ECLI:NL:RBDHA:2026:1461

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503154:R-RK en NL:TZ:2503156:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met afwijzing eerdere ingangsdatum

Verzoeksters [verzoekster] en [verzoeker] hebben een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld op 12 januari 2026, waarbij ook schuldhulpverleners van de gemeente Den Haag aanwezig waren.

De rechtbank beoordeelde dat verzoeksters voldoen aan de voorwaarden voor toelating tot de WSNP, waaronder het zich bevinden in een problematische schuldensituatie, te goeder trouw zijn bij het ontstaan van de schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen van de regeling zullen voldoen. De WSNP duurt in principe achttien maanden en leidt bij naleving tot kwijtschelding van de resterende schulden.

Verzoeksters vroegen tevens om een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen op 27 mei 2024, gebaseerd op een eerdere aflossing in het minnelijk traject. De rechtbank oordeelde echter dat niet is gebleken dat zij zich voldoende hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven, mede omdat [verzoeker] werkloos is zonder sollicitatie-inspanningen en [verzoekster] voltijds werkt. Daarom werd het verzoek tot een eerdere ingangsdatum afgewezen.

De rechtbank stelde de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf 19 januari 2026, sprak de toepassing van de regeling uit, stelde vast dat alle gelegde beslagen vervallen en benoemde mr. M. van Nooijen tot rechter-commissaris. Tevens werd een bewindvoerder benoemd met de opdracht de post gedurende de eerste dertien maanden te beheren.

Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de WSNP wordt toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummers: NL:TZ:2503154:R-RK en NL:TZ:2503156:R-RK
vonnis van 20 januari 2026
op het verzoek van:
[verzoekster] en [verzoeker],
beiden wonende binnen het arrondissement [plaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] en [verzoeker] bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor hun schulden te komen hebben zij een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] en [verzoeker] hebben een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekster] en [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoekster] en [verzoeker] ,
- [naam 1] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag,
- [naam 2] , klantbegeleider van de gemeente Den Haag.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekster] en [verzoeker] kunnen alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevinden en zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat men aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoekster] en [verzoeker] voldoen aan alle eisen en worden toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] en [verzoeker] tijdens de WSNP moeten voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekster] en [verzoeker] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekster] en [verzoeker] zich gedurende die periode houden aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] en [verzoeker] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekster] en [verzoeker] verzoeken de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 27 mei 2024. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat [verzoekster] en [verzoeker] zich in het minnelijk traject maximaal hebben ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. [verzoekster] werkt voltijds. [verzoeker] is werkloos en heeft geen inkomsten. Niet is gebleken dat hij heeft gesolliciteerd. De rechtbank kan er daarmee niet vanuit gaan dat men zich tijdens het buitengerechtelijke traject voldoende heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank zal daarom het verzoek voor een eerdere ingangsdatum afwijzen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1968 te [geboorteplaats 1] ,
en
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1988 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland] ),
beiden wonende binnen het arrondissement [plaats] ;
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 19 januari 2026;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. van Nooijen en tot bewindvoerder:
N. Pavljasevic (Avocatenkantoor Loeff),
Postbus 136
2990 AC Barendrecht;
geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoekster] en [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.