4.4.Oordeel van de rechtbank
Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde is onderzoek gedaan naar de contante uitgaven van de veroordeelde in de periode van 1 januari 2016 tot en met 8 februari 2022. De rechtbank zal ten behoeve van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel aan de hand van het ontnemingsrapport met bijlagen, het beginsaldo aan contant geld, de legale contante ontvangsten, het eindsaldo aan contant geld en de contante uitgaven vaststellen.
Indien het bedrag aan contante uitgaven de beschikbare legale (contante) gelden overstijgt, bestaat daarin in beginsel grond om deze inkomsten als wederrechtelijk verkregen voordeel aan te merken.
Beginsaldo contant geld
Blijkens het ontnemingsrapport is niet gebleken dat de veroordeelde op 1 januari 2016 kon beschikken over een contant geldbedrag. De veroordeelde heeft verklaard dat hij
met zijn bijbaan bij koffiehuis [bedrijfsnaam 1] tijdens zijn studententijd ongeveer € 20.000,00 aan contant geld heeft gespaard. De vader van de veroordeelde heeft op 3 april 2026 als getuige bevestigd dat de veroordeelde bij hem heeft gewerkt en contant werd betaald.Hoewel de rechtbank hiermee onvoldoende onderbouwd acht dat de veroordeelde hierdoor op 1 januari 2016 kon beschikken over een contant geldbedrag van € 20.000,00, acht de rechtbank wel aannemelijk dat de veroordeelde met zijn werkzaamheden enig bedrag aan contant geld heeft gespaard. De rechtbank zal uitgaan van een beginsaldo van een bedrag van € 5.000,00.
Legale contante ontvangsten
Uit het ontnemingsrapport volgt dat gedurende de onderzoeksperiode van de bankrekening van de veroordeelde voor een totaalbedrag van € 6.431,50 aan contante opnamen werd gedaan. Uit onderzoek en uit de verhoren met de veroordeelde bleek dat hij geen andere legale inkomsten had dan de (girale) inkomsten, die ook bleken uit de iCOV-rapportage en uit de bankrekening van de veroordeelde.Dit bedrag wordt door de veroordeelde en diens raadsman niet betwist. De rechtbank zal op grond van het voorgaande uitgaan van een bedrag aan € 6.431,50 aan legale contante ontvangsten, inclusief bankopnamen.
Eindsaldo contant geld
Uit het ontnemingsrapport volgt verder dat bij de aanhouding van de veroordeelde en bij de doorzoekingen in de woningen aan de [adres 2] te [plaats 1] en aan [adres 3] te [plaats 2] een totaalbedrag van € 5.284,40 aan contanten is aangetroffen.Ook dit bedrag wordt door de veroordeelde en diens raadsman niet betwist. De rechtbank zal daarom uitgaan van een eindsaldo aan contant geld van € 5.284,40.
Contante uitgaven
In het ontnemingsrapport zijn de contante uitgaven door de veroordeelde gedaan in de onderzoeksperiode uiteengezet. De herkomst van deze contante middelen was blijkens dit rapport onbekend. De contante uitgaven betreffen de categorieën bankstortingen, moneytransfers, aangetroffen drugs, contante betalingen blijkens aangetroffen betaalbonnen en contante betalingen blijkens analyse van de inhoud van de iPhone13 van de veroordeelde.
Bankstortingen
Uit onderzoek is gebleken dat in de onderzoeksperiode voor een totaalbedrag van € 2.490,00 contant is gestort op een bankrekening op de naam van de veroordeelde. Deze stortingen zijn niet betwist door de veroordeelde en diens raadsman. De rechtbank betrekt deze stortingen bij de kasopstelling.
Moneytransfers
Uit onderzoek is gebleken dat de veroordeelde gedurende de onderzoeksperiode een bedrag van € 150,00 heeft verzonden door middel van een money transfer.Het bedrag kwam niet terug op de bankrekening van de veroordeelde, waardoor het aannemelijk is dat deze uitgave
contant werd gedaan. Ook dit bedrag is niet betwist door de veroordeelde en zijn raadsman. De rechtbank betrekt deze money transfer dan ook bij de kasopstelling.
Aangetroffen drugs
Uit het ontnemingsrapport blijkt dat tijdens de aanhouding van de veroordeelde en bij de doorzoeking in de woning aan [adres 3] te [plaats 2] een grote hoeveelheid aan hennep en hasj is aangetroffen. Na weging bleek dat het in totaal 25,6 kilo hennep en 38,2 kilo hasj betrof.
Aan de hand van het document Prijzen Drugs & (Pre-)Precursoren' van het Cluster Synthetische Drugs, DLR, Afdeling Specialistische Ondersteuning is een berekening gemaakt van de totale inkoopprijs van de aangetroffen hennep en hasj. Volgens het document met het prijzenoverzicht van het jaar 2021 is de gemiddelde prijs van hennep (toppen) € 4.165,00 per kilo en is de gemiddelde prijs van hasj € 3.225,00. Op basis van het bovenstaande is de totale inkoopprijs als volgt berekend:
- Hennep: 25,6 kilo maal € 4.165 is € 106.624,00.
- Hasj: 38,2 kilo maal € 3.225 is € 123.195,00.
De totale inkoopprijs is berekend op € 229.819,00 voor de aangetroffen hennep en hasj.
De raadsman heeft bepleit dat deze twee partijen softdrugs de bedrijfsvoorraad van coffeeshop [bedrijfsnaam 2] betroffen en heeft verzocht om – in het geval de rechtbank ervan uitgaat dat de aangetroffen softdrugs (gedeeltelijk) wel aan de veroordeelde toebehoorde – [naam 1] , de eigenaar van coffeeshop [bedrijfsnaam 2] , hierover als getuige te horen.
Zoals reeds overwogen door de rechtbank in het vonnis in de strafzaak, is aannemelijk dat de veroordeelde een deel van de bij hem aangetroffen softdrugs onder zich had in verband met de bevoorrading van coffeeshop [bedrijfsnaam 2] , maar zijn er tevens aanknopingspunten dat de veroordeelde betrokken was bij (internationale) handel in softdrugs die geen verband hield met coffeeshop [bedrijfsnaam 2] en dat de veroordeelde daar, zoals hij zelf heeft verklaard, een ‘graantje uit meepikte’. De rechtbank ziet gelet op het vorengaande geen reden om, zoals verzocht door de raadsman, [naam 1] op dit punt als getuige te horen. De rechtbank wijst dit (voorwaardelijke) verzoek van de raadsman dan ook af.
Over de concrete hoeveelheid softdrugs die de veroordeelde zelf zou hebben gefinancierd, heeft de veroordeelde niet verklaard.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gestel dat uit de door de veroordeelde gevoerde chatgesprekkenblijkt dat aannemelijk is dat 1/3 deel van de aangetroffen drugs aan de veroordeelde zelf toebehoorde. Hiermee is de officier van justitie in aanzienlijke mate tegemoetgekomen aan het standpunt van de veroordeelde. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit standpunt af te wijken en zal uitgaan van een bedrag van
€ 76.606,00.
Contante betalingen blijkens aangetroffen betaalbonnen
Uit het ontnemingsrapport volgt dat tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 2] te [plaats 1] onder andere een grote hoeveelheid aan contante betaalbonnen, luxegoederen en dure merkkleding zijn aangetroffen. Aan de hand van de aangetroffen contante betaalbonnen is een berekening gemaakt voor welk bedrag er minimaal aan contante uitgaven waren gedaan gedurende de onderzoeksperiode. De bedragen op deze bonnen zijn bij elkaar opgeteld, hetgeen resulteert in een totaalbedrag van € 25.334,02.
De raadsman heeft voorgesteld om ervan uit te gaan dat minimaal 1/3 van de uitgaven niet door de veroordeelde zelf gefinancierd is, omdat hij heeft verklaard dat hij zich deze uitgaven niet meer kan herinneren en het mogelijk cadeaus betroffen. De rechtbank gaat hier niet in mee. Dat sprake was van cadeaus blijkt niet uit de stukken en acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Kijkend naar de goederen die blijkens de betaalbonnen zijn aangeschaft, acht de rechtbank niet aannemelijk dat dit cadeaus waren die de veroordeelde
– inclusief de bon – van anderen zou hebben ontvangen.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat in plaats van het in de kasopstelling gehanteerde bedrag van € 4.943,80, een bedrag van € 3.200,00 dient te worden opgenomen en dat het bedrag van € 359,95 (foto 24; jas) dient te worden verwijderd uit de kasopstelling.
Het totaal, blijkens de aangetroffen betaalbonnen, aan gedane contante uitgaven, komt hiermee op een bedrag van € 23.230,25 (€ 25.334,00 - € 1.743,80 - € 359,95)
Contante betalingen blijkens analyse van de inhoud van de iPhone13
Uit het ontnemingsrapport volgt dat uit de analyse naar de inhoud van de iPhone 13, de telefoon die de veroordeelde bij zich droeg ten tijde van zijn aanhouding, is gebleken dat de veroordeelde ook contante uitgaven heeft verricht voor de aankoop van een boot, de woning aan [adres 1] te [plaats 2] en voor een horloge van het merk Rolex gedurende de onderzoeksperiode.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de contante uitgave van
€ 7.000,00 ten behoeve van de aanschaf van een Rolex horloge, gelet op de verklaringen van de vaderen de zusvan de veroordeelde hieromtrent, uit de kasopstelling dient te worden verwijderd.
Blijkens informatie uit de telefoon van de veroordeelde is aannemelijk dat hij in 2019 in het bezit is gekomen van een Jeanneau speedboot met een Yamaha motor à € 45.300,00.Een factuur met specificaties met daarop de naam van de veroordeelde, een chatconversatie over een dergelijke speedboot in diezelfde periode, foto’s van de betreffende boot op de telefoon van de veroordeelde en het veranderen van zijn nicknames naar die betreffende bootnaam maken dit aannemelijk. De veroordeelde heeft verklaard dat hij niet in bezit is van een speedboot en heeft ter onderbouwing een e-mail van [website] overgelegd met als bijlage een andere factuur met hetzelfde factuurnummer op naam van Firma [bedrijfsnaam 3] . Volgens de veroordeelde was de factuur op zijn telefoon niet echt en bedoeld voor de verzekering van de speedboot van zijn neef in [land] . De door de veroordeelde overgelegde soortgelijke factuur met daarop een bedrag van € 58.500,00, neemt, mede gelet op de overige aanwijzingen in het dossier, naar het oordeel van de rechtbank de aannemelijkheid dat de veroordeelde in het bezit was van de speedboot niet weg. Het factuurnummer en de omschrijving van de speedboot komt op de twee facturen namelijk (grotendeels) overeen, waaruit de rechtbank afleidt dat het om dezelfde Jeanneau speedboot gaat. Volgens de veroordeelde is deze speedboot in bezit van zijn neef met dezelfde naam, maar een nadere onderbouwing heeft hij hier niet van gegeven. Een onderbouwing ontbreekt ook ten aanzien van de ‘nepfactuur’ op zijn telefoon, die bedoeld was voor de verzekering van zijn neef en het verloop van de aankoop door zijn neef van de speedboot via het bedrijf dat als koper vermeld staat op de andere factuur. De verklaring van de veroordeelde, inhoudende dat hij nooit een boot heeft gekocht en dat de factuur bestemd was voor zijn neef met dezelfde naam, die deze nodig had in verband met de verzekering, acht de rechtbank dan ook onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank ziet gelet op het vorengaande geen reden om, zoals verzocht door de raadsman, [naam 2] als getuige te horen. De rechtbank wijst dit (voorwaardelijke) verzoek van de raadsman dan ook af.
Omdat in de chatgesprekken met betrekking tot voornoemde boot wordt gesproken over ‘onze boot’, zal de rechtbank voor wat betreft de aanschaf van de boot uitgaan van de helft van € 45.300,00, zijnde een bedrag van € 22.650,00.
Blijkens informatie uit de telefoon van de veroordeelde is ten slotte aannemelijk dat de veroordeelde sinds 1 oktober 2021 eigenaar is van de woning aan de [adres 1] te [plaats 2] . Op de telefoon van de veroordeelde zijn gesprekken in WhatsApp aangetroffen, waaruit blijkt dat hij bij de aankoop van de woning, naast de koopsom van € 200.000,00, nog een bedrag van € 26.280,00 in contanten aan de vorige eigenaar van de woning heeft betaald. Ook blijkt uit de WhatsApp-gesprekken dat ‘ [naam 1] ’ deze woning voor de veroordeelde had geregeld en hier € 5.000,00 in contanten voor had ontvangen van de veroordeelde. Hiermee komt de rechtbank op een bedrag van € 31.280,00 dat de veroordeelde contant heeft uitgegeven in verband met de aankoop van voornoemde woning.
De stelling van de veroordeelde, inhoudende dat behalve de € 5.000,00 die hij aan ‘ [naam 1] ’ heeft betaald van verdere contante betalingen geen sprake is geweest, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en daarmee niet aannemelijk.
De rechtbank gaat op grond van het voorgaande uit van de volgende berekening:
Beginsaldo contant geld € 5.000,00
Legale contante ontvangsten inclusief bankopnamen +/+ € 6.431,50
Eindsaldo contant geld -/- € 5.284,40
Beschikbaar voor het doen van uitgaven € 6.147,10
-/- Feitelijke uitgaven inclusief bankstortingen € 156.406,25
Verschil (= wederrechtelijk verkregen voordeel) € 150.259,15