Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14723

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
C/09/703021 / JE RK 26-589
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige tot meerderjarigheid

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, tot aan haar meerderjarigheid in 2026. De minderjarige verblijft momenteel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en vertoont ernstige gedragsproblemen, waaronder agressie, stelen, middelengebruik, terugtrekking, depressiviteit en zelfbeschadiging. Tevens is er sprake van een omgekeerd dag- en nachtritme en weinig schoolbezoek.

De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is niet verschenen bij de zitting, maar was correct opgeroepen. De kinderrechter heeft de mening van de minderjarige gevraagd, maar deze heeft geen mening gegeven. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met de onverminderde zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige, die niet openstaat voor diagnostiek en hulpverlening, en het ontbreken van contact met de moeder.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot aan haar meerderjarigheid.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/703021 / JE RK 26-589
Datum uitspraak: 20 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [land] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 april 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 mei 2026. Daarbij was [naam] , namens de gecertificeerde instelling, aanwezig
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten bij [zorginstelling] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 24 mei 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, tot [datum] 2026. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De zorgen over [minderjarige] zijn onverminderd aanwezig. [minderjarige] lijkt in toenemende mate te stagneren in haar ontwikkeling. Ze gaat niet tot weinig naar school, heeft weinig (positieve) sociale contacten, heeft een omgekeerd dag- en nachtritme en ze praat niet over haar gevoelens of zorgen. Hiernaast nemen haar gedragsproblemen toe. Dit uit zich zowel uitwendig in de vorm van agressie, stelen en middelengebruik, als inwendig in de vorm van zich nog verder terugtrekken, depressief raken en zelfbeschadiging. De gedragsproblematiek van [minderjarige] maakt haar plaatsing bij Timon kwetsbaar. Momenteel is de gecertificeerde instelling op zoek naar een passende 18+ woonvorm voor [minderjarige] . [minderjarige] is aangemeld voor een WMO, bij beschermd wonen en het sociaal kernteam, maar het is nog onbekend wie dit zal financieren. De verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] tot aan haar meerderjarigheid zijn noodzakelijk om hulpverlening in te zetten om [minderjarige] zo goed mogelijk te begeleiden en voor te bereiden op haar volwassenheid en om een perspectiefbiedende plek voor haar te vinden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
4.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] gaat niet tot nauwelijks naar school, er is sprake van gedragsproblematiek en zij staat niet open voor diagnostiek om passende hulpverlening voor haar in te kunnen zetten. Hiernaast heeft [minderjarige] geen contact met haar moeder, waardoor het op dit moment ook niet mogelijk is voor haar om bij de moeder te wonen. De kinderrechter heeft gelet op dit alles grote zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] wordt bijna meerderjarig en haar toekomst is op dit moment zeer onzeker. Het is noodzakelijk dat een jeugdbeschermer bij [minderjarige] betrokken blijft om haar situatie te monitoren, om hulpverlening voor [minderjarige] in te zetten en om haar te ondersteunen en begeleiden bij (praktische) zaken die geregeld moeten worden voor haar meerderjarigheid. Ook moet een plek gevonden worden waar zij, ook na haar achttiende, zal kunnen verblijven.
4.3.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot aan haar meerderjarigheid, tot [datum] 2026.
4.4.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2026;
5.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] 2026;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 1 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.