ECLI:NL:RBDHA:2026:14770
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs familieband en economische binding
Eisers hebben een visum voor kort verblijf aangevraagd om hun zus/tante in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond. Eisers stelden dat het doel van het verblijf een familiebezoek was en dat zij een sterke sociale en economische binding met Marokko hadden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de familieband vanwege discrepanties in de vertaling van identiteitskaarten en het ontbreken van aanvullende documenten. Ook was de verstrekte informatie over de economische en sociale binding te fragmentarisch, met ontbrekende geboorteaktes, onduidelijkheden over het werk en inkomen van eiseres en onvoldoende bewijs over de studiefinanciering van de kinderen.
Eisers voerden aan dat zij ten onrechte niet zijn gehoord in bezwaar, maar de rechtbank stelde dat verweerder op grond van de Algemene wet bestuursrecht mocht afzien van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De beroepen werden ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de visumaanvragen kort verblijf worden ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van familieband en economische binding.