Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14821

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
NL25.35210
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 28 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid gedwongen rekrutering en onvoldoende vrees voor vervolging

Eiser, van Ethiopische nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend op grond van gedwongen rekrutering en politieke activiteiten. Hij stelt te zijn ontsnapt uit een militair kamp en vreest vervolging bij terugkeer. De minister heeft de aanvraag afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van de gedwongen rekrutering en onvoldoende bewijs van een gegronde vrees voor vervolging of een risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de gedwongen rekrutering ongeloofwaardig heeft bevonden, omdat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over zijn verblijf en ontsnapping uit het kamp. Ook de hulp van vreemden acht de minister onwaarschijnlijk. Het beroep op het referentiekader van eiser wordt onvoldoende onderbouwd geacht.

Ten aanzien van de politieke activiteiten concludeert de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt een sterke politieke overtuiging te hebben of dat hij daardoor in negatieve aandacht van de Ethiopische autoriteiten staat. De enkele deelname aan demonstraties en beheer van een groepsapp zijn onvoldoende. De brief van een belangenvereniging wordt niet als objectief bewijs gezien.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Esmeijer en griffier Tijssen.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35210

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de gedwongen rekrutering en de problemen naar aanleiding daarvan ongeloofwaardig mogen vinden. De minister heeft ook mogen concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2005. De minister heeft met het bestreden besluit van 29 juli 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Alemayehu als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is gedwongen gerekruteerd door de Ethiopische autoriteiten. Een aantal dagen na het begin van de militaire training kon eiser ontsnappen toen het kamp waar hij verbleef, werd beschoten. Met hulp van een vrouw in [plaats 1] is eiser vervolgens naar Addis Abeba gereisd. Daar werd eiser geholpen door een schoenenpoetser. Met zijn hulp belde eiser naar zijn oom, waarna hij hoorde dat zijn vader was opgepakt. Eiser besloot toen Ethiopië te verlaten. Bij terugkeer vreest eiser opgepakt en gedood te worden door de Ethiopische autoriteiten. Eiser heeft daarnaast in Nederland een Oromo-bijeenkomst en een demonstratie bijgewoond. Eiser stelt ook beheerder te zijn van een Oromo-groepsapp op Whatsapp.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
  • de politieke activiteiten in Nederland;
  • de gedwongen rekrutering en problemen naar aanleiding daarvan.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De politieke activiteiten in Nederland worden ook geloofwaardig geacht. De gedwongen rekrutering en de problemen naar aanleiding daarvan worden ongeloofwaardig geacht. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die dit asielmotief volledig onderbouwen en de verklaringen van eiser vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Ten aanzien van de geloofwaardig geachte asielmotieven, stelt de minister zich op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Heeft de minister de gedwongen rekrutering en de problemen naar aanleiding daarvan ongeloofwaardig mogen vinden?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser voert aan dat hij in bewijsnood verkeert als het gaat om het onderbouwen van de gedwongen rekrutering. De Ethiopische autoriteiten hebben namelijk geen documenten afgegeven. Eiser stelt wel aannemelijk, voldoende gedetailleerd en consistent te hebben verklaard. Hierdoor dient hij het voordeel van de twijfel te krijgen. Hij heeft namelijk alles verklaard over het militaire kamp wat hij heeft kunnen zien en meekrijgen. Hij stond als jonge minderjarige onder veel stress en heeft daar slechts een korte tijd verbleven. Hij stond daarnaast onder controle en had geen bewegingsvrijheid. In de zienswijze heeft eiser nader beschreven hoe de ontsnapping uit het kamp is verlopen. Het misverstand over de datum waarop eiser uit Ethiopië is vertrokken, is gecorrigeerd en moet worden meegenomen. De tolk heeft verder een datum foutief omgezet en doorgegeven en dit is niet aan eiser te wijten. Dat eiser niet wist of Ethiopië officieel een militaire dienstplicht heeft, is vanwege zijn jonge leeftijd niet vreemd. Dit zegt niets over zijn asielrelaas. Ook stelt eiser dat de minister miskent dat hij, gezien zijn jonge leeftijd, afhankelijk is van informatie van zijn ouders of zijn oom. Hierdoor wist eiser slechts van zijn moeder dat zijn vader door de autoriteiten van betrokkenheid bij het OLF [2] en van spionage werd beschuldigd. Daarnaast heeft eiser van zijn oom vernomen dat zijn vader is opgepakt omdat eiser niet aanwezig was en op de lijst van deserteurs stond. Dit is volgens eiser dan ook geloofwaardig. Eiser stelt verder dat hij logisch en aannemelijk heeft verklaard over de periode na de ontsnapping. Hij was jong, kon zich niet zelfstandig redden en was in paniek. Het is dan ook aannemelijk dat de twee mensen die hij is tegengekomen goede mensen waren die hem wilde helpen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de gedwongen rekrutering en de problemen naar aanleiding daarvan ongeloofwaardig zijn. De minister heeft daarvoor onder meer van belang mogen vinden dat eiser summier heeft verklaard over het trainingskamp, zijn tijd in het kamp en over zijn ontsnapping uit het kamp. Omdat eiser zes dagen in het kamp heeft verbleven, wat een ingrijpende gebeurtenis moet zijn geweest, mocht de minister verwachten dat eiser hierover meer kon verklaren. Daarnaast geeft eiser een oppervlakkige beschrijving van de gebeurtenissen tijdens de ontsnapping, waardoor weinig inzicht in zijn belevenis is gegeven. De minister heeft verder mogen betrekken dat de verklaringen van eiser over de hulp van twee vreemden ongerijmd en weinig plausibel zijn. Ook heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat niet valt in te zien dat eiser tweemaal de eerste persoon die hij zag heeft aangesproken en deze personen hem ook daadwerkelijk hebben geholpen. De enkele stelling van eiser dat dit wel aannemelijk is omdat het goede mensen waren, mocht de minister onvoldoende vinden. Deze beroepsgrond slaagt niet.
5.2.
Voor zover eiser aanvoert dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader, volgt de rechtbank dat niet. Eiser heeft in de besluitvormingsprocedure niet nadrukkelijk een beroep gedaan op zijn referentiekader. Eiser heeft slechts verwezen naar zijn minderjarigheid en de stress. Dit zijn elementen die de minister in de besluitvorming heeft betrokken. De minister stelt namelijk onder meer dat ook van een minderjarige onder stress mag worden verwacht dat hij voldoende kan verklaren over een kamp waar hij een aantal dagen heeft doorgebracht. [3] Daarnaast heeft de minister tijdens de zitting nader toegelicht dat het referentiekader niet in elk besluit wordt opgenomen, maar hier wel in elk besluit rekening mee wordt gehouden. De minister heeft tijdens de zitting ook toegelicht dat er geen sprake was van opmerkelijke aspecten die nader uiteengezet hadden moeten worden en dat tijdens het gehoor niet is gebleken dat onvoldoende rekening is gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de minister mogen concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM?
Wat is het betoog van eiser?
6. Eiser voert aan dat hij vanwege zijn desertie te vrezen heeft voor vervolging. Eiser vreest voor inzet bij oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de vrede en misdrijven tegen de menselijkheid, terwijl hem een onevenredige zware bestraffing vanwege zijn desertie of dienstweigering boven het hoofd hangt.
Ook heeft eiser vanwege zijn politieke activiteiten te vrezen voor vervolging. Eiser stelt een sterke politieke overtuiging te hebben vanwege de politieke activiteiten waaraan hij in Nederland heeft deelgenomen. Eiser heeft meegedaan aan diverse protesten en heeft een evenement van een bekende opposant bijgewoond. De Ethiopische autoriteiten houden daarnaast de politieke activiteiten van Ethiopiërs in het buitenland in de gaten via het internet, waardoor eiser in de bijzonder negatieve aandacht van de autoriteiten is komen te staan. Eiser doet uitingen op Facebook en hij is beheerder van een groepsapp op Whatsapp. Ter onderbouwing heeft eiser een brief van de Vereniging Hawasa Oromo Nederland overgelegd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Zoals de rechtbank in 5.1 en 5.2 heeft overwogen, heeft de minister de gedwongen rekrutering en de problemen naar aanleiding daarvan niet ten onrechte ongeloofwaardig mogen vinden. Dit hoeft dan ook niet verder te worden besproken. Ten aanzien van de politieke activiteiten heeft de minister van belang mogen vinden dat niet is gebleken dat eiser een sterke politieke overtuiging heeft, omdat hij slechts aan twee demonstraties heeft deelgenomen en een evenement van een opposant heeft bezocht. Eiser geeft aan wel politiek actief te zijn, maar tijdens de zitting weet eiser niet concreet te maken wat zijn politieke activiteiten op dit moment zijn. Dat eiser beheerder is van een groepsapp op Whatsapp met een politiek doel, hoefde voor de minister ook niet te leiden tot de conclusie dat eiser een sterke politieke overtuiging heeft. De minister heeft daarbij mogen betrekken dat niet is gebleken dat in deze groepsapp wordt gesproken over demonstraties of dat OLF-leden onderdeel zijn van deze groepsapp. De brief van de Vereniging Hawasa Oromo Nederland, waarin volgens eiser zijn politieke activiteiten in Nederland worden bevestigd, maakt het oordeel niet anders. De minister heeft tijdens de zitting aangegeven dat deze brief opgesteld is op het verzoek van eiser en dat het geen objectief bewijsstuk is. De minister heeft ook van belang mogen vinden dat uit de politieke activiteiten in Nederland op zichzelf niet blijkt dat eiser in de negatieve aandacht van de Ethiopische autoriteiten zou staan. Uit het Algemeen Ambtsbericht betreffende Ethiopië van januari 2024 wordt er namelijk geen melding meer gemaakt van het monitoren van de activiteiten van de diaspora in het buitenland. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Tijssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Oromo Liberation Front.
3.Zie pagina 3 van het bestreden besluit.