ECLI:NL:RBDHA:2026:1459

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503190:R-RK en NL:TZ:2503212:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating WSNP en afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoeksters bevinden zich in een problematische schuldensituatie en hebben verzocht tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 12 januari 2026 en beoordeelt of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan.

De rechtbank oordeelt dat verzoeksters voldoen aan de eisen voor toelating tot de WSNP, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen zullen voldoen. De WSNP-termijn wordt vastgesteld op achttien maanden vanaf 19 januari 2026, met een postblokkade van dertien maanden.

Verzoeksters hebben tevens verzocht om een eerdere ingangsdatum van 6 februari 2025, gebaseerd op het minnelijk traject van schuldhulpverlening. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat niet is gebleken dat zij zich voldoende hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Medische stukken die arbeidsongeschiktheid zouden aantonen ontbreken, en verklaringen van schuldhulpverlening zijn onvoldoende.

De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder en stelt dat alle gelegde beslagen komen te vervallen. De bewindvoerder krijgt opdracht om de post van verzoeksters te beheren gedurende de postblokkade. Verzoeksters kunnen binnen acht dagen hoger beroep instellen tegen de afwijzing van de eerdere ingangsdatum.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen, verzoek om eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummers: NL:TZ:2503190:R-RK en NL:TZ:2503212:R-RK
vonnis van 20 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster] en [verzoeker],
beiden wonende te Katwijk.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] en [verzoeker] bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor hun schulden te komen hebben zij een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] en [verzoeker] hebben een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekster] en [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoekster] en [verzoeker] ,
- [naam 1] , schuldhulpverlener van Verder Financiële Zorgverlening,
- [naam 2] , beschermingsbewindvoerder van Stichting CAV.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekster] en [verzoeker] kunnen alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevinden en zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de men aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoekster] en [verzoeker] voldoen aan alle eisen en worden toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] en [verzoeker] tijdens de WSNP moeten voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekster] en [verzoeker] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekster] en [verzoeker] zich gedurende die periode houden aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] en [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekster] en [verzoeker] verzoeken de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 6 februari 2025. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat [verzoekster] en [verzoeker] zich in het minnelijk traject maximaal hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. [verzoekster] en [verzoeker] ontvangen een PW-uitkering. Niet is gebleken dat men tijdens het minnelijk schuldregelingstraject (volledig) arbeidsongeschikt is geweest. Er zijn geen medische stukken overgelegd waaruit dat blijkt. De enkele verklaring van schuldhulpverlening dat [verzoekster] vanwege de zorg voor hun zoontje geen actieve sollicitatieplicht is opgelegd en [verzoeker] als gevolg van zijn mentale problematiek geen actieve sollicitatieplicht is opgelegd is niet voldoende. Omdat evenmin is gebleken dat men zich voldoende heeft ingespannen om een betaalde baan te krijgen, kan de rechtbank er niet van uitgaan dat [verzoekster] en [verzoeker] zich tijdens het buitengerechtelijke traject voldoende hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank zal daarom het verzoek voor een eerdere ingangsdatum afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1982,
en
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1971,
beiden wonende te [adres] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 19 januari 2026;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen en tot bewindvoerder:
mr. J. van Rijen,
Postbus 1467
3800 BL Amersfoort;
geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoekster] en [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.