Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14446

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/09/690556 / FA RK 25-6394
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:274 lid 3 BWArt. 1:266 BWArt. 1:267 BWArt. 1:377b BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vader tot omgang, gezag en informatieregeling met minderjarige kinderen

De vader verzocht de rechtbank om omgang met zijn minderjarige kinderen, het gezamenlijk gezag over hen en een informatieregeling waarbij hij maandelijks informatie en foto's zou ontvangen. De kinderen wonen bij de moeder, die het gezag alleen heeft sinds een eerdere beschikking. De vader heeft sinds 2019 geen contact met de kinderen gehad en werd vrijgesproken van beschuldigingen van huiselijk geweld. Hij stelt dat er sprake is van ouderverstoting en wil contactherstel via een bijzondere curator of deskundige.

De moeder verzet zich tegen het verzoek en stelt dat er geen relevante wijziging van omstandigheden is en dat het contact met de vader schadelijk is voor de kinderen, die lijden aan PTSS en andere klachten door het verleden. De kinderen zelf hebben schriftelijk aangegeven geen contact te willen en ervaren stress en angst door de procedure.

De rechtbank oordeelt dat de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof, waarin het gezag van de vader werd beëindigd en omgang werd afgewezen, niet op onjuiste of onvolledige gegevens waren gebaseerd. Er is geen relevante wijziging van omstandigheden sinds de beschikking van het hof in april 2024. De verzoeken van de vader worden daarom afgewezen. Ook het verzoek tot een informatieregeling wordt afgewezen vanwege het belang van de kinderen en de angst die het contact met de vader bij hen oproept.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de vader tot omgang, gezag en informatieregeling af wegens het ontbreken van relevante wijziging van omstandigheden en het belang van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-6394
Zaaknummer: C/09/690556
Datum beschikking: 1 mei 2026

Omgang

Beschikking op het op 20 augustus 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. WN. Sardjoe te ’s-Gravenhage,
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

volgens de gegevens in BRP: [de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Verschoor te Rozenburg,

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vader;
  • het bericht, met bijlage, namens de vader van 19 maart 2026;
  • het verweerschrift, met bijlagen, namens de moeder.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben schriftelijk hun mening gegeven over de verzoeken.
Op 3 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam 1] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Van de zijde van de vader is een pleitnotitie overgelegd.

Feiten

  • De ouders zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2006 tot [datum 2] 2020.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats] ,
en van
- [de meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 3] 2006 (inmiddels meerderjarig).
  • De ouders en de kinderen hebben allen de Duitse nationaliteit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Bij beschikking van 17 december 2021 van deze rechtbank is bepaald dat de moeder de vader eenmaal per drie maanden schriftelijk per brief of e-mail moet informeren over gewichtige aangelegenheden.
  • De moeder is bij beschikking van 11 september 2023 van deze rechtbank, en door het Hof op 24 april 2024 bekrachtigd, alleen met het gezag over de minderjarigen belast.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
- ten aanzien van de omgang:
o als voorlopige beslissing
 te bepalen dat de minderjarigen en vader elkaar zullen zien bij deskundige [naam 2] , althans een bijzondere curator te benoemen met bepaling dat er minimaal acht gesprekken gaan komen tussen vader en de kinderen, en de zaak bij tussenbeschikking aan te houden voor 3 maanden,
o en vervolgens als definitieve beslissing
 te bepalen dat de man de minderjarigen bij zich kan hebben, op een nader door de vader aan de rechtbank kenbaar te maken wijze, althans een beslissing te nemen welke de rechtbank redelijk acht,
- ten aanzien van de informatieregeling:
o te bepalen dat moeder de vader 1 x per maand zal mailen omtrent de ontwikkelingen van de kinderen met een foto per kind per maand waarbij zal worden gemaild – op een eventueel apart door beide ouders aan te maken mailadres – zonder tussenkomst van derden,
- bij wijze van voorwaardelijk verzoek
o vast te stellen dat het gezag met ingang van de datum van uw beschikking gezamenlijk zal zijn
met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De moeder verzoekt zelfstandig de man niet ontvankelijk te verklaren.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.
OmgangWettelijk kaderTen aanzien van de verzoek van de vader om te komen tot contactherstel geldt dat deze alleen dan kunnen worden toegewezen wanneer er sprake is van een wijziging van omstandigheden, of wanneer er bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan (artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW)).
Standpunt vader
De vader heeft de kinderen sinds de relatiebreuk in mei 2019 niet meer gezien. Kort na de relatiebreuk heeft de moeder een begeleide omgangsregeling voorgesteld waarmee de vader akkoord is gegaan, maar hier is nooit uitvoering aan gegeven. Volgens de vader is er sprake van ouderverstoting door de moeder. De moeder heeft de vader beschuldigd van jarenlang huiselijk geweld. Uit loyaliteit naar de moeder hebben de kinderen dit bevestigd naar derden en de vader is strafrechtelijk vervolgd voor het door de moeder gestelde huiselijk geweld. Deze strafrechtelijke procedure heeft er volgens de vader toe geleid dat er een negatief beeld van de vader is geschetst in de familierechtelijke procedures. Daardoor is er geen contact meer geweest tussen de vader en de kinderen. Het gerechtshof ’s-Gravenhage (hierna: het hof) heeft de vader op 20 juni 2023 hiervan vrijgesproken. De vader wenst het contact met de kinderen te herstellen en is bereid alles te doen wat in redelijkheid van een vader verwacht kan worden om dit te doen. De vader stelt voor om voor de minderjarigen een bijzondere curator te benoemen of gesprekken bij een orthopedagoog te starten. De vader hoopt, nu de kinderen oud genoeg zijn, dat zij open zullen staan voor het wegnemen van een onjuist vaderbeeld en vervolgens contactherstel.
Standpunt moeder
De moeder is van mening dat er sprake is van misbruik van procesrecht aan de zijde van de man. In het verleden zijn er tussen de vader en de moeder vele procedures gevoerd en uiteindelijk heeft het hof op 24 april 2024 de eerdere beslissingen van de rechtbank bevestigd. Het hof was eveneens van oordeel dat omgang tussen de kinderen en de man in strijd was met de zwaarwegende belangen van de kinderen en dat het ouderlijk gezag van de vader moest worden beëindigd. De vader probeert die procedures over te doen. Volgens de vrouw is er geen sprake van wijziging van omstandigheden dan wel dat er is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. De vrouw stelt daarnaast onder meer dat er in het strafproces geen aandacht is geweest voor de relatie tussen de man en de vrouw ten tijde van het huwelijk en daarna. Het ernstige patroon van psychologische mishandeling als onderdeel van dwingende controle is indertijd niet erkend door de rechtbank doordat men het dwingende controlepatroon nog niet kende en er is dus ook niet naar gehandeld. De vrouw en de kinderen willen absoluut geen contact met de man vanwege hetgeen hij hen heeft aangedaan en wat hen nog steeds achtervolgt en leidt onder andere tot symptomen zoals nachtmerries, flashbacks, negatieve associaties, herbelevingen, angst- en depressieve klachten, emotionele disregulatie met woede-uitbarstingen. De kinderen zijn volstrekt ‘behandelmoe’ en willen niet meer bezig zijn met het verleden en met rechtszaken. Zelfs al zou de man in staat zijn spijt te betuigen dan is daarmee nog steeds de angst, afkeer en boosheid uit het lichaam en de subjectieve beleving van de kinderen is verdwenen. Aan de kinderen moet ruimte, veiligheid en rust worden gegeven om misschien in de toekomst of in het volwassenleven te kunnen herstellen, aldus de moeder.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat het hof in zijn beschikking van 24 april 2024 heeft beslist op dezelfde verzoeken van de vader die voorliggen in deze zaak: middels gesprekken met een deskundige komen tot contactherstel. Het betrof een procedure in hoger beroep van de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 11 september 2023. In die uitspraak heeft de rechtbank onder meer het gezag van de vader beëindigd en de verzoeken van de vader tot contactherstel afgewezen. De rechtbank heeft in haar overwegingen expliciet overwogen dat de vrijspraak van de vader in de strafzaak niet doorslaggevend is voor haar beslissingen. Het hof heeft de gronden voor de beslissing van de rechtbank overgenomen en tot de zijne gemaakt. Deze vrijspraak kan dus in het kader van deze procedure geen grond vormen voor een herbeoordeling van de verzoeken van de vader.
De rechtbank zal hierna beoordelen of er na de beschikking van het hof van 24 april 2024 sprake is van zodanige wijzigingen, en of er bij de eerdere beslissingen is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens.
Uit de stukken en op de zitting is niet gebleken dat zich sinds april 2024 aan de kant van de vader relevante wijzigingen hebben voorgedaan. Op de zitting heeft de rechtbank de vader hierover uitgebreid bevraagd. Onder meer werd de volgende overweging uit de beschikking van deze rechtbank van 11 september 2023 [1] voorgelegd:
“uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat hij zich niet houdt aan de veiligheidsafspraken en dat hij over de grenzen van de kinderen heengaat. Het lukt hem onvoldoende om tegemoet te komen aan de emotionele behoeften van de kinderen. Ondanks de wens van de kinderen om geen contact te hebben, blijft de vader dwingend zoeken naar contact.”Daarbij heeft de rechtbank aan de vader gevraagd of hij nadien over dit gedrag heeft gereflecteerd en/of hulp heeft gezocht en/of tot nieuwe inzichten is gekomen. Ter zitting heeft de vader hierover aangegeven dat hij deze beschrijving van zijn gedrag niet herkent, dat hij tijdens en na het proces veel steun heeft gehad van vrienden en familie en dat hij geen vorm van (professionele) hulpverlening heeft ingeschakeld om te reflecteren op zijn eigen aandeel in het ontstaan van de situatie te komen.
Over de ontwikkelingen aan de kant van de kinderen sinds april 2024 overweegt de rechtbank het volgende. Het hof heeft in zijn beschikking onder rechtsoverweging 5.9 het volgende overwogen:
“Het hof wenst, evenals de rechtbank, nog te benadrukken dat hoewel er op dit moment geen mogelijkheden bestaan tot het vastleggen van enigerlei vorm van contact tussen de vader en de kinderen, dit niet betekent dat dit op enig moment in de toekomst niet mogelijk zou kunnen zijn. Dat zal echter afhankelijk moeten worden gesteld van de ontwikkeling en de ruimte daartoe bij de kinderen.”
Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat er nog steeds geen enkele ruimte bij de kinderen is voor contactherstel met de vader. Daarnaast is er ook geen ruimte bij de kinderen om met hulpverlening te spreken over contact met de vader. De moeder verwijst hierbij ook naar de brieven die de kinderen aan de rechtbank hebben geschreven.
De vader heeft betoogd dat de moeder geen bewijs heeft overlegt om deze stellingen te onderbouwen. Er is niet aangetoond dat de kinderen hulpverlening hebben gehad of welke progressie de kinderen hebben gemaakt naar aanleiding van eventuele hulpverlening. Volgens de vader dient hieruit geconcludeerd te worden dat er wel ruimte bij de kinderen is voor contactherstel. Blijkens zijn beschikking van 24 april 2024 was immers de verwachting dat de kinderen rust zouden gaan ervaren door geen omgang met de vader, en dat dit ervoor zou zorgen dat er vooruitgang werd geboekt in de ingezette hulpverlening. Nu er geen bewijs is dat er geen vooruitgang is geboekt in de periode waarin er geen omgang is geweest tussen de vader en de kinderen, moet er, zo stelt de vader, worden geconcludeerd dat de rust niet het verwachte positieve effect heeft gehad. Daarmee is, zo begrijpt de rechtbank de stellingen van de vader, de reden voor het afwijzen van contactherstel komen te vervallen en dient er volgens de vader weer begonnen te worden met contactherstel tussen hem en de kinderen.
Hoewel dit niet gebruikelijk is, vindt de rechtbank het belangrijk om in deze beschikking de inhoud van de brieven van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] redelijk uitgebreid weer te geven. Dit is – gelet op de stellingname van de man omtrent het ontbreken van bewijs – de enige manier om goed inzichtelijk te maken wat er bij de kinderen speelt. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de moeder namens de kinderen geen bezwaar heeft gemaakt tegen het voorlezen van de brieven op de zitting.
[de minderjarige 2] schrijft onder andere dat hij, nu hij weet dat de vader deze procedure is opgestart, weer nachtmerries heeft en, in zijn woorden, ‘al die verschrikkelijke dingen’ opnieuw beleeft. De procedure geeft hem het gevoel dat zijn leven niets waard is. Hij voelt zich op nieuw onveilig en vraagt de rechtbank ‘alstublieft’ om ervoor te zorgen ervoor dat het stopt, dat zijn vader uit zijn buurt moet blijven, omdat hij grote angst voor hem heeft. Hij geeft onder meer aan dat zijn vader wist waar hij op school zat en regelmatig voor de school stond. Hij wist nooit als hij uit school kwam of hij er stond. Ook geeft hij in zijn brief aan dat zijn vader hem in het verleden sloeg, schopte, en tegen hem schold. Hij was bang en voelde zich onveilig en merkt op dat zijn vader nu alles ontkent wat hij niet wil horen. Ook geeft [de minderjarige 2] aan dat hij een lager schooladvies heeft gekregen in de periode dat deze procedure is gestart. Zijn hoofd zit vol met slechte herinneringen en angst en hij kan zich niet concentreren.
[de minderjarige 1] schrijft onder andere in haar brief:
“He continues to push for contact, which is causing me a lot of stress. (…) The only experiences I remember with my father were years of abuse and forced silence. (…) Being continuously pushed into a situation that I have clearly said I do not want is extremely overwhelming. It brings up painful memories and it affects my mental health. I feel stressed, anxious, and emotionally drained whenever this situation is brought up again. This ongoing pressure is not only unfair but it also makes me feel unsafe that even though we agreed my father would be out of my life he still has this constant control over me to rethink my past with him and for him to be able to keep pushing.(…) I’d also like to make it clear that I do not want to speak to a curator, and I do not want any sort of contact nor conversation with my father, even if it’s in the presence of a curator”.
Hieruit blijkt heel duidelijk dat er geen enkele ruimte is bij de kinderen voor contactherstel met de vader en dat zij niet openstaan voor enige vorm van hulpverlening. De moeder heeft tijdens de zitting aangegeven dat zij, als moeder van kinderen van twaalf en zestien jaar oud, niet in staat is de kinderen te dwingen deel te nemen aan hulpverlening. Uit eerdere beschikkingen van de rechtbank en het hof blijkt bovendien dat de kinderen grote weerstand hadden tegen het praten met hulpverleners. Bij [de minderjarige 1] was deze weerstand zo sterk dat [de minderjarige 1] een jaar lang niet mondeling, maar alleen schriftelijk kon communiceren met hulpverlening. Onder deze omstandigheden kan de rechtbank niet van de moeder verwachten dat zij haar stellingen over de mentale toestand van de kinderen met stukken (zoals verslagen van hulpverleners) onderbouwt en/of dat zij de kinderen dwingt tot het voeren van gesprekken met hulpverleners. Dit zou dit zorgen voor juist datgene waar de kinderen blijkens voorgaande beschikkingen zo onder hebben geleden: het gedwongen praten met hulpverleners in het kader van een rechtszaak, waarbij de vader inzage heeft in wat zij zeggen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om opnieuw een deskundige of hulpverlener in te schakelen om – ondanks de inhoud van hun brieven – te onderzoeken of zich een relevante wijziging van omstandigheden heeft voorgedaan, omdat de kinderen daar duidelijk niet aan toe zijn.
Uit het voorgaande volgt dat er ook aan de zijde van de kinderen geen relevante wijziging van omstandigheden is geweest sinds 24 april 2024. Zoals de vader tijdens de zitting zelf aangaf, geven de kinderen in deze procedure precies hetzelfde aan als in eerdere procedures, in dezelfde sterke bewoordingen. Er is geen positieve ontwikkeling zichtbaar en er is nog steeds geen enkele ruimte voor contactherstel met de vader. Dat is zorgelijk en dat is de realiteit. De rechtbank kan niet voorbij gaan aan deze realiteit.
Conclusie ten aanzien van contactherstelDe rechtbank concludeert dat er sinds de beslissing van het hof in 2024 zowel aan de kant van de vader als aan de kant van de kinderen geen relevante wijziging van omstandigheden is geweest. Ook is niet is gebleken dat er bij de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. De rechtbank wijst de verzoeken van de vader in het kader van contactherstel daarom af.
Gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:274 lid 3 BW Pro geldt in deze situatie dat het verzoek van de vader alleen kan worden toegewezen op grond van omstandigheden waarmee de rechter bij het geven van de beschikking geen rekening heeft kunnen houden.
Standpunt vader
De vader stelt dat het hof het gezag van de vader heeft beëindigd om ervoor te zorgen dat de kinderen de nodige rust en stabiliteit zullen ervaren (door het beëindigen van gezamenlijk gezag) om de reeds ingezette vooruitgang in hun hulpverlening te kunnen voortzetten en te kunnen blijven werken aan hun eigen ontwikkeling
.Nu volgens hem deze voorspelling van het hof niet is uitgekomen dient het gezamenlijk gezag in ere te worden hersteld.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat de vader niet heeft gesteld – en overigens ook niet is gebleken – dat er na de beslissing van het hof in 2024 zich omstandigheden hebben voorgedaan waarmee de rechter bij het geven van de beschikking geen rekening heeft kunnen houden.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. Het gezag van de vader is ingevolge de beschikkingen van de rechtbank van 11 september 2023 en van het hof van 24 april 2024 beëindigd op grond van artikel 1:266 jo Pro 1:267 BW. Volgens rechtbank en hof was er sprake van een situatie waarin de kinderen zodanig opgroeien dat zij in hun ontwikkeling ernstig werden bedreigd en was er niet binnen een voor de kinderen aanvaardbare termijn zicht op een zodanig herstel van de onderlinge verhoudingen dat de vader in staat zou zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen te dragen. Het hof baseerde zijn oordeel dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd enerzijds op het gegeven dat zowel de moeder als de kinderen kampten met PTSS-klachten naar aanleiding van de gedurende het huwelijk van de partijen bestaande situatie, waarbij volgens de moeder en de kinderen sprake was van jarenlang huiselijk geweld. Anderzijds baseerde het hof dit oordeel op het gegeven dat de vader zich niet hield aan de gemaakt veiligheidsafspraken, vaak over de grenzen van de kinderen heen ging en het hem onvoldoende lukte om tegemoet te komen aan de emotionele behoefte van de kinderen. De vader bleef op dwingende wijze contact opnemen met de kinderen via e-mail en verschijnt onaangekondigd op hun school, dit alles zeer tegen de wens van de kinderen in. De Raad heeft op de zitting van 24 april 2024 gesteld dat de situatie muurvast zit, hetgeen leidt tot een ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. Volgens de Raad was sinds de beëindiging van het gezag van de vader in september 2023 bij de kinderen ruimte ontstaan om zich vrijer te voelen. Voor de kinderen is het een geruststelling dat de vader geen informatie meer hoeft te ontvangen. Uit het voorgaande blijkt dat hierin niets is gewijzigd.
De rechtbank wijst daarom het verzoek van de vader om – zo vat de rechtbank zijn verzoek op – herstel in het gezag af.
Informatieregeling
Op grond van het eerste lid van artikel 1:377b BW is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen – zo nodig door tussenkomst van derden – over daaromtrent te nemen beslissingen. Op verzoek van de ouder kan de rechter ter zake een regeling vaststellen.
Blijkens de beschikking van het hof van 24 april 2024 gold er op dat moment een informatieregeling waarbij de moeder de vader via de gecertificeerde instelling informeerde over de kinderen. Inmiddels is de ondertoezichtstelling van de kinderen beëindigd waardoor de gecertificeerde instelling niet meer bij het gezin betrokken is. De rechtbank vat het verzoek van de vader op als een verzoek om rechtstreeks door de moeder geïnformeerd te worden over de kinderen. Op de zitting heeft de vader voorgesteld dit via een apart e-mailadres te doen. De moeder heeft naar voren gebracht dat de verzochte informatieregeling voorbijgaat aan de vraag wat het met de kinderen zal doen als de vader beschikt over informatie over hen. Volgens de moeder maakt alleen al de gedachte dat de vader zou beschikken over informatie over de kinderen, de kinderen angstig. Dit wordt door hen als dreiging ervaren.
De rechtbank oordeelt als volgt. In de beschikking van deze rechtbank van 11 september 2023 van deze rechtbank en van het hof van 24 april 2024 is overwogen dat er bij de moeder sprake is van PTSS-klachten. Op de zitting in april 2026 was duidelijk zichtbaar dat de moeder nog steeds last heeft van spanningsklachten; zodanig dat de zitting korte tijd moest worden onderbroken. In de beschikking van het hof is te lezen dat de kinderen zorgen hebben over het verschaffen van informatie over hen aan de vader. Dit wordt ook bevestigd in de recente brieven van de kinderen aan de rechtbank. Gezien het voorgaande vindt de rechtbank het zeer in strijd met het belang van de kinderen om het verzoek van de vader tot het vaststellen van een informatieregeling toe te wijzen of in dit kader een deskundige in te schakelen. De rechtbank wijst het verzoek van de vader om een informatieregeling vast te stellen daarom af.

Beslissing

De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 mei 2026.

Voetnoten

1.Overgenomen in de beschikking van het hof van 24 april 2024