ECLI:NL:RBDHA:2026:14902

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
4 juni 2026
Zaaknummer
NL25.41682
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit met proceskostenveroordeling

Op 1 augustus 2025 legde de minister van Asiel en Migratie een terugkeerbesluit op aan verzoeker. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 4 november 2025, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

De rechtbank heropende het onderzoek op 12 december 2025 om de minister in de gelegenheid te stellen te reageren op aanvullende beroepsgronden. De minister diende een aanvullend verweerschrift in. Het onderzoek werd gesloten op 9 april 2026. Op 29 mei 2026 wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat de bodemzaak inmiddels was beslist.

Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 934,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.M. den Dulk en griffier F.J. Attema, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit is afgewezen en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41682

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Op 1 augustus 2025 heeft de minister een terugkeerbesluit opgelegd aan verzoeker. Verzoeker heeft tegen dit terugkeerbesluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De rechtbank heeft het verzoek, samen met behandeling van NL25.41679, op 4 november 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en de gemachtigde van verzoeker zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De rechtbank heeft op 12 december 2025 het onderzoek heropend en de minister in de gelegenheid gesteld om te reageren op de aanvullende beroepsgronden in het zaaknummer NL25.41679. De minister heeft gereageerd met een aanvullend verweerschrift. De rechtbank heeft op 9 april 2026 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.41679, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoeker gemaakte proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 934,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 29 mei 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.