Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
[telefoonnummer 1]in gebruik was. Uit het feit dat [medeverdachte 4] die telefoon bij zich had en uit de onderzoeksresultaten ten aanzien van deze telefoon leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 4] ook de gebruiker was van deze telefoon en dus dit telefoonnummer.
1 juni 2024tot en met 26 juni 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk (in een pand aan de [adres 2] ) heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamineolie), zijnde, amfetamineolie een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
1 juni 2024tot en met 26 juni 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten:
enstoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
eolie te produceren en
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
gevangenisstraf opleggen van twee jaar. De rechtbank zal daarnaast niet, zoals door de officier van justitie geëist, een geldboete opleggen, omdat de rechtbank van oordeel is dat de strafdoelen reeds met deze gevangenisstraf bereikt worden.
7.De voorlopige hechtenis
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
2 (TWEE) JAREN;