De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, tot aan haar meerderjarigheid in 2026. De minderjarige verblijft momenteel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en vertoont ernstige gedragsproblemen, waaronder agressie, stelen, middelengebruik, terugtrekking, depressiviteit en zelfbeschadiging. Tevens is er sprake van een omgekeerd dag- en nachtritme en weinig schoolbezoek.
De moeder, die het ouderlijk gezag heeft, is niet verschenen bij de zitting, maar was correct opgeroepen. De kinderrechter heeft de mening van de minderjarige gevraagd, maar deze heeft geen mening gegeven. De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met de onverminderde zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige, die niet openstaat voor diagnostiek en hulpverlening, en het ontbreken van contact met de moeder.
De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot aan de meerderjarigheid van de minderjarige. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep.