Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Het college heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat geen omgevingsvergunning verleend kan worden voor de aanbouw. Volgens het college is de aanbouw in strijd met de bouwregels van de bestemming “Wonen” uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan “ [bestemmingsplan] ” en in strijd met de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. Het college is niet bereid afwijking van het bestemmingsplan toe te staan. Volgens het college wordt niet voldaan aan de voorwaarden om binnenplans van het bestemmingsplan af te wijken en is de aanbouw in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Ook een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan is daarom volgens het college niet mogelijk. De aanbouw is volgens het college bovendien in strijd met redelijke eisen van welstand.
– anders dan voor toepassing van artikel 19.2.1, aanhef en onder g, van de planregels – nadrukkelijk de achtergevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw maatgevend. In deze bepaling staat immers dat moet worden gemeten vanuit de achtergevel en het begrip ‘achtergevel’ wordt in artikel 1.8 van het bestemmingsplan gedefinieerd als “de van de weg afgelegen zijde van de oorspronkelijke plattegrond van een gebouw”. Niet in geschil is dat de aanbouw dieper is dan 3 meter vanaf de achtergevel. Daarom heeft het college terecht aangenomen dat de aanbouw in strijd is met artikel 19.2.1, aanhef en onder i, van de planregels.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.Y. Al-Qaq, griffier.