ECLI:NL:RBDHA:2026:14750
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod afgewezen wegens termijnoverschrijding en gegrondheid
Eiser kreeg op 11 maart 2026 een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen opgelegd. Pas op 19 mei 2026 werd beroep ingesteld, wat de rechtbank te laat achtte en niet verschoonbaar vond. Eiser stelde dat hij het besluit niet goed had begrepen vanwege beperkingen, maar de rechtbank vond uit het proces-verbaal dat hij de strekking wel degelijk begreep.
Daarnaast legde verweerder op 1 mei 2026 een inreisverbod van twee jaar op omdat eiser niet aan de vertrekplicht had voldaan. Eiser voerde medische omstandigheden aan en stelde dat het inreisverbod onevenredig was, maar de rechtbank vond de motivering en feiten voldoende en zag geen reden om het inreisverbod te matigen of af te zien.
Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard.