ECLI:NL:RBDHA:2026:14805
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking verdeling en verkoop gemeenschappelijke woning na beëindiging relatie
Partijen waren gezamenlijk eigenaar van een woning en hadden een affectieve relatie die in april 2025 eindigde. De vrouw verzocht herhaaldelijk om verdeling van de woning, maar de man ondernam geen stappen om de woning over te nemen.
De vrouw vorderde in kort geding dat de woning binnen twee weken getaxeerd wordt en dat de man uiterlijk 15 augustus 2026 de woning kan overnemen tegen de getaxeerde waarde, met ontslag van haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en lening. Indien de man niet overneemt, moet hij meewerken aan verkoop aan derden en de woning ontruimen.
De man erkende de vordering grotendeels, maar betwistte de 50/50 verdeling van de opbrengst vanwege investeringen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de man met spoed stappen moet zetten om de woning over te nemen en anders vanaf 15 augustus 2026 verplicht is mee te werken aan verkoop en levering aan derden.
De dwangsom voor niet-naleving is vastgesteld op €1.000 per dag tot maximaal €50.000. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan taxatie en verkoop van de woning, met een dwangsom bij niet-naleving, tenzij hij de woning voor 15 augustus 2026 overneemt.