In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van PV-panelen en een geluidsreductiescherm op het dak van een hotel. Het college heeft dit besluit op 9 december 2024 in stand gelaten na bezwaar.
De oorspronkelijke appellant, wijlen [erflater], heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Na zijn overlijden heeft zijn zoon het beroep namens de erven voortgezet. Tijdens de zitting op 21 april 2026 was namens de erven niemand aanwezig.
De rechtbank heeft onderzocht of de erven nog een reëel en actueel procesbelang hebben bij de inhoudelijke behandeling van het beroep. Geconstateerd is dat het appartement van de overledene is verkocht, waardoor het procesbelang is komen te vervallen. Er is geen ander belang gebleken.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke beoordeling. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden op 2 juni 2026.