Eisers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen geluidsoverlast veroorzaakt door twee padelbanen van Padelclub Dunamar in Den Haag. Het college wees dit verzoek af omdat geen overtreding van de geluidsnormen werd vastgesteld. Na vernietiging van het eerdere besluit door de rechtbank, werd een nieuw geluidsonderzoek uitgevoerd door Peutz B.V. op 14 oktober 2024.
De metingen toonden een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van circa 46 dB(A), waarbij rekening werd gehouden met een nauwkeurigheidscorrectie van 1 dB. Eisers voerden aan dat de vegetatiecorrectie niet was toegepast en dat de bedrijfssituatie niet representatief was, omdat één baan een uur onbespeeld was tijdens de meting. De rechtbank oordeelde dat de vegetatie niet zodanig dicht was dat het zicht volledig werd ontnomen, waardoor de correctie niet hoefde te worden toegepast.
Verder stelde de rechtbank vast dat het gebruik van één baan gedurende één uur onbespeeld conform de toezegging van vergunninghoudster representatief is voor de bedrijfssituatie. Ook het niveau van de spelers werd als niet relevant voor de representativiteit beoordeeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situaties niet vergelijkbaar waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het college.