Verzoeker huurt een woning van verweerster, Stichting Staedion, die de ontruiming van de woning wilde uitvoeren op 13 april 2026. Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287b lid 1 Faillissementswet, waarmee de ontruiming voor zes maanden wordt verboden. Dit om hem de gelegenheid te geven het minnelijk traject af te ronden en een buitengerechtelijke schuldregeling met schuldeisers te treffen.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie door de aangekondigde ontruiming en dat verzoeker reeds een minnelijk traject is gestart met hulp van de gemeente Den Haag. Hoewel de huur voor april 2026 slechts gedeeltelijk is voldaan, acht de rechtbank het aannemelijk dat met de aangevraagde bijstandsuitkering en budgetbeheer de huurbetalingen op korte termijn gewaarborgd zijn.
De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de belangen van verzoeker om woonruimte te behouden zwaarder wegen dan het belang van verweerster bij betaling van de huur. De voorziening wordt daarom toegewezen voor zes maanden, met de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen worden voldaan en dat de schuldhulpverlener uiterlijk vier weken voor het einde van de voorziening verslag uitbrengt aan de rechtbank. De voorziening geldt totdat het WSNP-verzoek is afgehandeld of ingetrokken.