Uitspraak
Alimentatie
Beschikking op het op 3 maart 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift, van de vrouw;
- het verweerschrift van 13 mei 2025, van de man;
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] ;
- De man is ook de vader van de minderjarigen:
- De man is ook de vader van de jongmeerderjarige [de jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 5] 2006.
- De man is ook de vader van de meerderjarige [de meerderjarige] , geboren op 6 april 2005.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] uit.
- [de minderjarige 1] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw.
- De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Poolse nationaliteit.
- Partijen zijn in juli 2019 in een ouderschapsplan overeengekomen dat de man vanaf de datum van ondertekening van het ouderschapsplan voor [de minderjarige 1] een kinderalimentatie van € 240,- per maand aan de vrouw zal voldoen.
Verzoek en verweer
- vast te stellen dat de man op grond van het ouderschapsplan gehouden is een kinderalimentatie van € 240,- per maand aan de vrouw te voldoen, met ingang van 29 juli 2019, waarop de wettelijke indexering van toepassing is per 1 januari 2020;
- de man te veroordelen om binnen veertien dagen na de datum van de beschikking aan de vrouw te voldoen de achterstand van de overeengekomen kinderalimentatie en niet betaalde indexeringen tot en met maart 2025 van € 3.402,57, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de indiening van het verzoekschrift;
- te bepalen dat de man gehouden is om met ingang van 1 april 2025 aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen een kinderalimentatie van € 301,95 per maand en met ingang van 1 januari 2026 een kinderalimentatie van € 315,84 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen,
Beoordeling
€ 1.385,- per maand en haar draagkracht op € 63,-.
Kinderalimentatie
€ 1.645 bruto per maand, zoals volgt uit haar uitkeringsspecificaties van januari en februari 2026. Verder houdt de rechtbank rekening met een vakantietoeslag van 8% en de algemene heffingskorting. Het NBI van de vrouw is € 1.901,-.
Beslissing
bepaalt de door de man met ingang van 1 mei 2026 te betalen kinderalimentatie voor de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] , op € 270,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.