ECLI:NL:RBDHA:2026:14902
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit met proceskostenveroordeling
Op 1 augustus 2025 legde de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit op aan verzoeker. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 4 november 2025, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank heropende het onderzoek op 12 december 2025 om de minister in de gelegenheid te stellen te reageren op aanvullende beroepsgronden. De minister diende een aanvullend verweerschrift in. Het onderzoek werd gesloten op 9 april 2026. Op 29 mei 2026 wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de bodemzaak inmiddels was beslist.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 934,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.M. den Dulk en griffier F.J. Attema, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.