ECLI:NL:RBDHA:2026:14742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en schadevergoeding in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 mei 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De minister hief de maatregel op 22 april 2026 op. De rechtbank behandelde het beroep op 27 mei 2026, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen en geen reactie gaven op verzoeken om nadere informatie.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was. Uit een eerdere uitspraak van 16 maart 2026 bleek dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De rechtbank constateerde dat na die datum geen beroepsgronden tegen het voortduren van de bewaring waren aangevoerd en dat de gemachtigde van eiser niet reageerde op verzoeken om informatie.
Ambtshalve toetsend oordeelde de rechtbank dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring niet in strijd waren met de wet. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.