ECLI:NL:RBDHA:2026:14487
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning humanitair
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier humanitair niet-tijdelijk, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 4 juni 2024. Na bezwaar is dit besluit op 16 mei 2025 gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 11 november 2025, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was. Op dezelfde dag werd in een andere zaak uitspraak gedaan over het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.