Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;
3h. tot ongewenst vreemdeling is verklaard als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet of tegen hem een inreisverbod is uitgevaardigd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, van de Wet;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vreemdelingenbesluit 2000 heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Ik onderteken niets. Ik accepteer dit niet. Ik ben statenloos en heb geen paspoort. De IND weet dat ook. Ik ben in Somalia geboren ten tijde van de oorlog. Die IND denkt alleen maar aan geld; alles is gewoon een kwestie van geld’. Eisers gedrag geeft dan ook geen enkel aanknopingspunt voor de conclusie dat hij zich aan een meldplicht zal houden of zelf zal werken aan zijn terugkeer naar Somalië. Voor wat betreft de duur van het lp-traject verwijst de rechtbank naar wat daarover hierna wordt overwogen, maar de rechtbank ziet daarin geen aanleiding voor het oordeel dat het niet in verhouding staat tot het gedrag van eiser om hem gedurende dat traject in bewaring te stellen.