Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14487

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
NL25.26382
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij bezwaar tegen afwijzing verblijfsvergunning humanitair

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier humanitair niet-tijdelijk, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluit van 4 juni 2024. Na bezwaar is dit besluit op 16 mei 2025 gehandhaafd. Verzoeker stelde beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 11 november 2025, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was. Op dezelfde dag werd in een andere zaak uitspraak gedaan over het beroep, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.26382
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. N.R.H. Boon),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Bonth).

Procesverloop

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier ‘humanitair niet-tijdelijk’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 4 juni 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 mei 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 november 2025, samen met NL25.26379, op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister.
Verzoeker en de gemachtigde van verzoeker zijn – met kennisgeving voorafgaand aan de zitting – niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.26379, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
zaaknummer: NL25.26382
2
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.