ECLI:NL:RBDHA:2026:14787
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 22 augustus 2025 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk heeft verklaard. Verzoeker had tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om schorsing van de rechtsgevolgen van het besluit, met name het verbod om hem uit Nederland te verwijderen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op hetzelfde moment een uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL25.41547), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 1 juni 2026 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is beslist.