ECLI:NL:RBDHA:2026:14900

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
NL25.21040
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak rechtbank Den Haag over vergoeding griffierecht in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de rechtbank Den Haag op 3 juni 2026 een hersteluitspraak gedaan. Deze uitspraak corrigeert een omissie in de eerdere uitspraak van 25 maart 2026, waarin nagelaten was om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van het door verzoeker betaalde griffierecht.

De rechtbank voegt aan de overwegingen toe dat verweerder het griffierecht van €194 aan verzoeker moet vergoeden. Daarnaast veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €467. De hersteluitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Deze uitspraak benadrukt het belang van volledige proceskostenveroordelingen in bestuursrechtelijke procedures en zorgt voor een correcte afwikkeling van de kostenvergoedingen in vreemdelingenzaken.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21040

hersteluitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Overwegingen

Gebleken is dat de uitspraak van 25 maart 2026 met zaaknummer NL25.21040 een omissie bevat, die zich voor eenvoudig herstel leent. In de uitspraak heeft de rechtbank nagelaten verweerder op te dragen het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. Zij herstelt deze omissie op de hierna te melden wijze.

Beslissing

Aan overweging 4 wordt de volgende zin toegevoegd:
“Daarnaast moet verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht ter hoogte van €194 aan hem vergoeden.”
Het dictum luidt als volgt:
De rechtbank:
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzesenzeventig euro);
  • bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden.
Deze hersteluitspraak is gedaan op 3 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.