ECLI:NL:RBDHA:2026:1449

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL25.63371
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen schorsing overdracht asielzoekers aan Frankrijk

Verzoeksters, bestaande uit een moeder en haar minderjarige kinderen, hebben een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeksters stelden beroep in tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelt dat gezien de onverwijlde spoed en het feit dat verweerder zich niet verzet tegen het verzoek, het verzoek kennelijk gegrond is. Daarom wordt het bestreden besluit geschorst, waardoor verzoeksters niet mogen worden overgedragen aan Frankrijk totdat op het beroep is beslist.

Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder tot betaling van de proceskosten van verzoeksters, vastgesteld op € 934, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt geschorst en overdracht aan Frankrijk opgeschort totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63371
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] en [V-nummer 4]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster 1] , verzoekster 1,

mede namens haar minderjarige kinderen
[verzoekster 2] ,verzoekster 2,
[verzoekster 3], verzoekster 3,
[verzoekster 4], verzoekster 4,
hierna gezamenlijk: verzoeksters,
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).

Procesverloop

Bij besluit van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeksters niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoeksters hebben tegen het bestreden besluit beroep (NL25.63379) ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen.
2. In de omstandigheid dat verweerder heeft meegedeeld zich niet te verzetten tegen de door verzoeksters gevraagde voorlopige voorziening, ziet de voorzieningenrechter voldoende aanleiding om het verzoek op hierna te melden wijze als kennelijk gegrond toe te wijzen.
3. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeksters gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeksters niet mogen worden overgedragen aan Frankrijk totdat is beslist op het beroep (NL25.63370); en
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 934 (negenhonderdenvierendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 27 januari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.