kampen erg schadelijk. De vader stelt dat hij de kinderen al 3 jaar rust en ruimte heeft gegeven maar dat dit kennelijk geen opening geeft. De vader vindt de aanpak “de tijd zal het leren’’ dan ook niet wenselijk en acht dit niet in het belang van de kinderen.
Standpunt moeder
Volgens de moeder hebben de kinderen zowel bij de kinderrechter als bij de bijzondere curator hun mening duidelijk gemaakt. Gelet op de leeftijd van de kinderen is afdwingen van contact niet in hun belang. De moeder stelt dat rust en herstel nu voorop moeten staan. De kinderen ervaren de procedure al als stressvol. Zij staat dan ook niet open voor een gesprek tussen de kinderen en de vader. Indien er in de toekomst ruimte bij de kinderen ontstaat voor contactherstel zal de moeder hen daarin vanzelfsprekend op positieve wijze ondersteunen. De verzoeken van de vader dienen dan ook te worden afgewezen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank zal de verzoeken van de vader afwijzen. Uitgangspunt is dat ieder kind recht heeft op onbelast contact met beide ouders, omdat dit belangrijk is voor een evenwichtige identiteitsontwikkeling. De kinderen zijn echter nog altijd heel boos over wat er is voorgevallen en zij voelen zich niet gehoord en begrepen door de vader. Duidelijk is dat er daardoor op dit moment bij [minderjarige 2] geen ruimte is voor contactherstel en dat [minderjarige 1] wel contact wil, maar daarbij zelf de regie wil houden. De rechtbank deelt de conclusie van de bijzondere curator dat de kinderen gebaat zouden zijn bij hulpverlening om het gesprek met de vader aan te gaan over – in ieder geval – het incident in juli 2022. De kinderen en de moeder staan echter niet open voor hulpverlening of een gezamenlijk gesprek met de vader.
De rechtbank ziet zich gesteld voor een gecompliceerde afweging. De rechtbank ziet kinderen die gebaat zouden zijn bij normalisering van de relatie met hun vader en daarvoor hulpverlening nodig hebben. Tegelijkertijd ziet de rechtbank dat de kinderen daar niet voor open staan en dat hun weerstand tegen de vader groeit als er druk op hen gelegd wordt om het contact met hem aan te gaan. Illustratief daarvoor is dat [minderjarige 1] het contact met zijn vader na de start van deze procedure heeft verbroken en pas recent een voorzichtige eerste stap heeft gezet om dat contact weer aan te gaan. Gedwongen contact en/of hulpverlening in een gedwongen kader zal alleen nog maar meer druk op de kinderen leggen en daarmee naar verwachting van de rechtbank meer weerstand tegen het contact met de vader oproepen en dus averechts werken.
De raad heeft de rechtbank in overweging gegeven een raadsonderzoek te gelasten, zodat door het horen van informanten onderzocht kan worden of er meer is voorgevallen dan alleen het ene incident als gevolg waarvan het contact tussen de vader en de kinderen (grotendeels) is verbroken. De Raad ziet daarbij als risico dat een dergelijk onderzoek meer weerstand kan oproepen bij de kinderen. De rechtbank zal geen raadsonderzoek gelasten. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen over het afdwingen van contact en hulpverlening ziet de rechtbank niet goed in waartoe een raadsonderzoek zou kunnen leiden. Behalve het contactverlies met de vader zijn er geen zorgen over het functioneren van de kinderen. Ook als uit gesprekken met informanten blijkt dat er meer is voorgevallen dan het ene incident in juli 2022, komt contactherstel daarmee nog niet in zicht, omdat er geen draagvlak is voor de daarvoor benodigde hulpverlening.
Andere manieren om contactherstel met [minderjarige 2] of intensivering van het contact met [minderjarige 1] te bewerkstelligen ziet de rechtbank niet in deze zaak, mede gelet op de leeftijd van [minderjarige 2] en [minderjarige 1]. Dat betekent dat de rechtbank de verzoeken van de vader zal afwijzen. De rechtbank begrijpt dat deze uitkomst voor de vader onbevredigend is en dat hij de wens heeft om alle beschikbare middelen aan te wenden om het contact met de kinderen te herstellen. Toch is de rechtbank van oordeel dat het risico te groot is dat inzet van (verdere) interventies op dit moment alleen maar voor meer weerstand bij de kinderen zal zorgen en dus niet in hun belang is.
Ontslag bijzondere curator
De rechtbank zal de bijzonder curator van haar taak ontslaan omdat in deze zaak een eindbeschikking wordt uitgesproken.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst de verzoeken af;
*
ontslaat de bijzondere curator van haar taak;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.S. Matthijssen, kinderrechter, bijgestaan door mr. T.D. Somer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 april 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!