ECLI:NL:RBDHA:2026:1463

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2503386:R-RK en NL:TZ:2503387:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord en afwijzing WSNP-verzoek

Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuld van €166.622,91 verdeeld over tien schuldeisers. Hij heeft een schuldregeling voorgesteld waarbij een deel van de schuld wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Negen schuldeisers gingen akkoord, maar Co-flex B.V. weigerde.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoeker behandeld om Co-flex te dwingen mee te werken aan het akkoord (dwangakkoord). De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling door een bevoegde instantie is uitgevoerd en dat het voorstel goed is gedocumenteerd. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de weigering van Co-flex onredelijk is, mede omdat verzoeker het maximaal haalbare aanbod heeft gedaan.

De meerderheid van de schuldeisers vertegenwoordigt 93,11% van de schuld en heeft ingestemd, waardoor hun belangen zwaarder wegen. Het dwangakkoord levert een gunstiger resultaat op dan toelating tot de WSNP, die hogere kosten met zich meebrengt. Daarom wijst de rechtbank het WSNP-verzoek af en beveelt Co-flex in te stemmen met de schuldregeling.

Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord toegewezen en verzoek tot toelating WSNP afgewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2503386:R-RK en NL:TZ:2503387:R-RK
vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] ,
tegen
Co-flex PF B.V. vertegenwoordigd door TKB Incasso B.V.,
gevestigd te Sittard,
hierna: Co-flex,
verweerster.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van
€ 166.622,91 aan 10 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Hillegom / ISD Bollenstreek heeft hij voor het laatst op 1 april 2025 een schuldregeling aangeboden (prognosevoorstel). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 18 maanden aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering wordt aangeboden van 21,52% en aan de gewone schuldeisers een uitkering van 10,76%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. Deze percentages zijn gebaseerd op de afloscapaciteit van [verzoeker] op basis van zijn inkomen. Dat betekent dat de afloscapaciteit (en daarmee ook de uiteindelijke uitkering aan de schuldeisers) eventueel hoger of lager kan uitvallen.
1.2.
Co-flex B.V. is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Co-flex van € 11.487,69. Dat is 6,89% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige 9 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Co-flex dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 12 januari 2026. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam] , schuldhulpverlener van ISD Bollenstreek.
2.2.
Co-flex is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat Co-flex het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.2.
Co-flex heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Co-flex weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Hillegom / ISD Bollenstreek. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeiser en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoeker] heeft als zelfstandige activiteiten ontplooid. Hij heeft deze activiteiten vanwege een slechte gang van zaken en persoonlijke problematiek gestaakt en voor zover mogelijk financieel afgewikkeld. Hij is sindsdien voltijds in loondienst werkzaam. Het aanbod dat [verzoeker] op basis van deze inkomsten uit werk doet is verhoogd met een bedrag aan vermogen dat is verkregen door de verkoop van zijn woning in 2023. Ook is het aanbod verhoogd omdat in de berekeningen van het vrij te laten bedrag geen woonlasten zijn opgenomen. Dat komt doordat [verzoeker] eerder dakloos was, inmiddels in een camper woont en de kosten van de camper uit het vrij te laten bedrag worden betaald.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen 93,11% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van Co-flex. Bovendien heeft Co-flex geen verweer gevoerd.
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. In de aangeboden schuldregeling houdt de gemeente Hillegom / ISD Bollenstreek gedurende de looptijd toezicht op de inkomsten en uitgaven van [verzoeker] , zodat gewaarborgd is dat het maximaal haalbare bedrag zal worden uitgekeerd aan de schuldeisers. Van het bedrag dat [verzoeker] spaart, worden de kosten voor schuldbemiddeling afgetrokken. De kosten voor schuldbemiddeling zijn minder hoog dan die van een bewindvoerder in een WSNP traject.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.9.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Co-flex in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.