Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14753

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
C/09/703721 KG ZA 26-418
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing geldvorderingen en incassokosten in kort geding tussen VHC Jongens B.V. en HSS Rokin B.V. en HSS Dining B.V.

VHC Jongens B.V. heeft op 23 april 2026 een dagvaarding uitgebracht tegen HSS Rokin B.V. en HSS Dining B.V. wegens openstaande geldvorderingen. De gedaagden zijn op de terechtzitting van 21 mei 2026 niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De voorzieningenrechter baseert zijn oordeel op de door eiseres gestelde feiten, die niet zijn weersproken. De vorderingen worden niet onrechtmatig of ongegrond bevonden en worden daarom toegewezen. Daarnaast is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing, waardoor aan gedaagde 1 een bedrag van € 1.196,42 en aan gedaagde 2 een bedrag van € 1.514,58 aan incassokosten wordt toegewezen.

De gedaagden worden veroordeeld tot betaling van respectievelijk € 42.141,96 en € 73.957,56, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten, die voor eiseres zijn begroot op € 8.762,29. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt gedaagden tot betaling van de hoofdsommen, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/703721 / KG ZA 26-418
Vonnis in kort geding van 28 mei 2026
in de zaak van
VHC Jongens B.V.te Oostzaan,
eiseres,
advocaat mr. K.R. Stephan te Haarlem,
tegen:

1.HSS Rokin B.V. te Den Haag,

2.
HSS Dining B.V.te Den Haag,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Eiseres heeft de dagvaarding doen uitbrengen op 23 april 2026 en heeft ter zitting van 21 mei 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
Gedaagden zijn behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij zijn daar niet verschenen. Tegen gedaagden is verstek verleend.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
Eiseres heeft vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Er is geen verweer gevoerd. De vorderingen zijn daarom toewijsbaar, tenzij deze de voorzieningenrechter ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Daarbij zal de voorzieningenrechter haar beslissing baseren op de bij dagvaarding gestelde feiten, omdat deze niet zijn weersproken. Gelet hierop oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.
2.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.
2.3.
Eiseres maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Hierop is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing, nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Eiseres heeft met de overgelegde stukken voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht.
Gelet op de hoofdsom en het bepaalde in het Besluit zal ten aanzien van gedaagde 1 een bedrag worden toegewezen van € 1.196,42 en ten aanzien van gedaagde 2 een bedrag van € 1.514,58.
2.4.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom (ieder de helft van) de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op € 8.762,29, opgebouwd uit:
- dagvaarding € 131,73
- griffierecht € 6.327,- (het in deze zaak verschuldigde griffierecht van
€ 7.062,-, waarop het griffierecht voor het beslagrekest van € 735,- in mindering is gebracht)
- beslagkosten € 1.354,56 (explootkosten van tweemaal € 260,68 plus tweemaal
€ 90,10 en een forfaitair bedrag van € 653,- aan salaris
advocaat voor het opstellen van het beslagrekest)
- salaris advocaat € 760,-
- nakosten € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
---------------
Totaal € 8.762,29
2.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
veroordeelt gedaagde sub 1 tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 42.141,96, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten van € 1.196,42 en met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de afzonderlijke facturen tot aan de datum van algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt gedaagde 2 tot betaling aan eiseres van een bedrag van € 73.957,56, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten van € 1.514,58 en met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de afzonderlijke facturen tot aan de datum van algehele voldoening;
3.3.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van elk € 4.381,15, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als een gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten die gedaagde € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.4.
veroordeelt gedaagden in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
ts