Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14799

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
09/261266-24
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 57 SrArt. 311 SrArt. 312 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling woninginbraak en poging woninginbraak met bedreiging

De rechtbank Den Haag heeft op 2 juni 2026 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van woninginbraak en poging tot woninginbraak met bedreiging van bewoners. Op 3 februari 2024 werd verdachte betrapt tijdens een poging tot diefstal in een woning te America, waarbij hij de bewoners bedreigde met een mes. Op 28 februari 2024 pleegde verdachte een woninginbraak te Noordwijkerhout waarbij diverse waardevolle goederen werden weggenomen.

De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder aangiften, forensisch DNA-onderzoek, proces-verbaal van bevindingen en telecomgegevens. De DNA-sporen en telecomanalyse ondersteunden de aanwezigheid van verdachte in de betrokken gebieden. Getuigenverklaringen bevestigden de bedreiging met een mes tijdens de poging tot diefstal.

De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en oordeelde dat verdachte strafbaar is. Gezien de ernst van de feiten, de impact op de slachtoffers en het strafblad van verdachte, werd een gevangenisstraf van 14 maanden opgelegd. Tevens werd een schadevergoeding van €620,26 toegewezen aan de benadeelde partij, inclusief wettelijke rente vanaf 3 februari 2024. De verdachte werd veroordeeld in de proceskosten en tot betaling aan de Staat van het schadebedrag met rente, met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf en betaling van schadevergoeding aan benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/261266-24
Datum uitspraak: 2 juni 2026
Verstek
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],
BRP-adres: [adres 1].

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 19 mei 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. van Rookhuizen.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 3 februari 2024 te America, gemeente Horst aan de Maas ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten de woning gelegen aan de [adres 2], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, één of meerdere goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,
- naar de woning, gelegen aan de [adres 2], is toegegaan,
- vervolgens met (een voorwerp) een raam heeft vernield, en/of
- vervolgens via dit raam de woning is binnengaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [getuige], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een mes, althans een puntig voorwerp, op die [aangever 1] en/of [getuige] af te rennen;
2
hij op of omstreeks 28 februari 2024 te Noordwijkerhout, gemeente Noordwijk, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, op de [adres 3], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden, cash geld, reservesleutels en/of kentekenpapieren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] en/of [naam 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats het misdrijf heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
3.2.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer DH6R024031, van de politie eenheid Den Haag, district Leiden - Bollenstreek, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 262).
Ten aanzien van feit 1
1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1], opgemaakt op 3 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 25 tot en met p. 27):
Op 03 februari 2024, omstreeks 15:55 uur gingen mijn vriendin en ik, naar mijn zus. Wij hebben onze gehele woning afgesloten. Ook de poort van de tuin was afgesloten. Op 03 februari 2024, omstreeks 18:43 kwamen wij aan bij onze woning gelegen aan de [adres 2] in America. Vanuit de buitenzijde van de woning zagen wij licht branden op de bovenverdieping, hier is normaliter geen sprake van. Hierna ben ik naar boven gelopen en ik zag dat de deur van de badkamer halfopen stond. Normaal gesproken staat deze volledig open. Ik zag dat de slaapkamerdeur ook open stond, deze is normaal gesproken gesloten. Dit vertrouwde ik niet en toen ben ik samen met mijn vriendin naar de woonkamer gegaan. Toen zagen we dat het raam aan de achterzijde van de woonkamer opengebroken was.
Hierna hoorden wij voetstappen de trap afkomen en zagen wij in de gang bij de voordeur een man staan. Wij renden naar de keuken omdat we ontzettend bang waren voor deze onbekende man. Hierna hoorden wij de man schreeuwen en zagen wij dat hij met een lang keukenmes boven zijn hoofd richting ons rende. Wij zijn nog verder de keuken ingestapt en we zagen dat de man de eettafel heel snel voorbij liep en ons daarbij bleef aankijken. Wij gebaarden hem te gaan en we zagen dat de man door het woonkamerraam naar buiten vluchtte.
Samen met de politie ter plaatse zijn wij naar de bovenverdieping gelopen. We zagen dat alle kasten en kastjes opengezet waren en de gordijnen waren gesloten. Wij hebben deze open gezet toen we weggingen. De verdachte heeft alle waardevolle spullen klaargelegd op de kamer rechtdoor als je de trap op komt lopen.
2. Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ([adres 2] America), opgemaakt op 7 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 30 en p. 31):
Op 4 februari 2024 omstreeks 09:50 uur kwam ik, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal in/uit woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] te America. De dader bereikte de woning mogelijk via de brandgang. De brandgang is via een zijde vrij toegankelijk. Via deze brandgang komt men bij een houten tuinafscheiding voorzien van een houten tuinpoort. Bij navraag bleek dat de tuinpoort zowel voor als na de inbraak was afgesloten. Kijkend vanuit de brandgang naar de tuinpoort was een veegspoor zichtbaar op het langschild. Mogelijk dat de dader de deurkruk had gebruikt als opstap om over de tuinpoort te gaan en op deze wijze in de achtertuin te komen.
Ik, verbalisant, zag dat het houten woonkamerraam was opengebroken. De dader had met een breekvoorwerp in de sluitnaad gewrikt en op deze wijze het woonkamerraam kunnen openen. Via het woonkamerraam kreeg de dader toegang tot de woning. Op de ruit van dit inklimraam was een handschoenspoor zichtbaar. Het spoor bevond zich op de buitenzijde van het raam. Het spoor is middels een wattenstaafje bemonsterd, veiliggesteld en voorzien van een SIN.
Biologisch spoor
SIN [kenmerk 1]
Spooromschrijving: Epitheel
Wijze veiligstellen: Wattenstaafje
Datum/tijd veiligstellen: 4 februari 2024 om 10:26 uur
Plaats veiligstellen: Veegspoor (hss)buiten op ruit inklimraam
3. Het geschrift, te weten een deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek, voor zover inhoudende (p. 38):
4. Het proces-verbaal van bevindingen , opgemaakt op 16 mei 2024, voor zover inhoudende (p. 48 tot en met p. 51):
Op 3 februari 2024 hebben de bewoners van de woning gelegen aan de [adres 2] in America, toen ze op die dag omstreeks 18:43 uur thuiskwamen, een inbreker betrapt. Ten behoeve van de telecomanalyse is een netwerkmeting uitgevoerd op de plaats delict. Vervolgens werden de mast-verkeergegevens opgevraagd.
Vervolgens werd het adres [adres 4] in Zoetermeer CIOT bevraagd door middel van een vordering ex. artikel 126na van het Wetboek van Strafvordering. Daaruit bleek dat op dit adres een telefoonnummer was geregistreerd dat in gebruik zou zijn bij [verdachte]. Dit is het nummer [telefoonnummer 1]. Hierna [telefoonnummer 1].
Van dit nummer werden de historische verkeersgegevens opgevraagd voor de periode gelegen tussen 03-02-2024 09.00 uur tot en met 03-02-2024 23.59 uur.
Uit de analyse van deze gegevens bleek dat dit nummer op 3 februari 2023 gekoppeld is geweest aan het IMEI-nummer [IMEI]. Van dit IMEI- nummer werden ook de historische verkeergegevens opgevraagd voor de periode 03-02-2024 09.00 uur tot en met 03-02-2024 23.59 uur.
Door analyse van deze gegevens bleek mij het volgende:
Het nummer [telefoonnummer 1] kwam op 3 februari 2024 niet voor op de mastverkeergegevens van de plaats delict [adres 2] in America.
Het nummer [telefoonnummer 1] en het daarbij behorende IMEI-nummer [IMEI] hebben op 3 februari 2024 een reisbeweging gehad vanuit de omgeving Zoetermeer-Vlaardingen naar de omgeving van Helmond.
Op 3 februari 2024 werd het nummer [telefoonnummer 1] om 16:21 uur gebeld door het nummer [telefoonnummer 2]. Het nummer[telefoonnummer 1] was toen in het geografisch gebied van de Cell id Odido-[nummer 1] ([adres 5] Zoetermeer, antennerichting 120). Omstreeks 16:42 uur werd [telefoonnummer 1] nog een keer gebeld door hetzelfde nummer voor een duur van 58 seconden. Het nummer [telefoonnummer 1] was toen in het geografisch gebied van de Cell id Odido-[nummer 2] ([adres 6] Zoetermeer, antennerichting 240). Het woonadres van de verdachte [verdachte], de [adres 4] in Zoetermeer ligt in de geografische gebieden van beide Cell id’s.
Op diezelfde dag werd het nummer [telefoonnummer 1] om 17:09 uur nog een keer door [telefoonnummer 2] gebeld (belpoging). [telefoonnummer 1] was toen in het geografisch gebied van de Cell id Odido-[nummer 3] (A12 Waarder nabij hpm 39,9, antennerichting 280). Daarna heeft [telefoonnummer 1] het nummer [telefoonnummer 2] om 17:18 uur teruggebeld. Gespreksduur 75 seconden. [telefoonnummer 1] was toen in het geografisch gebied van de Cell id Odido-[nummer 4] ([adres 7] Nieuwegein, antennerichting 0). Dit was ter hoogte van het knooppunt Oudenrijn tussen de autosnelwegen de A12 en de A2. Om 17:33 uur werd [telefoonnummer 1] nog een keer door [telefoonnummer 2] gebeld. Toen vond er een gesprek van 272 seconden plaats. [telefoonnummer 1] was toen in het geografisch gebied van de Cell id Odido- [nummer 5] ([adres 8] Zaltbommel, antennerichting 340). In het geografisch gebied van deze Cell-id ligt onder andere de Autosnelweg A2. Daarna was [telefoonnummer 1] op 3 februari 2024 tussen 17:53 uur en 18:10 uur in het geografisch gebied van de Cell id Odido-[nummer 6] (Berkveld omg. Helmond, antennerichting 350) in het geografisch gebied van deze Cell id ligt onder andere de N270 ( Deurneseweg).
Het is daarom aan te nemen dat [telefoonnummer 1] op 03 februari 2024 tussen 16:21 uur en 18:10 uur een reisbeweging heeft gemaakt van Zoetermeer naar in ieder geval Helmond.
Het is niet uit te sluiten dat hij toen via de A12, de A2 en de N270 is gereisd.
Het is daarom niet uit te sluiten dat de verdachte [verdachte] op 3 februari 2024 om 18:43 uur ook in America kan zijn geweest. De afstand tussen de Cell-id Odido-[nummer 6] (Berkveld, omg Helmond) en het adres [adres 2] in America is ongeveer 23 kilometer.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 9 maart 2024, voor zover inhoudende (p. 52 en p. 53):
Pleeg datum feit: 3-2-2024 tussen 18.43u (thuiskomst ring deurbel)
Locatie feit: [adres 2] America Horst aan de Maas
Getuige
[getuige]
Getuige verklaarde dat:
- Ze zagen in de woonkamer, linksachter in de woning, dat er een raam was opengebroken.
Toen besloten ze vanuit de keuken door de woonkamer naar de voordeur te lopen. Vanuit de
woonkamer liepen ze richting de hal en daar stond een man met een mes in zijn rechterhand. Hij had zijn rechterhand gebald tot vuist om het mes, hij had zijn hand naast zijn hoofd opgeheven met de punt van het mes in de richting van aangever en getuige. Hij gilde onverstaanbaar en kwam op hen af.
Ten aanzien van feit 2
6. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2], opgemaakt op 27 juni 2025, voor zover inhoudende (p. 56 en p. 57):
Ik ben woonachtig op de [adres 3] te Noordwijkerhout. Mijn woning is aan de achterzijde omringd door een tuin, welke is afgesloten door een poort. Vandaag op 28 februari 2024 omstreeks 14.00 uur heb ik de woning verlaten en heb zowel de woning en de poort rondom afgesloten en schadevrij achtergelaten. Vandaag omstreeks 20.00 uur kwam ik thuis. Ik ben via de voordeur de woning binnen gegaan. Toen ik de gang in liep zag ik dat de kastjes onder de kapstok open stonden welke normaal dicht zitten. Toen ik de woonkamer in liep viel mij op dat de kastjes onder de televisie open stonden en het licht in de gang aan stond. Ik ben toen doorgelopen naar de slaapkamer welke zich achter de woonkamer bevindt. Ik zag dat ook hier mijn kast open stond. In de kast hangt mijn kluis. Deze zit met drie bouten in de muur. Ik zag dat de kluis weg was. Tevens stond het raam naar de tuin open. Ik zag dat het raam opengebroken was. Ik ben toen de tuin ingelopen. Ik zag dat mijn lamp met bewegingssensor van de muur was getrokken. Ik ben doorgelopen naar de poort en zag dat deze open stond en dat deze ook was opengebroken.
Ik stuur u een bijlage met de goederen welke zijn weggenomen.
Bijlage goederen
Geld, totaal 500 euro contant
Gouden zegelring met inscriptie bvk
Gouden verlovingsring met inscriptie ada
kentekenbewijzen kenteken [kenteken]
reservesleutel Toyota Yaris [kenteken]
kentekenbewijs scooter
reservesleutel brommer
2 x zilveren tientje
rozenkrans vorm schelp met daarin rijksdaalder briefjes
7. Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ([adres 3] Noordwijkerhout), opgemaakt op 6 maart 2024, voor zover inhoudende (p. 66 tot en met p. 69):
Op 29 februari 2024 om 12:16 uur kwamen wij, naar aanleiding van een gekwalificeerde diefstal in/uit woning, voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 3] te Noordwijkerhout. Het betreft een tussenwoning met twee woonlagen.
Wij zagen in de tuin dat:
- het buitenlicht tegen de schutting, gezien vanaf de woning, direct aan de linkerzijde van de tuin, op de grond lag;
- de nachtschoot van de poortdeur verbroken was;
- het naar buitenslaande slaapkamerraam verbroken was;
- er twee in- en tegendruksporen waren van een werktuig, vermoedelijk veroorzaakt door een schroevendraaier, aan de sluitzijde van het verbroken slaapkamerraam;
- er op de buitenzijde van het raam een viertal vettige vegen op ongeveer 1.80 meter hoogte vanaf de grond zaten. Ik, verbalisant, heb de vettige vegen op het raam bemonsterd op de mogelijke aanwezigheid van humaan biologisch celmateriaal met behulp van twee wattenstaafjes en steriel water en voorzien van Spoor Identificatie Nummer (SIN) [kenmerk 2].
8. Het geschrift, te weten een rapport Forensisch DNA-onderzoek door TMFI, voor zover inhoudende (p. 70 tot en met p. 72):
De resultaten van het (vergelijkend) DNA-onderzoek zijn weergegeven in Tabel 2.
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van [verdachte] in de bemonstering [kenmerk 2] is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [verdachte] en één onbekende persoon.
Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van twee onbekende personen.
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
9. Het proces-verbaal van bevindingen , opgemaakt op 20 november 2024, voor zover inhoudende (p. 86 tot en met p. 88):
Door tussenkomst van de officier van justitie werd de historische verkeersgegevens gevorderd van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] over de periode van 20 februari 2024 t/m 5 maart 2024. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] stond op 29 februari 2024 op naam van [verdachte]. Het telefoonnummer werd in de gevorderde periode gebruikt i.c.m. Galaxy S22 ULTRA met het IMEI-nummer [IMEI].
In de gevorderde periode heeft het telefoonnummer het meest gebruikt gemaakt van basisstations die stonden aan de [adres 5] en [adres 6] beiden in Zoetermeer. Deze basisstation stonden onder andere in de richting van de [adres 4] in Zoetermeer. [verdachte] stond van 5 oktober 2022 t/m 1 juli 2024 ingeschreven op het adres [adres 4] in Zoetermeer.
In de gevorderde periode waren er contacten geregistreerd met onder andere de telefoonnummers:
- [telefoonnummer 3] op naam van [naam 2] adres [adres 9] in [plaats];
- [telefoonnummer 4] op naam van [naam 3] adres [adres 9] in [plaats].
Sara en [naam 3] zijn de zussen van [verdachte].
28 februari 2024
In de periode tussen 17:02 en 17:47 uur heeft het telefoonnummer gebruik gemaakt van een basisstation aan de [adres 10] in Leiden. Dit basisstation stond onder andere in de richting van het viaduct Plesmanlaan A44. Bij dit viaduct kan men de afslag nemen richting de Provincialeweg N206 die onder andere loopt richting Noordwijkerhout.
Het telefoonnummer werd om 19:43 en 20:02 uur doorgeschakeld bij inkomende gesprekken. Bij deze registraties werden geen basisstations en IMEI-nummers geregistreerd waardoor het meer dan zeer aannemelijk is dat de telefoon uit stond.
Om 22:25 uur werd er gebruik gemaakt van een basisstation in Den Haag. Hierna om 23:28 uur werd er gebruik gemaakt van een basisstation in Zoetermeer de toenmalige woonplaats van [verdachte]. In de gevorderde periode (twee weken) heeft het telefoonnummer alleen op 28 februari 2024 gebruik gemaakt van een basisstation in Leiden of in de directe omgeving van Leiden.
3.3.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij op 3 februari 2024 te America, gemeente Horst aan de Maas, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres 2], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, goederen, die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een ander toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak en inklimming,
- naar de woning, gelegen aan de [adres 2], is toegegaan,
- vervolgens met een voorwerp een raam heeft vernield, en
- vervolgens via dit raam de woning is binnengaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
welke poging tot diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en [getuige], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een mes, op die [aangever 1] en [getuige] af te rennen;
2
hij op 28 februari 2024 te Noordwijkerhout, in een woning op de [adres 3], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, diverse sieraden, cash geld, reservesleutels en kentekenpapieren, die geheel of ten dele aan [aangever 2], toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.
6.2.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak en aan een poging daartoe. Dat het bij één van de inbraken bij een poging is gebleven, is enkel het gevolg van het feit dat de verdachte, die alle weg te nemen goederen al klaar had gelegd, betrapt werd door de thuiskomende bewoners. Hierna heeft de verdachte deze bewoners veel angst aangejaagd door ze te bedreigen met een mes. De impact hiervan is heel groot geweest en is dit nog steeds, zo heeft de rechtbank kunnen vaststellen bij de toelichting en onderbouwing van de vordering van de benadeelde partij.
Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Bovendien is een huis bij uitstek de plaats waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Door zijn daden heeft de verdachte dit gevoel van veiligheid aangetast. De verdachte heeft zich van die gevolgen van zijn handelingen kennelijk niets aangetrokken en slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank acht dit zeer kwalijk.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 9 april 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte in het verleden meermaals is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder ook woninginbraken.
Strafmodaliteit en strafmaat
Gelet op de aard en ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin staat voor een woninginbraak door iemand met recidive als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden vermeld. In één zaak is het bij een poging gebleven, maar was de uitvoering van de diefstal door het verzamelen van de waardevolle spullen in de woning van de aangevers al in een vergevorderd stadium. Dit weegt de rechtbank dan ook in het nadeel van de verdachte mee. De rechtbank weegt in deze zaak ook in strafverzwarende zin mee dat de verdachte, nadat hij werd betrapt, de bewoners heeft bedreigd met een mes om zijn vlucht mogelijk te maken. Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[getuige] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een materiële schadevergoeding van € 620,26, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade en houdt verband met de psychologische behandelingen die de benadeelde partij heeft ondergaan.
7.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met toewijzing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.2
Het oordeel van de rechtbank
De vordering is door de benadeelde partij voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan dan ook worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezen verklaarde feit, ter grootte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van
€ 620,26, bestaande uit materiële schade.
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 3 februari 2024, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Omdat de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
De verdachte zal voor het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit worden veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partij aansprakelijk voor schade die door dit feit aan haar is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 620,26, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 februari 2024 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [getuige].

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.3 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
poging tot diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht, vermelde omstandigheid, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;
ten aanzien van feit 2:
diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht, vermelde omstandigheid;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van
14 (veertien) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van
€ 620,26 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 februari 2024 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [getuige];
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 620,26, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 februari 2024 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [getuige];
bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. F.M. Guljé, voorzitter,
mr. V.J. de Haan, rechter,
mr. H. Hillenaar, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 juni 2026.