ECLI:NL:RBDHA:2026:14482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en voortvarendheid verwijdering
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 februari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt voort en de rechtbank heeft eerder op 6 maart 2026 de rechtmatigheid van de bewaring tot dat moment bevestigd.
Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de verwijdering, met name omdat niet op dossierniveau wordt gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten voor een laissez passer. De rechtbank stelt dat alleen bij bijzondere omstandigheden op dossierniveau wordt gerappelleerd en dat de duur van de bewaring op zichzelf onvoldoende is voor een ander oordeel.
De rechtbank neemt in aanmerking dat verweerder meerdere malen schriftelijk heeft gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten en dat er diverse vertrekgesprekken met eiser hebben plaatsgevonden. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om eiser te horen over de toepassing van een lichter middel, omdat eiser geen feiten heeft aangevoerd die dat rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard omdat verweerder voldoende voortvarend handelt.