ECLI:NL:RBDHA:2026:1467
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens onvoldoende maximaal aanbod
Verzoeksters bevinden zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €248.434,72 verdeeld over 13 schuldeisers. Zij deden een voorstel tot schuldregeling waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Dit voorstel voorziet in een uitkering van 5,46% aan schuldeisers met voorrang en 2,73% aan gewone schuldeisers over 18 maanden.
De grootste schuldeiser, de Belastingdienst, met een vordering van €234.415 (94,36% van de totale schuld), en een andere schuldeiser zijn niet akkoord gegaan. Verzoeksters vroegen de rechtbank om een dwangakkoord op te leggen om de weigering van deze schuldeisers te overrulen.
De rechtbank oordeelt dat het voorstel niet het maximaal haalbare is, mede omdat een van de verzoekers sinds mei 2025 werkloos is zonder aantoonbare sollicitaties, waardoor de afloscapaciteit mogelijk kan verbeteren. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de weigering van de schuldeisers redelijk is, vooral gezien hun grote aandeel in de schuld. Daarom wordt het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord afgewezen.
Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) blijft staan en zal in een apart vonnis worden behandeld.
Uitkomst: Verzoek tot oplegging dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende maximaal aanbod en redelijke weigering van schuldeisers.