ECLI:NL:RBDHA:2026:14757
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing zorgmachtiging wegens gebrek aan doelmatigheid van verplichte zorg
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Openbaar Ministerie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Het verzoek werd ingediend met diverse medische verklaringen, zorgplannen en standpunten van betrokken partijen.
Tijdens de procedure werd het dossier aanvankelijk als onvolledig beoordeeld, waarna aanvullende medische verklaringen en zorgplannen werden aangeleverd. Betrokkene en haar advocaat stelden dat verplichte zorg niet doelmatig is en verzochten om afwijzing. Tevens werd een wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend, dat werd afgewezen.
Het Openbaar Ministerie handhaafde het verzoek tot zorgmachtiging, stellende dat aan de wettelijke criteria was voldaan. De zorginstelling benadrukte het belang van verplichte zorg om het langdurige ontwrichtende beloop van betrokkene te stabiliseren, hoewel betrokkene sinds november 2025 geen contact meer had met de zorgaanbieder.
De rechtbank oordeelde dat het verlenen van verplichte zorg niet evenredig en effectief is, mede omdat eerdere zorgmachtigingen en crisisopnames niet tot duurzame stabilisatie of behandelrelatie hebben geleid. De rechtbank wees het verzoek daarom af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot zorgmachtiging af wegens het ontbreken van doelmatigheid en effectiviteit van verplichte zorg.