7.3.De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de leeftijdsschouw door de IND wel voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is. Deze leeftijdsschouw vond negen maanden na de leeftijdsschouw door AVIM plaats en de schouwers van de IND hebben geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat de leeftijdsschouw door de IND een betrouwbare inschatting van eisers leeftijd bevat, zal de rechtbank deze niettemin betrekken bij de beoordeling van eisers leeftijd.
De leeftijdsregistratie in Italie
8. Eiser stelt zich, samengevat, op het standpunt dat de minister geen zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de registratie van zijn leeftijd in Italië en niet deugdelijk heeft gemotiveerd welk gewicht hij aan de registratie van de leeftijd in Italië toekent en waarom. Eiser vindt zijn verklaring over de foutieve leeftijdsregistratie in Italië wel plausibel. Dat eiser in Italië zijn naam op een blanco papiertje moest schrijven en enkel uitleg kreeg met behulp van een Engelse tolk, getuigt ook niet van een zorgvuldig registratieproces. Dat de minister het eiser blijft aanrekenen dat hij de geboortedatum niet heeft aangepast in Italië terwijl hij juist wel heeft geklaagd, begrijpt eiser niet.
9. In de uitspraak van 9 oktober 2024heeft de Afdeling overwogen dat de minister niet op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Dit betekent niet dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. De minister moet de leeftijd van een vreemdeling en de bewijswaarde van een leeftijdsregistratie beoordelen met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht, met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald.
10. De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit is ingegaan op de verklaringen van eiser over de wijze waarop de leeftijdsregistratie in Italië heeft plaatsgevonden. De minister heeft toegelicht dat uit de informatie van Italië blijkt dat eiser geen documenten heeft overgelegd over zijn leeftijd om aan te tonen dat er geen ander leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. Ook heeft de minister in zijn beoordeling betrokken dat eiser tijdens de registratie in Italië zijn naam moest opschrijven. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat niet kan worden meegegaan in het betoog van eiser dat het onderzoek naar de leeftijdsregistratie in Italië niet volgens de waarborgen heeft plaatsgevonden. Eiser heeft namelijk zelf toegelicht hoe de registratie tot stand kwam en dat dit gebaseerd is geweest op informatie die hij zelf schriftelijk heeft aangeleverd. Omdat deze schriftelijke informatie niet is te verifiëren, is de rechtbank van oordeel dat de minister niet uit hoefde te gaan van de verklaring van eiser in het gehoor. Daarbij heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser tijdens het nader gehoor niet naar voren heeft gebracht dat hij niet begreep wat de bedoeling van de registratie in Italië was, ook al zou de uitleg tijdens het registratieproces in Italië in het Engels zijn geweest. Ook heeft eiser verklaard dat hij te horen kreeg dat zijn geboortedatum foutief was geregisterd maar dat hij dit achteraf kon laten veranderen. Eiser heeft Italië echter verlaten zonder zijn geboortedatum te laten aanpassen.
Tussenconclusie leeftijdsschouw en leeftijdsregistratie in Italië
11. Het voorgaande betekent dat er in de zaak van eiser een leeftijdsschouw van de IND ligt waaruit volgt dat eiser evident minderjarig is en dat er een leeftijdsregistratie in Italië is die is gebaseerd op eisers opgave dat hij meerderjarig is. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister het vermoeden dat eiser minderjarig is, onvoldoende heeft ontzenuwd.
12. In beroep heeft eiser een geboortecertificaat overgelegd, waarop de geboortedatum [geboortedatum 1] 2007 staat.
13. Bureau Documenten heeft het geboortecertificaat onderzocht. Bureau Documenten concludeert dat betreffende de echtheid het document met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet echt is. Betreffende de opmaak en afgifte concludeert Bureau Documenten dat het document niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven en dat niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is.
14. Eiser heeft door het NFO een contra-expertise laten opstellen. Het NFO concludeert samengevat dat er twijfel over de authenticiteit bestaat omdat de bedrukking als reproductie is aangebracht en dit het document verdacht maakt. Het is volgens het NFO niet logisch dat er documenten met reproductiekenmerken zichtbaar zijn. De echtheid van het document kan niet worden vastgesteld. Het NFO kan niet beoordelen of het document bevoegd werd afgegeven en ook over de juistheid van de inhoud kan het NFO geen uitspraak doen.
15. De rechtbank is van oordeel dat de conclusies van de contra-expertise van het NFO de conclusies van Bureau Documenten niet weerspreken. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister er van mocht uitgaan dat het geboortecertificaat niet als bewijsmiddel voor de leeftijd kan dienen. Omdat het geboortecertificaat niet echt is bevonden, kan dit document ook niet bijdragen aan de stelling van eiser dat hij minderjarig is.
Conclusie leeftijdsschouw, leeftijdsregistratie in Italië en geboorteakte
16. De rechtbank is van oordeel dat de minister het vermoeden dat eiser minderjarig is, onvoldoende heeft ontzenuwd. Gelet hierop is er sprake van een motiveringsgebrek. De minister zal opnieuw een beslissing moeten nemen over de gestelde minderjarigheid van eiser, waarbij de minister dient te motiveren welk gewicht hij toekent aan de schouw van de IND en de leeftijdsregistratie in Italië tegen de achtergrond van de presumptie van minderjarigheid. De rechtbank merkt verder op dat eiser heeft verklaard dat hij in Italië in een minderjarigenkamp heeft verbleven De minister kan ten slotte voorbijgaan aan het overgelegde geboortecertificaat, omdat uit het onderzoek van Bureau Documenten en het NFO blijkt dat dat certificaat niet als bewijsmiddel voor eisers leeftijd kan dienen. Het beroep op dit onderdeel is gegrond.
De geloofwaardigheid van de problemen vanwege de aanwezigheid bij de demonstratie
17. Eiser heeft in beroep een origineel exemplaar van de krant 'The Minute' van maandag 22 augustus 2022 overgelegd, waar op pagina 2 is opgenomen ' [eiser] Wanted Following Violent Protest on August 10, 2022’. Ook verwijst eiser naar een link waar de krant online beschikbaar is. Eiser stelt dat hieruit blijkt dat de Sierra Leoonse politie een arrestatiebevel tegen hem heeft uitgevaardigd en hem beschuldigen een cruciale rol te hebben gespeeld tijdens de protesten, waarbij meer dan 14 burgers en 6 politieagenten zijn gedood. Ook wordt eiser beschuldigd van het aanzetten tot geweld. Verder stelt eiser dat hierin wordt bevestigd dat zijn oom is overleden. Eiser heeft verklaard dat omstanders het lichaam van zijn oom naar het ziekenhuis wilden brengen. Eiser stelt hiermee dat hij wel aannemelijk heeft gemaakt dat zijn oom tijdens de protesten om het leven is gekomen. Dat het lichaam van zijn oom drie dagen lang op de grond in [plaats 2] heeft gelegen, is informatie die eisers verklaringen ondersteunen, nu hij heeft verklaard dat zijn oom in de buurt van het ziekenhuis [plaats 2] is gedood. Verder vindt eiser het vreemd dat de minister blijft tegenwerpen dat eiser niet weet of het een doordeweekse dag was of niet, omdat eiser de precieze datum heeft genoemd. Hij ging toen ook niet naar school, anders had hij zich het wel herinnerd.
Onvoldoende documenten gegeven en daarvoor geen goede verklaring
18. De rechtbank is van oordeel dat de minister eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat niet is gebleken dat eiser sinds zijn vertrek uit Sierra Leone enige inspanning heeft verricht om aan een overlijdensakte of een ander bewijs van overlijden van zijn oom te komen. Dit terwijl eiser heeft verklaard dat zijn oom een vriendin had waarmee eiser contact had kunnen opnemen. De rechtbank is verder met de minister van oordeel dat de verwijzing naar een aantal artikelen van Amnesty International, waarin wordt beschreven dat enkele doden van de protesten in massagraven zijn begraven, eiser ook niet kan baten. Eiser maakt hiermee namelijk niet aannemelijk dat zijn oom ook in een massagraf terecht is gekomen. Eiser heeft daarover ook niets verklaard.
Verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel
19. De rechtbank is van oordeel dat de minister aan eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij niet weet of de demonstratie op een doordeweekse dag of in het weekend plaatsvond, terwijl eiser wel over de exacte datum van het protest kon verklaren. Dit maakt dat eisers verklaring hierover op hoofdlijnen niet samenhangend en aannemelijk is. Ook stelt de minister zich niet ten onrechte op het standpunt dat van eiser mag worden verwacht dat hij achteraf meer over de situatie en het doel van zijn aanwezigheid bij het protest zou kunnen verklaren. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij en zijn oom voor ongeveer vijf minuten door de menigte liepen voordat de politie kwam, maar uit eisers verklaringen wordt niet duidelijk of zij gedurende die tijd demonstreerden of dat zij juist probeerden weg te komen. Ook de videobeelden kunnen eisers standpunt niet ondersteunen, omdat eiser via horen-zeggen heeft vernomen dat er video’s zijn, maar eiser heeft deze video’s zelf nooit gezien. Verder heeft eiser de door de minister tegengeworpen tegenstrijdige verklaring dat zijn oom thuis geld had liggen om onder andere eisers school te betalen enerzijds, maar anderzijds dat eiser in 2019 is gestopt met school omdat zijn oom de school niet meer kon betalen, niet bestreden. Tot slot overweegt de rechtbank dat de minister eiser heeft kunnen tegenwerpen dat hij vooral algemene informatie over de demonstratie heeft overgelegd, maar dat deze informatie niet eisers standpunt dat hij of zijn oom aanwezig waren, deelnamen aan, of problemen hebben ondervonden door de demonstratie, onderbouwt.
20. De minister heeft het in beroep overgelegde krantenartikel uit de krant ‘The Minute Newspaper’ door Bureau Documenten laten onderzoeken. Bureau Documenten concludeert dat dit specifieke exemplaar uit de oplage van de ‘The Minute Newspaper’ betreffende de echtheid, opmaak en afgifte waarschijnlijk niet in deze verschijningsvorm is uitgegeven. Bureau Documenten kan betreffende de inhoud daarom niet vaststellen of het krantenartikel inhoudelijk juist is.
21. Eiser heeft door het NFO een contra-expertise laten opstellen. Het NFO concludeert dat het feit dat er in het krantenartikel geen duidelijke bijzonderheden zijn waargenomen, maar er wel verschillen zijn ten opzichte van soortgelijke kranten met dezelfde datum, ervoor zorgt dat er geen oordeel kan worden gegeven over de authenticiteit van de krant. Op basis van de bevindingen en de interpretatie kan er geen waarschijnlijkheidsconclusie worden getrokken.
22. De rechtbank is gelet op het onderzoek dat door Bureau Documenten en door het NFO naar het krantenartikel van oordeel dat het krantenartikel eisers standpunt dat de Sierra Leoonse politie een arrestatiebevel tegen hem hebben uitgevaardigd, hem beschuldigen een cruciale rol te hebben gespeeld tijdens de protesten, hem beschuldigen van het aanzetten tot geweld, en bevestigen dat eisers oom is overleden, niet onderbouwt. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich daarom niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser met het krantenartikel niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft vanwege zijn aanwezigheid bij de demonstratie.
23. Op de zitting van 7 februari 2025 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat het online-krantenartikel van 22 augustus 2022 waar eiser op 24 januari 2025 naar heeft verwezen bewerkt lijkt te zijn. De minister heeft na de zitting een uitdraai van de broncodes van het krantenartikel overgelegd. De minister stelt zich op het standpunt dat hieruit blijkt dat de tekst van het artikel op 18 december 2024 is gewijzigd en dat de bijbehorende foto pas in december 2024 is geüpload. Ook heeft de minister via een beveiligd account gezocht op de naam van eiser. Dit onderzoek leverde geen enkele bron op waarin de naam van eiser wordt genoemd. Er wordt alleen bij het artikel over eiser uitgekomen via de door eiser overgelegde internetlink.
24. De rechtbank stelt vast dat uit de broncode blijkt dat er mutaties zijn geweest in het artikel, niet alleen in de tekst van het artikel maar ook wat betreft de foto (van eiser). De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat het opvallend is dat een internetartikel uit 2022 in 2024 nog wordt bewerkt en dat die omstandigheid niet bijdraagt aan de overtuigingskracht van het internetartikel. Deze broncode ondersteunt de conclusie dat eiser met het krantenartikel niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft vanwege zijn aanwezigheid bij de demonstratie.