ECLI:NL:RBDHA:2026:14897

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
697764
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • C.J-A. Seinen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 lid 2 RvArt. 151 lid 2 RvArt. 7:9 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis over teruglevering bedrijfswoning na verkoop familiebedrijf

Eiser en zijn broer verkochten in 2018 het familiebedrijf inclusief twee agrarische bedrijfswoningen aan gedaagde. Eiser vordert nu de teruglevering van een van deze bedrijfswoningen en de aankoop van de bijbehorende tuin tegen een vaste prijs. Gedaagde stelt dat teruglevering alleen mogelijk is indien de bestemming van de woning is gewijzigd van agrarisch naar burgerbestemming.

De rechtbank stelt vast dat de koopovereenkomst een authentieke akte is en dat eiser het bewijs moet leveren dat partijen hebben bedoeld dat terugkoop ook mogelijk is zonder bestemmingswijziging. Gedaagde heeft tegenbewijs geleverd dat de terugkoop afhankelijk is van een bestemmingswijziging, zoals blijkt uit een addendum bij de koopovereenkomst.

De rechtbank overweegt dat de koopovereenkomst bedoeld was om de broers in de woningen te laten blijven wonen ondanks verkoop, en dat het verhaal van gedaagde beter aansluit bij de feiten. Eiser krijgt de opdracht bewijs te leveren en gedaagde mag tegenbewijs leveren. Nadere bewijsstukken en getuigen kunnen worden ingebracht, waarna verdere beslissing volgt.

Uitkomst: De rechtbank draagt eiser op bewijs te leveren dat terugkoop mogelijk is zonder bestemmingswijziging en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel
Zaaknummer: C/09/697764 / HA ZA 26-80
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
[eiser], te [woonplaats], [gemeente],
eisende partij,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
tegen
[gedaagde] B.V., te [vestigingsplaats], [gemeente],
gedaagde partij,
advocaat: mr. S.A. van Leeuwen.
Partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.Dit vonnis in het kort

1.1.
In deze zaak vordert [eiser] – kort gezegd – teruglevering van een bedrijfswoning die onderdeel was van het familiebedrijf dat [eiser] en zijn broer in 2018 aan [gedaagde] hebben verkocht. [eiser] meent dat de koopovereenkomst hem het recht geeft de woning terug te kopen. Ook meent [eiser] dat hij de tuin eromheen er tegen een vaste prijs mag bijkopen.
1.2.
[gedaagde] leest de koopovereenkomst anders: zij meent dat er alleen een recht op terugkoop bestaat als de planologische bestemming van de woning is gewijzigd van een agrarische bedrijfsbestemming naar een burgerbestemming. Omdat de bestemming niet is gewijzigd, meent zij dat [eiser] geen recht heeft om de bedrijfswoning terug te kopen.
1.3.
In dit tussenvonnis draagt de rechtbank [eiser] op te bewijzen dat partijen met de koopovereenkomst hebben bedoeld af te spreken dat hij de bedrijfswoning ook terug kan kopen op een moment waarop de bestemming van die woning niet gewijzigd is naar een burgerbestemming. [gedaagde] krijgt alvast de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren. De zaak wordt naar de rol verwezen voor het nemen van nadere akten.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende documenten:
- de dagvaarding van 17 december 2025, met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 8;
- de akte van [gedaagde], met producties 9 en 10;
- de akte van [eiser] (verklaring) van 23 april 2026.
2.2.
Op 24 april 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Namens [eiser] is zijn advocaat verschenen. Namens [gedaagde] zijn verschenen: de heer [naam 1] en haar advocaat.
2.3.
Ten slotte is de datum bepaald waarop dit vonnis wordt gewezen.

3.De feiten

3.1.
[eiser] en zijn broer [naam 2] zijn vennoten in de firma [de Firma] (hierna: de Firma).
3.2.
[gedaagde] is een vennootschap met als (indirect) bestuurders [vennoot 1] en [vennoot 2].
3.3.
Op 31 december 2018 hebben [gedaagde] (als koper) en de Firma (als verkoper) een koopovereenkomst gesloten voor de aan- en verkoop van het perceel tuinland met glasopstanden aan de [adres 1] te [plaats] en de twee naastgelegen percelen met agrarische bedrijfswoningen met onder- en omliggende grond aan de [adres 1] en [adres 2] te [plaats] (hierna: de koopovereenkomst).
3.4.
In de koopovereenkomst is onder meer het volgende bepaald (onderstreping rechtbank):
“De Firma verkoopt aan koper die verklaart te kopen:
A. een perceel tuinland van groot drieëntwintigduizend en veertien (23.014) vierkante meter met ongeveer vijftien duizend één honderd twee en tachtig (15.182) vierkante meter glasopstanden en verder toebehoren, plaatselijk bekend [plaats], [gemeente], [adres 1], bestaande uit de percelen kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 1], groot zeven en dertig are en tien centiare (37.10 a),
3194, groot zestig are en vijf en zeventig centiare (60.75 a),
3197, groot negentig are en twee en twintig centiare (90.22 a),
3359, groot twee en veertig are en zeven centiare (42.07 a,
welke perceel 3197 is belast met een zakelijk recht als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht.
[eiser] verkoopt aan koper die verklaart te kopen:
B. de agrarische bedrijfswoning met onder- en omliggende grond, plaatselijk bekend [plaats], [gemeente], [adres 1], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 2], groot twee are en zeventig centiare (02.70 a), welk perceel is belast met een zakelijk recht als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht.
[naam 2] verkoopt aan koper die verklaart te kopen:
C. de agrarische bedrijfswoning met onder- en omliggende grond, plaatselijk bekend [plaats], [gemeente], [adres 2], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk 3], groot vier are en acht centiare (04.08 a), welk perceel is belast met een zakelijk recht als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht.
[…]
3. Het verkochte B en het verkochte C kunnen voor onbepaalde tijd bewoond blijven door de respectievelijke huidige eigenaren, zonder nadere tegenprestatie. Ter zake zal een gebruikersovereenkomst opgesteld worden.
Gedurende de periode dat het verkochte B en C in gebruik is bij de huidige eigenaar, zijn alle gemeentelijke gebruikerslasten alsmede kosten van gas, licht en water voor rekening van de gebruiker evenals de gebruikelijke verzekeringen. Koper zal als eigenaar zorgdragen voor een deugdelijke opstalverzekering. […]
4.
Verkoper is op elk moment gerechtigd - maar niet verplicht - tot overname van de betrokken woning, tegen een gelijke koopsom als thans wordt voldaan.De koopsom zal worden voldaan door verrekening met de openstaande, corresponderende lening.
5.
Koper heeft een inspanningsverplichting om indien zich een koper (ontwikkelaar) zich meldt voor aankoop van het bedrijf, te bedingen dat als onderdeel van de overeenkomst de betreffende koper zorg zal dragen voor wijziging van de huidige agrarische bestemming naar een burgerbestemming. Koper zal verkoper in dit proces betrekken en hem deugdelijk informeren omtrent de gang van zaken.
Ook indien de bestemming gewijzigd mocht worden heeft verkoper het recht de woningen te kopen voor de vaste prijs van twee honderd duizend euro (€ 200.000,00).
Indien blijkt dat bestemmingswijziging niet mogelijk is omdat de bevoegde autoriteiten hier op geen enkele wijze hun medewerking aan willen verlenen, zullen partijen zich nader beraden. Alsdan zal in beginsel de koopsom van twee honderd duizend euro (€ 200.000,00) zo spoedig mogelijk betaald moeten worden.”
3.5.
In een e-mail van 29 januari 2019 vraagt de heer [naam 3], mede-eigenaar van de firma [bedrijfsnaam] (bedrijfsadvies, administraties en belastingen) aan [gedaagde] goedkeuring om de volgende passage op te laten nemen in de notariële leveringsakte:

Partijen zijn overeengekomen dat bij de eventuele terug levering van de woningen aan beide heren [eiser] bij een verkoop door [gedaagde] van de onderhavige grond en glasopstanden aan de [straatnaam] te [plaats], kadastraal bekend als…………………………..aan een derde partij er dan rondom de beide woningen een correctie en aanpassing in het kadaster zal worden opgenomen inzake de meer m2 grond welke door beide heren worden gewenst af te nemen. Deze grondprijs zal tegen een heden vastgestelde grondprijs kunnen worden geeffectueerd van € 40,-- per m2.
Op dit moment geld dat voor de woning op [huisnummer] voor 400 m2 en voor de woning op [huisnummer] voor 500 m2.
Op het moment dat de woningen wel meegeleverd worden door [gedaagde] aan een derde partij anders dan aan de bewoners zal dit uiteraard niet van toepassing zijn.
3.6.
Bij notariële akte van 8 maart 2019 zijn het perceel tuinland met glasopstanden en de twee percelen met agrarische bedrijfswoningen aan [gedaagde] geleverd (hierna: de leveringsakte). In de leveringsakte staat onder meer het volgende (onderstreping rechtbank):

Koopprijs, verrekening diverse bedragen, kwijting.
De koopprijs voor het verkochte bedraagt ÉÉN MILJOEN DRIE HONDERD DUIZEND EURO (€ 1.300.000,00).
De verdeling van de koopsom is als volgt:
1. koopsom grond zeven honderdtien duizend zeven honderd zestig euro. (€ 710.780,00), waarvan onbelast vier honderd vijfenvijftig duizend vier honderd zestig euro (€ 455.460,00);
2. opstanden en installaties, één honderd negen en tachtig duizend twee honderd veertig euro (€ 189.240,00);
3. ieder van de woonhuizen twee honderd duizend euro (€ 200.000,00).
Ter zake van de voldoening van de koopsom is door Verkoper en Koper onder meer overeengekomen dat deze zal worden voldaan door betaling in contanten van een gedeelte van de koopsom groot negen honderd duizend euro (€ 900.000,00) en wel aan de Firma, terwijl het resterende gedeelte van de koopsom groot vier honderdduizend euro (€ 400.000,00) (hierna ook te noemen:
Rest-Koopsomwordt schuldig gebleven en wel aan [naam 2] en [eiser] ieder een bedrag groot twee honderd duizend euro (€ 200.000,00)
Met betrekking tot de betaling van de Rest-Koopsom komen [naam 2] en [eiser] enerzijds en koper anderzijds overeen dat deze door afstand teniet gaat, onder de verplichting voor Koper de rest-Koopsom bij wijze van geldlening schuldig te erkennen.
Ter uitvoering van het vorenstaande doen [naam 2] en [eiser] bij dezen afstand van hun vordering, waar tegenover koper bij dezen aan [naam 2] en [eiser] ieder schuldig erkent een bedrag groót twee honderd duizend euro (€ 200.000,00), welke schuldigerkenning bij dezen door [naam 2] en [eiser] Verkoper wordt aanvaard.
De bepalingen en bedingen van gemelde geldleningen zullen worden vastgesteld in separaat op te maken onderhandse akten van geldlening.
[…]
Tijdstip feitelijke levering, baten en lasten, risico.
Artikel 3.
De aflevering in de zin van artikel 7:9 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek van het verkochte A vindt plaats terstond na de ondertekening van deze akte.
Vanaf dat tijdstip komen de baten de koper ten goede, zijn de lasten voor zijn rekening en draag hij het risico over het verkochte A.
Het verkochte B en C blijft in gebruik bij [eiser] respectievelijk [naam 2] onder de voorwaarden zoals opgenomen in de koopovereenkomst.
Vanaf heden komen de baten de koper ten goede, zijn de lasten voor zijn rekening en draagt koper het risico van het verkochte.
Het verkochte dient voor rekening van koper te worden verzekerd met inachtneming van voormeld voortgezet gebruik waarvan mededeling dient te worden gedaan aan de betreffende verzekeringsmaatschappij.
[…]
Geldigheid Koopovereenkomst.
Voor zover daarvan bij deze akte niet is afgeweken, blijft tussen partijen gelden hetgeen voor het verlijden van de akte overigens tussen hen is overeen- gekomen in de koopovereenkomst waarvan een exemplaar aar deze akte wordt gehecht.
In het bijzonder wordt verwezen naar het volgende, woordelijk luidend:
begin citaat
[…]
4.
Verkoper is op elk moment gerechtigd - maar niet verplicht - tot overname van de betrokken woning, tegen een gelijke koopsom als thans wordt voldaan.De koopsom zal worden voldaan door verrekening met de openstaande, corresponderende lening.
einde citaat
Bijzondere bepalingen
In aanvulling op het vorenstaande zijn partijen nog als volgt overeengekomen.
De hoeveel heid grond die bij de beide woonhuizen in gebruik is als siertuin is groter dan uit de kadastrale gegevens.
Voor de woning genummerd 12 betreft dit ongeveer vier are (04.00 a) en voor de woning [huisnummer] betreft dit ongeveer vijf are (05.00 a).
Indien sprake is van terugoverdracht aan de huidige eigenaar van diens woning zal naast het kadastrale perceel tevens de bijbehorende grond als hiervoor bedoeld verworven kunnen worden en wel tegen een koopsom van veertig euro (€ 40,00). Het exacte bedrag zal worden vastgesteld nadat uitmeting vanwege het kadaster heeft plaatsgevonden. Partijen verplichten zich deze uitmeting voorafgaand aan de overdracht te doen plaatsvinden.”
3.7.
In een op 4 november 2019 ondertekende leningsovereenkomst tussen [eiser] en [naam 2] (gezamenlijk als leninggever) en [gedaagde] (als leningnemer) (hierna: de leningovereenkomst) is onder meer het volgende bepaald:
“Leninggever is op elk moment gerechtigd, maar niet verplicht tot overname van de betrokken woning, tegen een gelijke koopsom als thans wordt voldaan. De koopsom zal worden voldaan door verrekening met de openstaande corresponderende lening.
[...]

3.Bijzondere bepalingen

In aanvulling op het vorenstaande zijn partijen nog als volgt overeengekomen:
[...]
- Leningnemer heeft een inspanningsverplichting om indien zich een koper (ontwikkelaar) meldt voor aankoop van het bedrijf, te bedingen dat als onderdeel van de overeenkomst de betreffende koper zorg zal dragen voor wijziging van de huidige agrarische bestemming naar burgerbestemming.
- Leningnemer zal leninggever in dit proces betrekken en hem deugdelijk informeren omtrent de gang van zaken.
- Ook indien de bestemming gewijzigd mocht worden heeft leninggever het recht de woningen te kopen voor ieder de vaste prijs van twee honderd duizend euro (€ 200.000,00).
- Indien blijkt dat bestemmingswijziging niet mogelijk is omdat de bevoegde autoriteiten hier op geen enkele wijze hun medewerking aan willen verlenen, zullen partijen zich nader beraden. Alsdan zal in beginsel de koopsom zo spoedig mogelijk betaald moeten worden.”
3.8.
Bij brief van zijn advocaat van 1 mei 2025 heeft [eiser] aan [gedaagde] laten weten dat hij gebruik wenst te maken van het recht om de bedrijfswoning teruggeleverd te krijgen. De afgesproken koopsom van € 200.000 per woning moet volgens [eiser] worden verrekend met de geldlening. Ook wenst [eiser] gebruik te maken van het recht de bij de bedrijfswoningen behorende tuinen (400 m2 en 500 m2) in eigendom over te nemen voor € 40,- per vierkante meter.
3.9.
Bij brief van haar advocaat van 19 mei 2025 heeft [gedaagde] gemeld dat zij niet meewerkt aan de (terug)levering van de bedrijfswoningen. Volgens [gedaagde] kan de bepaling van artikel 4 koopovereenkomst Pro uitsluitend worden ingeroepen wanneer de agrarische bedrijfsbestemming van de woningen wordt gewijzigd naar een burgerbestemming.
3.10.
In een e-mail van 25 augustus 2025 aan [naam 2] heeft [gedaagde] het volgende geschreven:
“Naar aanleiding van ons gesprek van laatst bij mij thuis waarin we de brief bespraken die advocaat Duijsens namens [eiser] aan ons heeft gestuurd met betrekking tot het terugleveren van de woningen die wij in 2018 van jou en [eiser] gekocht hebben, hebben wij afgesproken dat [gedaagde] B.V. in afwijking van de koop- en geldleningovereenkomsten een tussentijdse aflossing van in totaal € 50.000,- aan jou zal doen op de openstaande lening van € 200.000,-, te betalen in 25 maandelijkse termijnen van € 2.000,-. Voor de volledigheid heb ik deze afspraak vastgelegd in een addendum dat als aanvulling geldt op de koop- en geldleningovereenkomsten die wij destijds hebben gesloten. Het concept tref je bijgaand aan.
Met betrekking tot de brief van Duijsens hebben we besproken dat [eiser] daarbij een verkeerde uitleg geeft aan de bepalingen die in de koop- en geldleningovereenkomsten zijn opgenomen omtrent het terugleveren van de woningen en dat wij als partijen gezamenlijk dat destijds anders hebben bedoeld. Om te voorkomen dat hier op een later moment opnieuw discussie over ontstaat, heb ik daarom ook hierover iets opgenomen in het addendum. Lees het concept daarom goed en geef eventuele opmerkingen/wijzigen aan mij door.”
3.11.
[naam 2] en [gedaagde] hebben op 29 augustus 2025 een addendum bij de koopovereenkomst gesloten (hierna: het addendum). In het addendum is onder meer het volgende bepaald:

en (her)bevestigen hierbij:
 dat partijen bij de Koopovereenkomst en Geldleningovereenkomst (lees: [naam 2], [eiser] en [gedaagde]) met de tekst van de bepaling: “
[naam 2] en [eiser] op elk moment gerechtigd - maar niet verplicht - zijn tot overname van het Verkochte B en het Verkochte C tegen een gelijke koopsom als thans werd voldaan, waarbij de koopsom zal worden voldaan door verrekening met de opstaande lening.” bedoeld hebben: “
[naam 2] en [eiser] op elk moment nadat het Verkochte B en het Verkochte C een burgerbestemming hebben gekregen als hierna bedoeld gerechtigd - maar niet verplicht - zijn tot terugkoop van het Verkochte B en het Verkochte C tegen een gelijke koopsom als thans werd voldaan, waarbij de koopsom zal worden voldaan door verrekening met de opstaande lening.
3.12.
Bij e-mail van zijn advocaat van 27 oktober 2025 heeft [eiser] laten weten dat hij een procedure zal starten indien [gedaagde] niet meewerkt aan teruglevering van de bedrijfswoning aan [eiser].

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] veroordeelt om aan [eiser] de woning aan de [adres 1] te [plaats] terug te leveren tegen verrekening van de lening tussen partijen van € 200.000,- en om 500 m2 grond behorende bij de woning aan [eiser] te leveren voor € 40,- per m2; zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag,
2. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten (inclusief nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.
4.2.
[gedaagde] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
4.3.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De vraag die partijen verdeeld houdt, is of [gedaagde] op grond van de koopovereenkomst verplicht is om de bedrijfswoning die [eiser] bewoont op diens verzoek aan hem terug te leveren.
5.2.
[eiser] betoogt dat [gedaagde] op grond van artikel 4 van Pro de koopovereenkomst gehouden is om mee te werken aan de teruglevering van de bedrijfswoning.
5.3.
[gedaagde] betwist dat zij gehouden is mee te werken aan de teruglevering van deze bedrijfswoning. Volgens haar kunnen [eiser] en zijn broer alleen teruglevering van de aan haar verkochte bedrijfswoningen vorderen als de bestemming van die woningen wordt gewijzigd van een agrarische bedrijfsbestemming naar een burgerbestemming.
5.4.
De rechtbank stelt voorop dat de koopovereenkomst – vanwege de koppeling die in de leveringsakte wordt gemaakt met de koopovereenkomst – een authentieke akte is. Op grond van artikel 157 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) levert een authentieke akte ten aanzien van de verklaringen van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring. Op grond van artikel 151 lid 2 Rv Pro staat tegen dit dwingend bewijs tegenbewijs open. [1] Voor het slagen van tegenbewijs is het voldoende dat het door de andere partij geleverde bewijs wordt ontzenuwd. [2]
5.5.
Artikel 4 van Pro de koopovereenkomst luidt als volgt: “
[v]erkoper is op elk moment gerechtigd - maar niet verplicht - tot overname van de betrokken woning, tegen een gelijke koopsom als thans wordt voldaan”.
5.6.
De rechtbank is het met [eiser] eens dat de tekst van deze bepaling duidelijk lijkt. In artikel 4 staat Pro dat [eiser] de woning op elk moment kan terugkopen. De rechtbank is echter van oordeel dat [gedaagde] erin geslaagd is om tegenbewijs te leveren tegen deze uitleg van de afspraak van partijen en de rechtbank licht dit als volgt toe.
5.7.
Volgens [gedaagde] blijkt uit het addendum (zie randnummer 3.11) dat partijen hebben bedoeld dat [eiser] en [naam 2] alleen teruglevering kunnen verlangen als de bestemming van de woningen wordt gewijzigd naar een burgerbestemming. Dit strookt naar het oordeel van de rechtbank met de verdere opzet van de koopovereenkomst, met name artikel 5 en Pro 6 van de koopovereenkomst.
5.8.
Voor zover [eiser] het standpunt heeft ingenomen dat [naam 2] het addendum onder dwang of druk zou hebben ondertekend, biedt het dossier hier (op dit moment) geen aanknopingspunten voor. Ook is het niet zonder meer duidelijk waarom [naam 2] meer baat zou hebben bij het aannemen van de aflossing dan bij het terugroepen van het eigendom van de woning (die hij vervolgens zou kunnen verkopen), wat lucratiever lijkt.
5.9.
Verder heeft [eiser] gesteld dat hij de woning niet wilde verkopen, maar dat hij deze heeft verkocht omdat dit een eis van [gedaagde] was. [gedaagde] ontkent dit en het dossier bevat geen aanwijzingen dat [gedaagde] bijzondere interesse voor de woning had. De stelling van [eiser] roept ook vragen op: waarom heeft hij zeven jaar gewacht met een verzoek om teruglevering als hij de woning a) niet wilde verkopen en b) dacht dat hij op elk moment teruglevering kon vorderen?
5.10.
Daarbij komt nog het volgende. Ter zitting heeft de advocaat van [eiser] gezegd dat [eiser] een aanvraag heeft ingediend voor een bestemmingswijziging van de woning. Kennelijk heeft [eiser] die aanvraag ingediend in dezelfde periode dat hij [gedaagde] om teruglevering van de bedrijfswoning heeft verzocht. Deze gang van zaken is niet te rijmen met de – ook door [eiser] naar voren gebrachte – stelling dat de bestemming van de woning niet relevant is voor hoe de koopovereenkomst moet worden begrepen, omdat de gemeente niet handhaaft op een van het bestemmingsplan afwijkend gebruik van de bedrijfswoning.
5.11.
De handvatten die de rechtbank op dit moment heeft om over de vorderingen van [eiser] te beslissen zijn – naast de tekst van de koopovereenkomst – de agrarische bestemming van de woning die door [eiser] wordt bewoond, het feit dat de gronden nu als siertuin worden gebruikt, het feit dat partijen het eens zijn dat [naam 2] nog steeds financiële problemen heeft en dat niet is weersproken dat de broers na het sluiten van de koopovereenkomst enige tijd voor [gedaagde] hebben gewerkt omdat zij geld nodig hadden.
5.12.
Gelet op die feiten is de rechtbank voorlopig van oordeel dat de constructie in de koopovereenkomst bedoeld was om te faciliteren dat de broers in de bedrijfswoningen konden blijven wonen, ondanks dat ze het bedrijf (inclusief de woningen) aan [gedaagde] hadden verkocht. Het verhaal zoals [gedaagde] dat schetst, past vooralsnog beter bij deze bedoeling en de feitelijke gang van zaken, dan het verhaal dat [eiser] schetst.
De rechtbank geeft [eiser] een bewijsopdracht, [gedaagde] mag tegenbewijs leveren
5.13.
Omdat [eiser] wel voldoende heeft gesteld, zal hij worden toegelaten tot het leveren van bewijs.
5.14.
De rechtbank draagt [eiser] op te bewijzen dat partijen met de koopovereenkomst hebben bedoeld af te spreken dat [eiser] de bedrijfswoning ook terug kan kopen op een moment waarop de bestemming van de woning niet gewijzigd is naar een burgerbestemming. [eiser] krijgt de mogelijkheid om getuigen op te roepen en/of andere nadere bewijsstukken in het geding te brengen.
5.15.
[gedaagde] wordt op haar beurt in de gelegenheid gesteld om alvast tegenbewijs te leveren in de vorm van door haar op te roepen getuigen of/of andere nadere bewijsstukken.
5.16.
De termijn voor partijen om te laten weten op welke wijze zij (tegen)bewijs willen leveren is
vier wekenna de vonnisdatum.
Artikel 22 Rv Pro
5.17.
Zoals de rechtbank ter zitting met partijen heeft besproken, beveelt zij partijen op grond van artikel 22 Rv Pro om
twee weken na dit vonnisbij akte in ieder geval de volgende informatie aan te leveren:
  • Wat was de rol van de heer Visser bij de onderhandelingen over de koopovereenkomst en het opstellen van de verschillende documenten?
  • Wat is de stand van zaken van de aanvraag van [eiser] om de bestemming van de bedrijfswoning te wijzigen?
  • Bestaat er een regel op grond waarvan één van beide bedrijfswoningen bij het bedrijf moet blijven?
Samenvatting: nu te nemen stappen
5.18.
Partijen nemen op
17 juni 2026een akte. In die akte moeten zij in elk geval de in randnummer 5.17 genoemde informatie aanleveren. Ook moeten zij bij die akte alle (fysieke of digitale) documenten voegen die relevant zijn voor de in 5.14 (en 5.15) bedoelde bewijsopdracht.
5.19.
Daarna hebben partijen twee weken om na te denken of zij er samen uit kunnen komen of dat zij getuigen willen horen (en zo ja: wie). Op
1 juli 2026moeten partijen een akte indienen waarin zij benoemen op welke wijze zij het (tegen)bewijs willen leveren; zij mogen in deze akte ook reageren op de akte van 17 juni 2026 van de wederpartij.
5.20.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden, in afwachting van de nadere berichten van partijen.

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
draagt [eiser] op te bewijzen dat partijen met de koopovereenkomst hebben bedoeld af te spreken dat [eiser] de bedrijfswoning ook terug kan kopen op een moment dat de bestemming van de woning niet gewijzigd is in een burgerbestemming,
6.2.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 17 juni 2026voor het door partijen nemen van de in 5.18 bedoelde akten,
6.3.
verwijst de zaak naar de rol van
woensdag 1 juli 2026voor het door partijen nemen van de in 5.19 bedoelde akten,
6.4.
bepaalt dat, als partijen
getuigenwillen laten horen, zij de namen van de getuigen en de verhinderdagen van partijen en hun advocaten in de maanden juli tot en met oktober 2026 dan direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
6.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op een zitting van mr. C.J-A. Seinen, in het paleis van justitie te Den Haag, Prins Clauslaan 60,
6.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
3516

Voetnoten

2.Hoge Raad 16 maart 2007,