ECLI:NL:RBDHA:2026:14516
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit naar Marokko zonder vertrektermijn
De minister van Asiel en Migratie legde op 20 november 2025 een terugkeerbesluit op aan eiser, die de Marokkaanse nationaliteit heeft. Eiser kon geen verblijfsrecht in Europa aantonen en kreeg een onmiddellijke vertrektermijn vanwege het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. De minister baseerde het besluit op zware gronden zoals het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland en het niet meewerken aan identificatie, en lichte gronden zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats.
Eiser voerde aan dat hij zelf vrijwillig wilde vertrekken en dat de minister ten onrechte geen vertrektermijn had gegeven. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht van een vertrektermijn kon afzien vanwege het risico op onttrekkingsgedrag, mede omdat eiser alleen wilde vertrekken als hij werk en verblijfsrecht in Europa had.
Daarnaast stelde eiser dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat er geen risico op refoulement bestond. De rechtbank stelde vast dat de minister dit risico voldoende had beoordeeld, mede omdat eiser zelf had verklaard geen vervolging of onmenselijke behandeling in Marokko te vrezen. Ook verwees de rechtbank naar een eerdere uitspraak waarin de refoulementtoets bij een maatregel van bewaring was beoordeeld en als toereikend werd bevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de minister heeft terecht geen vertrektermijn gegeven.