ECLI:NL:RBDHA:2026:14509
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op rechtmatig verblijf als Unieburger wegens onvoldoende middelen en illegale arbeid
Eiseres, een Zwitserse onderdaan die sinds 1987 in Nederland verblijft, voerde jarenlang illegale arbeid uit als zelfstandige straatprostituee. Na het aanvragen van een uitkering startte de minister een onderzoek naar haar rechtmatig verblijf als Unieburger. De minister stelde vast dat eiseres geen rechtmatig verblijf had omdat zij geen rechtmatige economische activiteit kon aantonen en onvoldoende middelen van bestaan had.
Eiseres betoogde dat inkomsten uit illegale arbeid wel mee moeten tellen bij de beoordeling van het middelenvereiste op grond van Unierechtelijke jurisprudentie. De rechtbank oordeelde dat deze inkomsten niet als rechtmatig kunnen worden beschouwd en daarom niet meetellen. Bovendien was onvoldoende onderbouwd dat eiseres over voldoende middelen beschikte.
Verder stelde eiseres dat de hoorplicht in bezwaar was geschonden, maar de rechtbank vond dat de minister terecht van het horen kon afzien omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Inmiddels is eiseres een verblijfsvergunning verleend op grond van verblijf bij haar partner, waardoor uitzetting niet meer aan de orde is.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit dat zij geen rechtmatig verblijf als Unieburger heeft, wordt ongegrond verklaard.