ECLI:NL:RBDHA:2026:14801

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
C/09/594115 / HA RK 20-270
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 474g Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging termijn voor openbare executoriale verkoop van aandelen Propernyn

ConocoPhillips Petrozuata B.V. (COP) verzocht de rechtbank Den Haag om verlenging van de termijn waarbinnen de beslagen aandelen in Propernyn openbaar verkocht mogen worden. De rechtbank had eerder een termijn van één jaar gegund, die op 1 maart 2026 afliep. COP had de veiling uitgesteld vanwege recente ontwikkelingen, waaronder Amerikaanse sancties en nieuwe aandelenverwervingsmogelijkheden.

Vigor Global Limited betoogde dat COP het executierecht misbruikte om de strategische positie van PDVSA te bevriezen en verzocht de verlenging af te wijzen. De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot verlenging tijdig was ingediend en dat het executietraject uitzonderlijk complex is, wat de lange duur verklaart.

De rechtbank vond geen bewijs voor misbruik van het executierecht door COP en wees erop dat PDVSA, die het meest benadeeld zou zijn, dit niet bevestigde. De rechtbank verlengde de termijn met 12 maanden, zoals door COP gevraagd, en handhaafde het verbod op het vervreemden of bezwaren van vermogensbestanddelen zonder toestemming. De veilingvoorwaarden werden goedgekeurd en de beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de termijn voor de openbare executoriale verkoop van aandelen in Propernyn tot 1 maart 2027 en handhaaft het verbod op vervreemding zonder toestemming.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
Beschikking van 26 mei 2026
in de zaak met zaaknummer/rekestnummer:
C/09/594115 / HA RK 20-270
van:
1. de rechtspersoon naar het recht van Bermuda
PHILLIPS PETROLEUM COMPANY VENEZUELA LIMITEDte Houston, Texas, Verenigde Staten,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CONOCOPHILLIPS PETROZUATA B.V.te Den Haag,
verzoeksters,
advocaten: nu mr. M.A. Broeders en D.J. de Bock te Amsterdam,
t e g e n
1. de naar het recht van de Bolivariaanse Republiek Venezuela opgerichte vennootschap
PETRÓLEOS DE VENEZUELA S.A.te Caracas, Venezuela,
verweerster sub 1,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PROPERNYN B.V.te Den Haag,
belanghebbende/verweerster sub 2,
advocaten: mr. M. Deckers te Amsterdam.
De rechtbank noemt verzoeksters hierna samen ‘COP’ (in enkelvoud). Verweerster sub 1 wordt hierna aangeduid als ‘PDVSA’, belanghebbende/verweerster sub 2 als ‘Propernyn’ en PDVSA aan Propernyn samen ook als ‘PDVSA c.s.’ (in enkelvoud).

1.De procedure

1.1.
Bij verzoekschrift ingekomen op 23 maart 2020 heeft COP de rechtbank op grond van artikel 474g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht te bepalen dat en binnen welke termijn kan worden overgegaan tot verkoop en overdracht van de door COP beslagen aandelen in Propernyn. Bij beschikking van 30 december 2020 [1] heeft de rechtbank bepaald dat deze aandelen executoriaal,
onderhands, mochten worden verkocht, en heeft zij daarvoor een termijn van 12 maanden gegund. Daarbij heeft rechtbank– kort gezegd – een verbod aan Propernyn opgelegd om vermogensbestanddelen te vervreemden of te bezwaren en om rechtshandelingen te verrichten tot medewerking aan vervreemding van vermogensbestanddelen door haar dochtermaatschappijen, behoudens voorafgaande toestemming van de deurwaarder of de rechtbank, op straffe van een dwangsom (randnummer 5.10 van de beschikking). De rechtbank heeft de gegunde termijn voor onderhandse executieverkoop van de aandelen in Propernyn meermaals verlengd, bij beschikkingen van 27 juni 2022 [2] , 20 januari 2023 [3] en 17 juli 2023 [4] .
1.2.
Op 24 september 2024 heeft COP de rechtbank verzocht te bepalen dat de aandelen in Propernyn executoriaal, openbaar, verkocht mogen worden. Vigor Global Limited (toen nog geheten Oryx Global Limited, hierna: Vigor) heeft deelgenomen aan de mondelinge behandeling over dit nadere verzoek en heeft verklaard interesse te hebben in onderhandse koop van de aandelen in Propernyn. Bij beschikking van 3 februari 2025 [5] heeft de rechtbank de termijn waarbinnen de aandelen in Propernyn
onderhandsverkocht mochten worden verlengd tot en met 1 maart 2025 en bepaald dat die aandelen vanaf 1 maart 2025 executoriaal,
openbaar, kunnen worden verkocht, binnen een termijn van één jaar, eindigend op 1 maart 2026.
1.3.
Op 20 februari 2026 is bij de rechtbank ingekomen een ‘akte houdende verzoek tot verlengen termijn openbare verkoop’ van COP, met producties 1 tot en met 11. De rechtbank heeft bepaald dat op 11 mei 2026 een mondelinge behandeling zal worden gehouden (digitaal, door middel van een videoverbinding). De rechtbank heeft COP, PDVSA c.s. en de gerechtsdeurwaarder belast met de executie opgeroepen om aan de mondelinge behandeling deel te nemen. Verder heeft de rechtbank Vigor uitgenodigd om aan de mondelinge behandeling deel te nemen. Ten slotte heeft de rechtbank de verdere belanghebbenden (de mede-beslagleggers op de aandelen in Propernyn) voor de mondelinge behandeling opgeroepen.
1.4.
De mondelinge behandeling heeft op 11 mei 2026 plaatsgevonden. Aan deze mondelinge behandeling hebben de advocaten van COP en PDVSA c.s. en de gerechtsdeurwaarder deelgenomen. Verder hebben aan de mondelinge behandeling deelgenomen:
- de heer [naam] namens Vigor, bijgestaan door mr. J.S. Faber en mr. R.J. van Agteren;
- mr. F.J.L. Kaptein, mr. A.W.P. Marsman en mr. F.A.M. Heurman als advocaten van belanghebbende Crystallex International Corp. (hierna: Crystallex);
- mr. D. Beunk als advocaat voor belanghebbende Alya Constructora S.A.;
- mr. T. Wiersma als advocaat voor belanghebbende Iteco Oilfield Supple GmbH;
- mr. A. Kool als advocaat voor belanghebbende Agira S.A.;
- mr. A. J. Nagtegaal als advocaat van:
(1) Advanced Products Supply LLC;
(2) IGS Technologies & Services LLC;
(3) Sealing Gasketing Corrosion Control LLC;
(4) Brumby Shipholdings S.A.;
(5) Energy Coal SPA.
1.5.
De rechtbank heeft op de mondelinge behandeling meegedeeld dat zij uiterlijk op 10 juni 2026 een beschikking zal geven.

2.Het verzoek

2.1.
COP verzoekt – kort gezegd – om verlenging van de gegunde termijn voor openbare executieverkoop van de aandelen in Propernyn tot en met 1 maart 2027, met goedkeuring van een nieuwe versie van de veilingvoorwaarden, door COP overgelegd als productie 11.
2.2.
COP legt aan dit verzoek het volgende ten grondslag. Sinds de beschikking van 3 februari 2025 hebben COP en de deurwaarder diverse activiteiten ondernomen om een behoorlijke verkoop van de aandelen in Propernyn te bewerkstelligen en de openbare veiling voor te bereiden. De voorbereidingen van de openbare veiling zijn inmiddels vergevorderd, deze veiling kan op korte termijn plaatsvinden en was gepland op 11 februari 2026. COP heeft na overleg met de deurwaarder besloten de veiling uit te stellen in het licht van recente ontwikkelingen in verband met de Amerikaanse inmenging in Venezuela, die zodanige onzekerheid hebben gecreëerd voor Propernyn, dat er gegronde vrees is ontstaan dat de veiling op 11 februari 2026 niet succesvol zou verlopen. De (beperkte) aanpassing van de veilingvoorwaarden is gedaan om te verzekeren dat de veiling plaatsvindt in overeenstemming met de toepasselijke buitenlandse regelgeving ten aanzien van het aanbieden, adverteren en verkopen van aandelen in een Nederlandse vennootschap in andere jurisdicties, waaronder de Verenigde Staten van Amerika en het Verenigd Koninkrijk.
2.3.
PDVSA c.s. refereert zich wat betreft het nadere verzoek van COP aan het oordeel van de rechtbank.
2.4.
Vigor vraagt de rechtbank het verzoek van COP tot verlenging van de termijn voor openbare verkoop af te wijzen en COP op te dragen de veiling onverwijld doorgang te laten vinden. Indien de rechtbank de veilingtermijn toch verlengd, verzoekt Vigor de rechtbank het verbod zoals opgenomen in randnummer 5.10 van de beschikking van 30 december 2020 op te heffen. Vigor neemt verder het standpunt in dat COP niet-ontvankelijk is in haar nadere verzoek en dat het beslag op de aandelen in Propernyn is komen te vervallen, aangezien de door de rechtbank gegunde uiterste datum voor openbare verkoop (1 maart 2026) inmiddels is verstreken.
2.5.
De rechtbank gaat hierna, voor zover relevant, nader in op wat naar voren is gebracht over het verzoek van COP.

3.De beoordeling

3.1.
COP heeft op 20 februari 2026 – dus vóór het verstrijken van de door de rechtbank gegunde termijn voor openbare executieverkoop – de rechtbank verzocht om die termijn te verlengen. Anders dan Vigor meent, vormt de omstandigheid dat de gegunde termijn voor openbare executieverkoop inmiddels is verstreken, geen grond om COP niet-ontvankelijk te verklaren in haar verlengingsverzoek. Een verzoek tot verlenging dat is gedaan vóór het einde van een gegunde termijn, beschouwt de rechtbank als tijdig. Dat wordt niet anders doordat de rechtbank pas na het verstrijken van die termijn op het verlengingsverzoek beslist. Anders dan Vigor lijkt te menen, is er ook geen rechtsgrond die meebrengt dat een executoriaal beslag komt te vervallen door het enkele verstrijken van een ingevolge artikel 474g lid 1 Rv gegunde termijn.
3.2.
Vigor vraagt de rechtbank het verlengingsverzoek van COP af te wijzen en COP op te dragen om de executieveiling onverwijld doorgang te laten vinden. Vigor betoogt hiertoe dat COP de aandelen in Propernyn niet executoriaal wenst te verkopen, maar haar executierecht oneigenlijk gebruikt om indirect de strategische positie van PDVSA te bevriezen totdat zij een voor haar gunstiger olie-deal met PDVSA kan sluiten. Dit blijkt volgens Vigor uit de omstandigheden dat (i) het executietraject al buitengewoon lang duurt, (ii) een bod van Vigor op basis van een juiste waardering van de aandelen in Propernyn zonder enige onderbouwing is geweigerd en (iii) de veiling vervolgens meermaals is uitgesteld.
3.3.
De rechtbank overweegt hierover als volgt. COP ontkent dat zij met deze executie een ander doel nastreeft dan het (legitieme) doel een zo groot mogelijk deel van haar vordering op PDVSA te innen. De rechtbank volgt COP in haar standpunt dat het executietraject als uitzonderlijk complex moet worden aangemerkt, mede doordat de vermogensbelangen van Propernyn over een aantal landen zijn verspreid en doordat er initieel weinig informatie over de waarde van de aandelen in Propernyn beschikbaar was. De rechtbank acht dit een aannemelijke verklaring voor de lange duur van het executietraject.
3.4.
Voor zover Vigor inderdaad een onderhands bod op de aandelen in Propernyn heeft gedaan en dat is geweigerd, vormt ook dat geen bewijs dat COP het executietraject zonder deugdelijke reden laat voortduren. COP is zoals reeds overwogen gerechtigd een zo hoog mogelijke executieopbrengst na te streven. Goed denkbaar is dat dat eerder zal kunnen worden gerealiseerd door middel van een openbare veiling dan door onderhandse verkoop van de aandelen aan Vigor, alleen al omdat op een openbare veiling naast Vigor ook andere mogelijk geïnteresseerden een bod kunnen doen en tegen elkaar kunnen opbieden.
3.5.
De omstandigheid dat de veiling meermaals is uitgesteld, toont evenmin aan dat COP bewust aan het traineren is. COP heeft verklaard dat tot uitstel is besloten vanwege
meerdere recente ontwikkelingen, die de verwachting rechtvaardigen dat een beduidend hogere executieopbrengst zal worden gerealiseerd als een beperkte periode pas op de plaats wordt gemaakt. COP heeft daarbij onder meer erop gewezen dat pas rond of na de geplande veilingdatum van 11 februari 2026 duidelijk is geworden dat de VS de sancties ten aanzien van Venezuela zou versoepelen, en dat verder pas rond die tijd duidelijk is geworden dat een dochtervennootschap van Propernyn de mogelijkheid heeft nog eens 35% te verwerven van de aandelen in Nynas AB. Deze verklaring komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor.
3.6.
De rechtbank wijst ten slotte erop dat PDVSA – de partij die bij uitstek zou worden benadeeld door het misbruik van executierecht waarvan Vigor COP heeft beschuldigd – de juistheid van deze beschuldiging niet heeft bevestigd.
3.7.
De conclusie luidt dat wat Vigor naar voren heeft gebracht, geen reden vormt om het verlengingsverzoek van COP af te wijzen. PDVSA heeft geen bezwaar gemaakt tegen de verzochte termijnverlenging. Zowel COP als de andere beslagleggers hebben er belang bij dat de aandelen in Propernyn alsnog executoriaal verkocht zullen worden. De rechtbank zal de gegunde termijn voor openbare executieverkoop daarom verlengen.
3.8.
Vigor en enkele andere belanghebbenden hebben betoogd dat COP een kortere additionele termijn moet worden gegund dan de gevraagde 12 maanden. De rechtbank heeft besloten om COP wel de gevraagde verlenging voor de duur van 12 maanden te gunnen. De veiling blijft een complex traject en moet in rust gestalte krijgen om een optimaal resultaat te realiseren. De rechtbank drukt COP wel op hart om alles in het werk te stellen om binnen deze 12 maanden daadwerkelijk tot executieverkoop te komen. De advocaat van COP heeft op de mondelinge behandeling desgevraagd ook verklaard dat de verwachting gerechtvaardigd is dat dit haalbaar zal zijn.
3.9.
Vigor heeft de rechtbank nog verzocht het verbod dat is opgenomen in randnummer 5.10 van de beschikking van 30 december 2020, op te heffen. Daargelaten of het aan Vigor zou zijn om hierom te verzoeken, zal de rechtbank het verbod niet opheffen omdat zij daarvoor geen goede reden ziet. Het betreffende verbod dient ertoe om COP en de andere beslagleggers te beschermen tegen vermindering van de waarde van de aandelen in Propernyn. Het belang bij dat verbod blijft daarmee bestaan totdat de aandelen in Propernyn daadwerkelijk executoriaal zijn verkocht.
3.10.
De rechtbank zal, zoals door COP verzocht, bepalen dat aandelen in Propernyn openbaar verkocht mogen worden in overeenstemming met de veilingvoorwaarden zoals COP aan de rechtbank heeft overgelegd als productie 11 bij haar laatste akte, op de wijze en met de kanttekeningen zoals in de beslissing uitgewerkt.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verlengt de termijn waarbinnen alle ten laste van PDVSA in beslag genomen aandelen in het kapitaal van Propernyn openbaar verkocht mogen worden tot 1 maart 2027, in overeenstemming met de veilingvoorwaarden zoals COP aan de rechtbank heeft voorgelegd als productie 11 bij haar laatste akte, met dien verstande dat in afwijking daarvan een andere (uiterste) datum mag worden gehanteerd voor de openbare executieverkoop, voor de mogelijkheid tot het uitbrengen van een bod, voor het storten van een depot en voor het vervallen van de eventuele aansprakelijkheid van de deurwaarder, het kantoor van de deurwaarder en personen die door de door de deurwaarder zijn ingeschakeld;
4.2.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.

Voetnoten

6.type: 1769