ECLI:NL:RBDHA:2026:1462

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503250:R-RK en NL:TZ:2503254:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord bij problematische schulden

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €70.750,22 verdeeld over vijf schuldeisers. Zij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Vier schuldeisers gingen akkoord, maar Lloyds Bank GmbH weigerde.

De rechtbank beoordeelde het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord en stelde vast dat de schuldbemiddeling door een bevoegde instantie, Kredietbank Nederland, was uitgevoerd en dat het voorstel goed gedocumenteerd was. De belangenafweging wees uit dat het onredelijk was dat Lloyds niet instemde, mede omdat het voorstel het maximaal haalbare was en de meerderheid van de schuldeisers akkoord ging.

De rechtbank concludeerde dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt dan de WSNP, die bovendien hogere kosten met zich meebrengt. Daarom werd het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toegewezen en het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord wordt toegewezen en verzoek tot toelating WSNP afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2503250:R-RK en NL:TZ:2503254:R-RK
vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
hierna: [verzoekster],
tegen
Lloyds Bank GmbH vertegenwoordigd door Flanderijn B.V. gevestigd te Rotterdam,
hierna: Lloyds,
en
IB Krediet B.V. voorheen handelend onder de naam Interbank vertegenwoordigd door Vesting Finance Incasso B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna: IB Krediet,
verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Zij heeft een voorstel gedaan aan haar schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoekster] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoekster] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 70.750,22 aan 5 schuldeisers. Het is [verzoekster] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van Kredietbank Nederland heeft zij voor het laatst op 14 februari 2025 een schuldregeling aangeboden (prognosevoorstel). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 18 maanden aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering wordt aangeboden van 9,07% en aan de gewone schuldeisers een uitkering van 4,54%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. Deze percentages zijn gebaseerd op de afloscapaciteit van [verzoekster] op basis van haar inkomen. Dat betekent dat de afloscapaciteit (en daarmee ook de uiteindelijke uitkering aan de schuldeisers) eventueel hoger of lager kan uitvallen.
1.2.
Lloyds is (uiteindelijk) als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoekster] heeft een schuld aan Lloyds van € 17.572,61. Dat is 24,84% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige 4 schuldeisers hebben het aanbod (uiteindelijk) aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil zij dat de rechtbank Lloyds dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil zij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
Per brief van 8 januari 2026 heeft IB Krediet laten weten alsnog akkoord te gaan met het voorstel dat door [verzoekster] is gedaan.
2.2.
De verzoeken van [verzoekster] zijn behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoekster],
- [naam 1], dochter en beschermingsbewindvoerder
- [naam 2], schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland.
2.3.
Lloyds is met bericht vooraf niet op de zitting verschenen. Zij heeft schriftelijk verweer gevoerd.

3.Standpunten van partijen

3.1.
Met het akkoord van IB Krediet richt het verzoek zich niet langer tegen deze schuldeiser.
3.2.
[verzoekster] stelt dat het onredelijk is dat Lloyds het aanbod niet aanvaardt. Volgens haar heeft zij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden en kan zij niet meer aanbieden dan zij heeft gedaan. De weigerende schuldeiser maakt een klein deel uit van de schuldenlast. De schuldeisers zijn niet gebaat bij de WSNP omdat in dit traject geen uitdeling te verwachten is. Daarom worden de belangen van de schuldeisers die wel akkoord zijn en die van [verzoekster] onevenredig door de weigering geschaad.
3.3.
Lloyds is samengevat om de volgende redenen niet akkoord gegaan met het voorstel van [verzoekster]. Lloyds heeft een groot financieel belang bij nakoming. Het voorstel is onvoldoende en onbetrouwbaar gedocumenteerd. Niet duidelijk is waarom [verzoekster] nu of in de toekomst niet meer zou kunnen werken. Niet duidelijk is dat het aanbod het maximaal haalbare is. In de berekening van het vrij te laten bedrag staat een bedrag van € 200,00 gereserveerd voor gebruik van een auto. Niet duidelijk is waarom de auto nodig is. De vordering van Lloyds dateert uit 2016 en betreft de restschuld van de hypotheek na gedwongen verkoop van de woning van [verzoekster]. Omdat sprake was van gedwongen verkoop is de opbrengst lager dan deze geweest had kunnen zijn. Dat is [verzoekster] aan te rekenen.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoekster] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Lloyds weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door Kredietbank Nederland. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoekster] zelf, van de weigerende schuldeiser en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoekster] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoekster] aan haar schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoekster] is 65 jaar oud en kampt sinds lange tijd met ernstige persoonlijke problematiek. Deze problematiek is (mede) de oorzaak van de financiële situatie. Ondanks de problematiek werkt [verzoekster] tot op heden 27 uur per week als schoonmaakster. Omdat zij ‘s-morgens vroeg begint en op drie verschillende locaties werkt is de auto, die ter beschikking wordt gesteld door een dochter, noodzakelijk. Uit de overgelegde stukken en wat op de zitting is besproken is aannemelijk geworden dat de [verzoekster] als gevolg van haar persoonlijke problematiek niet in staat is meer te werken dan zij nu doet. Verder worden de vaste lasten betaald, zijn er geen nieuwe schulden ontstaan en is de financiële situatie van [verzoekster] stabiel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 75,16% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van Lloyds. Bovendien dateert de vordering van Lloyds uit 2016.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. In de aangeboden schuldregeling houdt Kredietbank Nederland gedurende de looptijd toezicht op de inkomsten en uitgaven van [verzoekster], zodat gewaarborgd is dat het maximaal haalbare bedrag zal worden uitgekeerd aan de schuldeisers. Van het bedrag dat [verzoekster] spaart, worden de kosten voor schuldbemiddeling afgetrokken. De kosten voor schuldbemiddeling zijn minder hoog dan die van een bewindvoerder in een WSNP traject.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoekster] geen belang meer bij haar verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Lloyds in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.