Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14838

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
NL25.39377
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 VwArt. 30b VwArt. 31 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en onduidelijke problemen met cult Eiye

Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij gedwongen lid was van de cult Eiye en vanwege bedreigingen zijn land had verlaten. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat de identiteit van eiser niet geloofwaardig werd geacht en zijn verhaal over de problemen met de cult onvoldoende aannemelijk was.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister terecht twijfelde aan de identiteit van eiser, mede omdat hij geen originele identiteitsdocumenten kon overleggen en onvoldoende inspanningen had verricht om deze te verkrijgen. Daarnaast vond de rechtbank dat de minister terecht de verklaringen over het lidmaatschap en de bedreigingen door de cult ongeloofwaardig achtte, vanwege inconsistenties, gebrek aan detail en onvoldoende onderbouwing.

Eiser had weliswaar foto’s en informatie van Vluchtelingenwerk overgelegd, maar deze waren onvoldoende om zijn verhaal te staven. Ook het argument dat de aanvraag niet snel genoeg was ingediend, faalde omdat de minister dit voldoende motiveerde en de aanvraag inhoudelijk beoordeelde.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Esmeijer op 2 juni 2026 in Zwolle.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39377

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal)
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw [1] . Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de identiteit van eiser en zijn problemen met Eiye ongeloofwaardig zijn
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994. De minister heeft met het bestreden besluit van 13 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond [2] .
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 23 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, O.O. Owolabi als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. In 2012 is hij gedwongen lid geworden van de cult Eiye. Vanaf het begin heeft eiser geprobeerd zich te onttrekken aan de activiteiten van Eiye. Hierom is hij lastiggevallen en mishandeld door andere leden. Toen hij zich realiseerde dat hij niet meer vrij rond kon lopen op straat, heeft hij besloten Nigeria te verlaten. Hij vreest voor wraak van de leden van Eiye, omdat hij zich niet heeft gehouden aan de eed die hij heeft afgelegd. Bij de inwijding is eiser verteld dat als je de geheimen van de cult doorvertelt dit de dood tot gevolg heeft.
Wat staat er in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
  • het gedwongen lidmaatschap van eiser van Eiye en de daaruit voortvloeiende problemen.
4.1.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit van eiser ongeloofwaardig is. Zijn nationaliteit en herkomst worden wel geloofd. Het gedwongen lidmaatschap van Eiye en de daaruit voortvloeiende problemen vindt de minister niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn aanvraag niet zo snel mogelijk ingediend volgens de minister. Daarom concludeert de minister dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.
Heeft de minister de identiteit van eiser ongeloofwaardig mogen vinden?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte twijfelt aan zijn identiteit. Hij heeft een kopie van zijn geboorteakte overgelegd, die de minister niet helemaal ter zijde kan leggen. Verder beschikte eiser in Nigeria nooit over identiteitsdocumenten, aangezien daar geen identificatieplicht geldt. Ook is het standpunt van de minister dat hij in België de mogelijkheid had om in het bezit te komen van een identificerend document volgens eiser op geen enkele wijze onderbouwd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5.1.
De minister heeft voldoende gemotiveerd dat de identiteit van eiser ongeloofwaardig is. Daarbij heeft de minister van belang mogen vinden dat eiser geen identificerende documenten heeft overlegd. De door eiser overgelegde foto van zijn geboorteakte is geen identificerend document, want het is niet origineel en bevat geen biometrische kenmerken [3] . Ook heeft de minister in aanmerking mogen nemen dat eiser onvoldoende moeite heeft gedaan om aan identiteitsdocumenten te komen [4] . Eiser heeft namelijk zelf verklaard dat zijn aanvraag om identiteitsdocumenten niet is afgewezen door de Nigeriaanse autoriteiten, maar dat hij de financiële middelen niet had om dit vanuit België te regelen [5] .
Heeft de minister de problemen van eiser met Eiye ongeloofwaardig mogen vinden?
Wat is het betoog van eiser?
6. Eiser voert aan dat hij voldoende uitgebreid en niet vaag of tegenstrijdig heeft verklaard. De minister had volgens eiser zijn aanpassingen en zijn uitleg uit de correcties en aanvullingen en de zienwijze bij de besluitvorming moeten betrekken. Ook betoogt eiser dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader. Zo is er door de minister geen rekening gehouden met de culturele achtergrond van eiser, het tijdsverloop van acht jaar sinds zijn vertrek uit Nigeria en het feit dat eiser traumatische gebeurtenissen heeft meegemaakt in Libië. Naast zijn verklaringen heeft eiser twee foto’s (één van een hemd van Eiye en één van eiser met een baret van Eiye) en informatie van Vluchtelingenwerk Nederland overgelegd die zijn asielrelaas ondersteunen. Hiermee heeft eiser alles gedaan wat hij kon om zijn asielmotieven aannemelijk te maken.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6.1.
De rechtbank stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat van eiser niet kan worden verwacht dat hij documenten overlegt die zijn lidmaatschap van Eiye direct aantonen, aangezien het om een geheim genootschap gaat [6] . Daarom heeft eiser van de minister de gelegenheid gekregen om zijn asielmotieven geloofwaardig te maken door samenhangende en aannemelijke verklaringen daarover af te leggen en door met ander ondersteunend bewijsmateriaal te komen.
6.2.
De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over zijn problemen vanwege zijn gedwongen lidmaatschap van Eiye ongeloofwaardig zijn.
6.3.
Eiser is er om te beginnen niet in geslaagd om te concretiseren op welke wijze de minister ten onrechte geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Hoewel het referentiekader van eiser in het bestreden besluit [7] wat completer beschreven had kunnen worden, blijkt naar het oordeel van de rechtbank wel dat in de besluitvorming met zijn referentiekader voldoende rekening is gehouden. Uit de gehoren blijkt namelijk nergens dat eiser niet in staat is geweest om antwoorden te geven op de vragen die hem zijn gesteld. Die vragen zagen, zoals de minister terecht opmerkt, bovendien voornamelijk op zijn eigen ervaringen en waarnemingen. Van eiser mocht verwacht worden dat hij die vragen, gelet op zijn referentiekader, kon beantwoorden. De minister heeft ook kunnen verwijzen naar het rapport van MediFirst van 22 november 2024, waaruit blijkt dat eiser in staat is te verklaren. Hieruit blijkt verder dat het niet aan hem kan worden tegengeworpen als hij geen exacte data kan noemen. Dat is ook niet gebeurd.
6.4.
Verder heeft de minister kunnen betrekken dat eiser er onvoldoende in is geslaagd om consistent en voldoende gedetailleerd over de gebeurtenissen tijdens de inwijding te verklaren. Zo weet eiser niet te vertellen door wie hij is uitgenodigd voor de verjaardag, hoeveel leden van Eiye hem meenamen, naar wat voor ruimte hij werd meegenomen en hoe zijn vrijlating verliep, terwijl hier wel op doorgevraagd is door de minister. Hoewel eiser geblinddoekt was tijdens de inwijding zelf, kon de minister van hem verwachten dat hij meer gedetailleerd had kunnen verklaren over het huis en de ruimte waar hij naar toe werd gebracht en wat hij heeft waargenomen toen hij het huis daarna weer verliet. Ook kon de minister in aanmerking nemen dat niet valt in te zien waarom eiser gedwongen werd lid te worden van een organisatie, waarvan hij vervolgens geen taken kreeg opgedragen. Hieruit volgt namelijk niet dat de organisatie hem nodig had. Hij is vijf jaar lid geweest van Eiye, maar uit zijn verklaringen blijkt dat hij vrijwel geen activiteiten heeft uitgevoerd. Zelfs als het zo is dat hij vanwege zijn opleidingsniveau alleen voor eenvoudige klussen werd aangetrokken, zou het logisch zijn dat hij vaker zou zijn ingezet bij dat soort activiteiten. Tot slot mocht de minister ook verwachten van eiser dat hij meer details had kunnen geven over de accessoires die kenmerkend zijn voor personen die tot Eiye behoren (pet, tattoo en armband). De informatie die eiser heeft gegeven, is namelijk weinig specifiek en had hij ook buiten de organisatie kunnen verkrijgen. Alles bij elkaar heeft de minister de verklaringen over het gedwongen lidmaatschap van Eiye niet ten onrechte als te summier en niet geloofwaardig bestempeld.
6.5.
Daarnaast heeft de minister voldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiser over zijn problemen die zijn ontstaan uit het gedwongen lidmaatschap van Eiye ongeloofwaardig zijn. Hierbij heeft de minister ten eerste in aanmerking kunnen nemen dat eiser wisselend en oppervlakkig heeft verklaard over het gevecht waar hij aan zou hebben deelgenomen. Pas gelet op het gestelde in de zienswijze wordt duidelijk dat eiser leden van de rivaliserende cult moest opsporen. Aangezien hij en de andere cultleden die niet vonden, kwam het niet tot een gevecht. De minister heeft eiser niet ten onrechte tegengeworpen dat hij deze gebeurtenis in een eerder stadium inzichtelijk had moeten maken. Uit vaste rechtspraak [8] van de Afdeling [9] volgt dat van een vreemdeling een deugdelijke verklaring mag worden verwacht wanneer hij essentiële punten van zijn asielrelaas pas in een laat stadium naar voren heeft gebracht. Een dergelijke verklaring ontbreekt hier. Ten tweede heeft de minister kunnen betrekken dat het slechts is gebaseerd op vermoedens van eiser dat hij wordt gezocht door leden van Eiye. Hij heeft zelf namelijk verklaard dat hij niet zeker weet of hij wordt gezocht [10] . Ook heeft hij geen concrete aanwijzingen of onderbouwing hiervan. Eiser heeft bovendien sinds 2016 niets meer van leden van Eiye vernomen. Wat betreft de bedreiging van een cult-lid met de naam Bob, die eiser in België op straat zou zijn tegengekomen en waarover hij in de zienswijze heeft verklaard, heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het vreemd is dat eiser hierover tijdens het nader gehoor niets heeft verteld. Eiser heeft ook tijdens het aangehaalde Dublingehoor niet verklaard over een bedreiging [11] . Hij heeft daar verklaard dat een bekende uit Nigeria hem om geld vroeg en dat hij daar geen zin in had. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit tegenstrijdig is en daarom afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de gestelde ontmoeting.
6.6.
De overgelegde foto’s en de informatie van Vluchtelingenwerk Nederland maken het oordeel niet anders. De minister heeft zich namelijk niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de foto’s – in samenhang met de verklaringen van eiser – niet voldoende aannemelijk maken dat eiser gedwongen lid is geweest van Eiye. Eiser staat om te beginnen niet zelf op de foto’s van het hemd. Hierdoor is het hemd niet direct aan hem te linken. Wat betreft de foto van eiser met de baret, heeft de minister ten eerste van belang kunnen vinden dat er geen kenmerkend logo op de baret staat. Ten tweede heeft eiser tijdens het nader gehoor niet gesproken over de baret en de foto van hem met de baret. Ten derde heeft eiser tijdens de zitting geen duidelijkheid kunnen verschaffen over het moment waarop deze foto is gemaakt en door wie. Over de overgelegde informatie van Vluchtelingenwerk Nederland heeft de minister tot slot niet ten onrechte het standpunt kunnen innemen dat het hier informatie uit algemene bronnen betreft, die niet op eiser persoonlijk ziet. Het betoog dat hieruit zou blijken dat eiser voor Eiye te vrezen heeft bij terugkeer naar Nigeria, slaagt dan ook niet.
6.7.
De beroepsgronden slagen niet.
Heeft de minister de aanvraag van eiser als kennelijk ongegrond kunnen afwijzen?
Wat is het betoog van eiser?
7. Eiser voert aan dat een asielaanvraag niet kan worden afgewezen alleen op grond van de omstandigheid dat zij niet zo snel mogelijk is ingediend. Daarnaast is de termijn van 48 uur niet in het Unierecht vastgelegd en daarmee een willekeurig gekozen termijn.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet zo snel mogelijk een asielaanvraag heeft gedaan [12] . Het is niet in geschil dat eiser zich niet binnen 48 uur heeft gemeld om een asielaanvraag te doen. Hiervoor is geen verschoonbare reden aangevoerd. Daarnaast is de asielaanvraag niet alleen maar op deze grond door de minister afgewezen, maar op meerdere gronden. De asielmotieven van eiser zijn inhoudelijk beoordeeld. Er is alleen daarom al geen strijd met het Unierecht. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het betreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.J. Snoeijer, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Op grond van artikel 31 van Pro de Vw gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw.
3.Pagina 2 van het besluit.
4.Artikel 31, lid 6, voorwaarde b, van de Vw.
5.Pagina 4 van het rapport van het Dublin aanmeldgehoor.
6.Pagina 3 van het besluit.
7.Pagina 4 van het besluit.
8.Zie bijvoorbeeld Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, uitspraak van 28 december 2001 (registratienummer 200105344/1).
9.Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
10.Pagina 24 van het rapport Nader gehoor.
11.Pagina 7 van het rapport Aanmeldgehoor Dublin.
12.Dit is een reden om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te doen. Zie artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw.