Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling met de Burkinese nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De maatregel was op 27 mei 2026 opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of het voortduren van de bewaring onrechtmatig was.
De rechtbank had de maatregel eerder getoetst en geoordeeld dat deze tot 15 april 2026 rechtmatig was. De discussie richtte zich op de periode van 15 april tot 27 mei 2026. Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Burkina Faso vanwege een ambtsinstructie van de ambassade in Ouagadougou die geen reisdocumenten afgeeft voor gedwongen terugkeer. Verweerder stelde dat het wel mogelijk is om gedwongen uitzettingen te realiseren en verwees naar de website van de Dienst Terugkeer en Vertrek.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de tijd moest krijgen om het lopende traject af te wachten en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere opheffing van de bewaring rechtvaardigden. De ambtshalve toetsing bevestigde dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.