ECLI:NL:RBDHA:2026:14738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, is sinds 28 januari 2026 onderworpen aan een maatregel van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek bevestigd. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Eiser beroept zich op het arrest Aroja van het Hof van Justitie van de Europese Unie, stellende dat de geschorste periode van bewaring mee moet tellen voor de maximale termijn van zes maanden zoals bepaald in de Terugkeerrichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat het arrest Aroja alleen van toepassing is op bewaring op grond van artikel 15, vijfde en zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn. De maatregel van eiser is echter gebaseerd op artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet, waardoor de geschorste periode niet meetelt. De maximale termijn van zes maanden is nog niet overschreden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.